Enkele maritieme lessen uit Oekraïne en Iran

Gastcolumn

Het zinken van het Iraane fregat Dena door een Amerikaanse onderzeeboot, 4 maart 2026 (foto: U.S. Ministry of Defense)Het zinken van het Iraane fregat Dena door een Amerikaanse onderzeeboot, 4 maart 2026 (foto: U.S. Ministry of Defense)

Oorlog op en vanaf zee is terug. Heerschappij van de zee leek lange tijd vanzelfsprekend, maar de conflicten in Oekraïne en Iran tonen aan dat dit niet het geval is. In 2022 was de Russische marine van plan om een amfibische aanval op Odessa en omstreken uit te voeren. Toen dit niet meer mogelijk bleek, wilde men de Zwarte Zee afsluiten voor graan en andere handel. Een maritieme blokkade zou de Oekraïense economie wurgen. Vier jaar later, dankzij gedurfd en innovatief Oekraïens militair optreden, is de Zwarte Zee nog steeds open, en hebben Russische oorlogsschepen zichzelf opgesloten in hun thuishavens. Voor Oekraïne – praktisch een land zonder marine – is dit geen slechte prestatie.

 

Iran, eveneens een underdog, houdt al meer dan twee maanden stand tegen de VS en Israël. Op persconferenties in het Witte Huis horen we regelmatig dat de Iraanse marine en luchtmacht volledig vernietigd zijn, maar toch blijft de Straat van Hormuz gesloten. Hiermee knijpt Iran een levensader van de wereldeconomie dicht. Hormuz militair 'openbreken' zit er waarschijnlijk niet in, tenzij men de strijd om de Dardanellen (Gallipoli, 1915) wil overdoen. Inmiddels kunnen de eerste lessen uit beide conflicten worden getrokken; conclusies die implicaties hebben voor de inrichting en uitrusting van de Koninklijk Marine.

Kapitale munitie

Onlangs bracht de denktank CSIS een rapport uit over het Amerikaanse verbruik van kapitale munitie in de oorlog met Iran. Tussen 40 en 50% van de Patriots, meer dan 50% THAAD-interceptoren en meer dan derde van de voorraad Tomahawks zijn volgens de auteurs verbruikt – al zijn de cijfers natuurlijk schattingen gebaseerd op open bronnen. De levertijden van nieuwe raketten liggen, afhankelijk van het soort, tussen de drie en vijf jaar. Dit zou kunnen betekenen dat op korte termijn de VS zich geen tweede groot conflict kunnen veroorloven – wat gevolgen heeft voor deterrence en het afschrikken van Rusland en China. Om de eigen voorraad aan te vullen heeft Zwitserland Patriots besteld, en Japan Tomahawks. Beide leveringen zijn met jaren vertraagd omdat eerst de Amerikaanse oorlogsvoorraden moeten worden bijgevuld. Nederlandse defensieplanners kunnen twee conclusies hieruit trekken. Ten eerste: Europees bestellen. Voor toekomstige marineschepen betekent dit bijvoorbeeld geen Standard of Sea Sparrow missiles, maar Asters. Een tweede conclusie: niet, zoals tot nu toe, zuinig zijn met aantallen. Een grootschalig conflict wordt besloten met wat op dat moment in de magazijnen ligt, en niet door wat op nalevering staat. Mocht er onverhoopt op korte termijn een Artikel 5-conflict ontstaan, dan is het risico dat de marine kapitale schepen overhoudt zonder kapitale munitie.

Doelmatige en gelaagde luchtverdediging

Oekraïense adviseurs in de Golfstaten kregen een hartverlamming toen ze zagen hoe Patriot-batterijen soms op volautomaat stonden en wel zes interceptoren afvuurden op één inkomende Iraanse raket – of nog erger, tegen een goedkope drone. Er is namelijk een groot tekort aan Patriots in Oekraïne. Israël en de VS hebben ontdekt dat de eigen interceptoren aanzienlijk schaarser en duurder zijn dan Iraanse raketten en drones. Een gelaagd luchtverdedigingssysteem is dus benodigd, waarbij verschillende doelwitten op een doelmatige (goedkope) wijze worden aangegrepen. In Oekraïne, op het land, blijken de door Duitsland en Nederland afgedankte Gepard (Cheetah PRTL)-systemen goud bij het neerhalen van drones. Op zee zullen snelvuurkanonnen zoals de oude Goalkeeper weer populair worden. Ook aanpassing van munitie voor het kanon, elektronische oorlogsvoeringen en andere middelen – zoals lasers – kunnen de luchtverdediging efficiënter maken. Zo niet, dan zal een slimme tegenstander gewoon de interceptor magazijnvoorraad uitputten met low-tech aanvallen alvorens de high-tech raketten te gebruiken, en komen we terug bij punt 1: kapitale munitie.


Voor Oekraïne - praktisch een land zonder marine - is dit geen slechte prestatie.


Drones & onbemande vaartuigen

Er is veel aandacht voor hoe drones een revolutie hebben teweeggebracht in het gevecht op land. Drones veroorzaken inmiddels het gros van de slachtoffers in Oekraïne en Rusland; twee jaar geleden was dit nog artillerie. Ze worden voor alles gebruikt: waarnemen/verkennen, bombarderen, bevoorraden, evacueren, mijnenleggen en in een counterdrone rol. De Oekraïense Operatie 'Spinnenweb' richtte enorme schade aan vijf Russische vliegvelden met strategische bommenwerpers. Een kleinere vergelijkbare operatie in Den Helder en de Koninklijke Marine is niet meer. Ook op zee hebben onbemande vaartuigen nieuwe wapenfeiten behaald. Ze hebben meerdere Russische schepen gezonken, en zelfs helikopters en jachtvliegtuigen neergehaald. In het Midden-Oosten hebben Iraanse Shaheds eveneens veel schade aangericht, al worden drones (nog) niet op dezelfde schaal als in Oekraïne ingezet. De ontwikkeling van onbemande vlieg-, voer- en vaartuigen zet zich genadeloos voort. Ze zijn goedkoop, kunnen zowel in een atelier als fabriek worden gemaakt, en kunnen op duizenden kilometers afstand worden bestuurd. Nog even en dan maken 'swarms' van honderden drones, aangestuurd door AI, het slagveld onveilig. Voor het gevecht op zee blijft innovatie van groot belang, voor offensieve en defensieve drones, zowel boven- als onderwater. Met als belangrijkste factor: schaalbaarheid.

Industrie & scheepsbouw

De industrie is niet alleen van belang voor het leveren van munitie, maar ook voor de onderhoud en bouw van schepen. In het VK ontstond ophef toen bleek dat Royal Navy amper een fregat naar het Midden-Oosten kon sturen. De Britse marine heeft weinig schepen meer, en veel zijn niet inzetbaar door technische problemen. De Astute onderzeeboten, Type 23 en 45 fregatten/destroyers liggen langer in onderhoud dan ze op zee zijn. Nieuwbouw is een nog groter probleem. Terwijl China elk jaar ongeveer een halve Royal Navy erbij bouwt (zeven destroyers, vier fregatten en waarschijnlijk drie onderzeeboten werden in 2025 afgeleverd), worstelen Amerikaanse en Britse werven met hun bouwschema's. Schepen worden in de regel te laat en over budget afgeleverd. Vooral de bouw van onderzeeboten blijkt problematisch. De Amerikanen bouwen te weinig onderzeeboten voor zichzelf en voor AUKUS. De geplande twaalf nieuwe Britse kernonderzeeërs zijn door een journalist al omgedoopt tot de 'Fantasy Class', omdat zowel de financiering als het afleverschema gebaseerd zijn op ijdele hoop. De Franse Naval Group, daarentegen, presteert het om de laatste van zes kernonderzeeërs waarschijnlijk een jaar eerder dan gepland af te leveren. Dit is veelbelovend voor de Koninklijke Marine. De huidige financiële en juridische problemen van eigen scheepswerf Damen zijn dat weer niet. Defensie heeft maar beperkte instrumenten om de industrie bij te sturen, maar deze speelt wel een grote rol in het wel en wee van de marine.


Ook op zee spelen uithoudings- en aanpassingsvermogen een allesbepalende rol.


Er kunnen veel meer conclusies worden getrokken uit de gevechten op en vanuit zee. De Amerikaanse vliegdekschepen in de Golf en de Rode Zee hielden zich bewust op afstand van Iraanse ballistische raketten. Het lot van het Russische vlaggenschip Moskva wilde men niet riskeren. De USS Ford bleek na inzet van ruim tien maanden uitgeput; zowel de bemanning als het schip op technisch vlak waren op. De onderzeeboot blijft een krachtig wapen, al is dit door de aard van beide conflicten niet op de voorgrond gekomen (het torpederen van het Iraanse fregat Dena daargelaten). Spectaculaire carrier operaties en high-tech onderzeebootbestrijding hebben overigens geen tekort aan aandacht (de eerste wat meer dan de tweede). Dit geldt niet voor mijnenvegen/-jagen, wat als minder spectaculair en spannend wordt gezien dan de andere takken van sport. De ontwikkelingen in de Straat van Hormuz kunnen hier verandering in brengen.

Kortom, de afdelingen 'Strategie & Analyse' van verschillende krijgsmachten zullen de lessen van de conflicten in Oekraïne en Iran in detail bestuderen. Nieuwe inzichten kunnen ook nog ontstaan, want beide conflicten woeden nog steeds. Dit hadden de initiatoren destijds niet verwacht. Wellicht is dit één van de belangrijkste lessen: ook op zee spelen uithoudings- en aanpassingsvermogen een allesbepalende rol.

 

Sergei Boeke is designated EU Militair Adviseur (MILAD) bij ASEAN.

pdfDownload deze gastcolumn

Nederland, Bergen NH 12 juli 2022 Berend van de Kraats oud-onderzeebootcommandant. Foto: Bianca Sistermans

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave