OUD-MARINIER EN WERVIAAN IN DE KRIEGSMARINE
Hoe een marinier mijnenruimer werd en bij de Kriegsmarine diende
Op 26 juni 1947 stond oud-marinier en voormalig commandeur (voorman) van het mijnenmagazijn van de Rijkswerf, Gerhard Martin van der Poel voor het Bijzondere Gerechtshof te Amsterdam. Hem werd vermeende dienstname bij de Kriegsmarine gedurende de Tweede Wereldoorlog ten laste gelegd. Op 10 juli achtte het hof deze dienstname bewezen en werd Van der Poel tot vier jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest veroordeeld. Met zijn dienstname bij de Kriegsmarine trad Van de Poel als Nederlander in vreemde krijgsdienst en hiermee collaboreerde hij met de Duitse bezetter.
Van der Poel was niet de enige Nederlander die tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de Kriegsmarine in dienst trad. Uit hoeveel man deze specifieke groep collaborateurs bestond valt echter niet met zekerheid vast te stellen. Als er door de Duitse krijgsmacht al een centrale administratie werd bijgehouden, is deze niet bewaard gebleven. Daarnaast bestonden er binnen de Kriegsmarine geen speciale eenheden voor buitenlanders zoals dat bij de Waffen SS wel het geval was. In de hectiek aan het einde van de oorlog zijn daarnaast veel archieven bewust of onbewust vernietigd of op een andere manier verloren gegaan. Ook zijn archieven om velerlei redenen verspreid geraakt over verschillende landen en continenten. Hedendaagse privacyregels maken het daarbij voor de onderzoeker moeilijk archieven met persoonsgegevens te raadplegen.
Kortom, er is niet met zekerheid vast te stellen hoeveel Nederlands bij de Kriegsmarine hebben gediend. Er zijn echter bronnen die een indicatie van de omvang kunnen geven. Eén van die bronnen zijn de naamlijsten van vrijwilligers bij de Kriegsmarine uit het archief van de NSB. Het betreft twee lijsten met respectievelijk 1207 en 762 Nederlanders waarvan de NSB over informatie beschikte dat ze bij de Duitse marine dienden. Dat betekent niet dat we direct op het aantal van 1969 uitkomen. Zo komen op deze twee lijsten een aantal dezelfde namen voor. Daarnaast zijn er in andere archieven ook namen van Nederlands in de Kriegsmarine gevonden die niet op deze lijsten voorkomen. Niet iedereen was blijkbaar bekend bij de NSB. Ook zijn er bronnen waaruit blijkt dat Nederlanders in dienst van de Kriegsmarine al waren overleden voordat de lijsten werden opgesteld. Deze personen komen hier dan ook niet voor op. Geen exacte wetenschap dus, maar schattingen van 2000 á 2500 Nederlanders, die op een of andere manier bij de Kriegsmarine hebben gediend, zijn aannemelijk.[i]
Van der Poel was dus niet de enige Nederlander die collaboreerde door in dienst te treden bij de Kriegsmarine. Zijn verhaal maakt deel uit van een onderzoek waarin van 130 Nederlandse collaborateurs de vervolgingsdossiers zijn onderzocht. En hoewel er in zijn verhaal overeenkomsten zijn te vinden met de verhalen van andere Nederlanders bij de Duitse vloot, kent Van der Poels verhaal in aanloop naar zijn indiensttreding wel een aantal bijzonder aspecten. Met name door zijn verbondenheid met de Koninklijke Marine.[ii]
Collaboratie met de Duitse krijgsmacht was niet beperkt tot dienstname bij de Kriegsmarine. Het grootste deel van de Nederlanders in Duitse krijgsdienst diende bij de Waffen SS. Ook bij de Luftwaffe waren Nederlanders actief.[iii] Daarnaast waren Nederlands werkzaam in ondersteunende functies. Deze collaborateurs werkten op Duits bezette vliegvelden onder andere aan de bouw van infrastructuur. Anderen bemanden in dienst van de Ordnungspolizei het IJsselmeerflottielje.[iv] Ook collaboreerde een deel van de achtergebleven kustvaart met de bezetter. Hiervoor werd zelfs een aparte rederij opgericht, de Nederlandsche Oost Rederij N.V. In dit laatste geval ging het echter meer over economische collaboratie dan over het ondersteunen van militaire inzet. Hiertoe werden handelsschepen gevorderd door de bezetter en ingezet als marineschip bemand door militairen van de Kriegsmarine.[v]

Etalage van de 'Kriegsmarine'. Werving van vrijwilligers (collectie NIOD | 81877)
Collaboratie en Rechtspleging
Om het verhaal van de collaboratie van Van der Poel in de juiste context te brengen wordt eerst een aantal begrippen uitgelegd over de naoorlogse rechtspleging en over het fenomeen vreemde krijgsdienst.
De Nederlandse regering week op 13 mei 1940 uit naar Londen. Gedurende haar ballingschap werkte de regering aan wetgeving om Nederlanders, die met de Duitse bezetter collaboreerde, of zij die op een andere wijze onvaderlandslievend hadden gehandeld, te berechten. Dit resulteerde in het Besluit Buitengewoon Strafrecht (BBS). Het BBS is om twee reden inderdaad buitengewoon te noemen. Ten eerste stelde de regering hiermee het legaliteitsbeginsel buiten werking. Dit houdt in dat de overheid de eigen burger alleen mag straffen voor datgene wat in de wet staat en de burger heeft daarbij het recht vooraf te weten wat hij/zij wel en niet mag. Daarnaast mag volgens het legaliteitsbeginsel een rechter niet straffen voor iets dat niet in de wet stond op het moment dat het feit werd gepleegd. Ten tweede was het BBS bijzonder omdat tijdens het ballingschap in London geen volksvertegenwoordiging bestond om het BBS te bekrachtigen. Dit vond dan ook pas na afloop van de oorlog met terugwerkende kracht plaats.[vi] Vanaf de bevrijding van Zuid-Nederland in het najaar van 1944 lag de uitvoering van het BBS bij de organen van de bijzondere rechtspleging, die de opsporing en berechting van verdachten regelden.[vii] De dossiers van de bijzondere rechtspleging zijn opgeslagen in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) en te raadplegen in het Nationaal Archief te Den Haag.[viii]
‘Gedurende haar ballingschap werkte de regering aan wetgeving om Nederlanders, die met de Duitse bezetter collaboreerde, of zij die op een andere wijze onvaderlandslievend hadden gehandeld, te berechten’
Vreemde krijgsdienst
Van der Poel collaboreerde niet alleen, maar trad ook in vreemde krijgsdienst. Nu zijn Nederlanders in vreemde krijgsdienst een verschijnsel met een lange historie in de vaderlandse geschiedenis en ook niet vreemd binnen de historie van de Nederlandse zeemacht. Het bekendste geval is admiraal Jan Hendrik van Kinsbergen, die tussen 1771 en 1775 bij de Russische marine in dienst was. Na zijn terugkeer trad hij in dienst van de Admiraliteit van Amsterdam en werd de ‘held van de slag op de Doggerbank’ (1781).[ix] Na de natievorming in de negentiende eeuw ontstond er in Europa een meer exclusieve band tussen de natiestaat en haar onderdanen. Als gevolg werd het in vreemde krijgsdienst treden bij een buitenlandse mogendheid door Nederlandse onderdanen in 1881 strafbaar gesteld.[x] Bijna zestig jaar later bleek deze bepaling niet alleen van toepassing op Nederlanders in dienst bij de Duitse bezetter, maar ook voor de Nederlanders in dienst van bijvoorbeeld de Britse krijgsmacht – waaronder veel marinemensen. Er werd in het BBS dan ook een uitzondering gemaakt voor Nederlanders in vreemde krijgsdienst bij bondgenoten.[xi]
In dienst als marinier
Gerhard (Geert) Martin van der Poel werd 27 mei 1906 geboren in het Duitse Aken. Over zijn jeugd is weinig bekend. Echter, op het moment dat hij op 12 mei 1926 in Rotterdam werd goedgekeurd en aangenomen als marinier 3e klasse, woonde hij met zijn ouders in Kerkrade en was werkzaam als chauffeur. Door broederdienst had hij de dienstplicht ontlopen waardoor het aannemelijk is dat hij minimaal twee oudere broers had. Een jaar na indiensttreding rondde hij de rekrutenopleiding met goed gevolg af. Op 30 november 1927 werd hij bevorderd tot marinier 2e klasse nadat hij de proef hiervoor met een ‘zeer goed’ heeft afgerond. Gedurende deze periode behaalde hij ook het brevet scherpschutter.[xii]

Kopie van conduiteboek van Van der Poel (collectie NIMH)
In maart 1928 werd de marinier geplaatst op marinevliegkamp De Kooy waar hij de opleiding tot vliegtuigmitrailleurschutter volgde. Het brevet vliegtuig mitrailleurschutter 1e klasse werd hem op 24 september 1928 toegekend. Vanaf 19 augustus 1929 ontving hij ook een toelage mitrailleurschutter 2e kl van fl 0,10 per dag.[xiii] Tot dat moment lijkt Van der Poels carrière soepel en voorspoedig te verlopen. Hij haalt alle opleidingen met goed resultaat en er lijkt – in ieder geval volgens het conduiteboekje – geen vuiltje aan de lucht. Dit blijkt schone schijn, want in januari 1931 werd in zijn conduite-boekje ‘plotseling’ melding gemaakt van fysieke ongeschiktheid. Zijn brevet voor vliegtuigmitrailleurschutter verviel hierdoor en hij kreeg geen bezoldigingsverhoging voor twee jaar diensttijd. Op 1 juli 1932 gaat Van der Poel – na ruim zes jaar als marinier gediend te hebben – ‘Met eervol ontslag uit den zeedienst wegens ongeschiktheid voor het waarnemen van den dienst ten gevolge van gebreken’. Uit zijn personeelsdossier dat bewaard is gebleven bij het NIMH zijn geen gegevens teruggevonden waaruit de ongeschiktheid van Van de Poel blijkt.[xiv] In zijn marinetijd was Van der Poel op 23 juli 1931 getrouwd met de Duitse Elisabeth Wilhelmine Blumenthal. Samen woonden ze in Den Helder en hadden in februari 1932 hun eerste kind gekregen.[xv] Zodoende moest er na zijn ontslag brood op de plank komen. In december 1932 vond Van der Poel een baan bij de Koninklijke Marine als sjouwer bij het mijnenmagazijn van de Rijkswerf Willemsoord.[xvi]
In dienst bij het mijnenmagazijn
Van der Poel deed zijn werk als sjouwer blijkbaar naar tevredenheid, want in 1936 wordt hij aangesteld als mijnenmonteur. Zijn werk als mijnenmonteur werd echt serieus vanaf september 1939 als er door de strijdende partijen mijnen op de Noordzee worden gelegd en er losgeslagen exemplaren aanspoelen op de Nederlandse kust. Aan de mannen van het mijnenmagazijn was het de taak deze onschadelijk te maken. Van der Poel toonde daarbij leidinggevende capaciteiten en was blijkbaar zo bedreven in deze werkzaamheden dat hij op 1 april 1940 werd bevorderd tot commandeur (voorman). De bevordering was niet onomstreden, zo blijkt uit een verklaring van de Helderse burgemeester Govert Ritmeester. Na de oorlog gaf hij aan al in 1939 signalen te krijgen dat Van der Poel ‘anti Vaderlandse gezindheid toonde’ en dat hij deze informatie gedeeld had met directeur Rijkswerf Sierik Visman. Visman bevestigde voornoemde gang van zaken, maar gaf aan dat geuite verdachtmakingen niet concreet genoeg waren. Het gunstig functioneren van Van der Poel gaf de doorslag voor zijn bevordering.[xvii]

Een aangespoelde zeemijn op de Helderse Zeewering, 1939 (collectie NIMH)
Ook onder Duits gezag bleven de werkzaamheden van mijnenruimers onder leiding van Van der Poel doorgaan. In lokale kranten wordt in de jaren ’40-’43 regelmatig aandacht besteed aan het ruimen van de zeemijnen op de stranden langs de Noord-Hollandse kust, Texel incluis. Van der Poel wordt in vele van deze artikelen geciteerd, zo staat hij op 23 januari 1943 op de voorpagina van de Texelsche Courant omdat hij zijn 1000ste mijn had gedemonteerd.[xviii]
‘Van der Poel koos ervoor om te repatriëren’
Ondertussen leek het huwelijk van Van der Poel, ondanks vier kinderen, niet geheel gelukkig. Hij dronk veel en had een affaire met een Haarlemse onderwijzeres. Van der Poel zelf gaf na de oorlog de stress van het mijnenruimen en het vele van huis zijn de schuld van zijn overmatige drankgebruik en de huwelijkse perikelen. Voorjaar 1943 bevond hij zich door die stress in zodanige stemming dat hij dienstname bij de Kriegsmarine als uitweg van zijn problemen zag. In maart 1943 meldde hij zich dan ook vrijwillig aan en op 29 juni 1943 arriveerde hij in een opleidingskazerne in Norden (Duitsland).[xix] Van der Poel hoorde hiermee tot de vroege vrijwilligers. Pas in de zomer van 1944 liep het aantal Nederlandse vrijwilligers bij de Kriegsmarine echt op, nadat de Duitsers actief waren gaan werven.[xx]
Bij de Kriegsmarine
Niet verwonderlijk maakte de Kriegsmarine gebruik van de expertise van Van der Poel. Zo werkte hij in 1943 en 1944 in het Sperwaffen-arsenaal te Cuxhaven en volgde hij specialistische mijnenruimopleidingen in Sonderborg (Denemarken). Later in de oorlog werkte hij voor de 5e Sicherungs Division, een mijnenbestrijdingseenheid en ruimde mijnen op de Noordzee eilanden Sylt, Nordeney, Borkum en Wangeroog. Naast het ruimen van mijnen verrichte Van der Poel ook andere werkzaamheden zoals in het herstellen van machines, lichtinstallaties en radio’s. Ook na de capitulatie van Duitsland bleef hij op genoemde eilanden tot juli 1945 mijnenruimen. Op dat moment arriveerden de Britten. Naar eigen zeggen kon hij onder Britse leiding doorgaan met mijnenruimen, maar daar ging hij niet op in. Van der Poel koos ervoor om te repatriëren en zijn internering in Nederland startte op 31 augustus 1945 te kamp Vught.[xxi]

Matrozen van de Kriegsmarine rusten uit op het dek van een torpedobootjager, 1943 (collectie NIOD | 107214)
Internering en strafvervolging
Met zijn internering kwam Van der Poel terecht in het systeem van de Bijzondere rechtspleging. Dat deze in de beginjaren nog geen geoliede machine was verbaast niet, gezien de rommelige naoorlogse jaren waarin het land en landsbestuur weer werden opgebouwd. Deze aanloopperikelen bezien, gepaard met het groot aantal vermeende collaborateurs dat onderzoek afwachtte, werd Van der Poel pas voor het eerst in najaar 1946 verhoord. Hij is dan inmiddels overgeplaatst naar interneringskamp Erfprins in Den Helder. Niet alleen Van der Poel werd voor zijn casus ondervraagd. De Politieke Recherche Afdeling (PRA) Alkmaar bouwde een breed dossier op. Zo werd directeur Rijkswerf Sierik Visman ondervraagd en werd de verklaring van de eveneens eerdergenoemde Helderse burgervader Govert Ritmeester opgenomen. Verschillende collega’s van het mijnenmagazijn zagen ook verhoor. Hieruit komt een beeld naar voren van een pro-Duitse Van der Poel, die de bezetter in zijn rol als commandeur faciliteerde. Hij hielp echter ook collega’s als ze problemen hadden met de Duitsers. Collega Arie Kater: ‘Gedurende de bezettingsjaren was de houding van Van der Poel pro-Duits. Hij heeft ons, het personeel, echter nimmer enige last bezorgd. Als wij moeilijkheden hadden met de Duitsers, heeft hij ons altijd geholpen. Hij wist dat wij naar de Engelse zender luisterden, doch hij heeft daar nooit aanmerkingen opgemaakt.’[xxii]
Op 26 juni 1947 houdt het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam een openbare zitting waar de zaak wordt behandeld. Naast de eigen verklaring van Van der Poel – waarin hij toegaf nog steeds pro-Duits te zijn, maar geen Nationaalsocialist – werden vijf getuigen gehoord. Zij verklaarden ten voordele van de oud-marinier dat hij een goede baas was, voor de oorlog niet kenbaar pro-Duits en sommige noemden hem zelfs een goed vaderlander. Zijn anticommunisme werd meerdere malen benadrukt. Al deze goede woorden mochten niet baten en op 10 juli 1947 achtte het Bijzonder Gerechtshof Van der Poel schuldig aan dienstname bij de Kriegsmarine. Hem werd een gevangenisstraf van vier jaar met aftrek van voorarrest opgelegd. In de veroordeling van het hof is te lezen dat Van der Poel het recht wordt ontzegd voor het bekleden van (publieke) ambten voor het leven evenals voor het dienen in een gewapende macht. Opmerkelijk genoeg wordt hem het passief en actief kiesrecht niet ontzegd terwijl dat wel gebruikelijk was. Verder verloor Van der Poel zijn Nederlanderschap waardoor hij staatloos werd. Zijn gevangenisstraf zat Van der Poel uit in kamp Crailoo en mijnwerkerskamp Eygelshoven. Op 9 juni 1949 werd hij vrijgelaten. [xxiii]
‘De vrijwilligers kozen met dienstname voor de gemakkelijkste weg voor henzelf zonder zich over de consequenties voor andere te bekommeren’
Past Van der Poel in het beeld van Kriegsmarine-vrijwilligers?
Zoals in de inleiding geschreven past Van der Poels verhaal voor een deel in het beeld van de andere Nederlandse vrijwilligers bij de Kriegsmarine. Net als driekwart van zijn mededaders was hij geen NSB-lid of overtuigd Nationaalsocialist. Ook volgde Van der Poel, net als 60% van de andere vrijwilligers, alleen lager onderwijs, komt hij uit een stedelijke omgeving en hoewel iets ouder dan gemiddeld valt hij daarmee ook niet op. Een aanzienlijk deel van de Nederlandse vrijwilligers meldde zich pas bij de Kriegsmarine nadat ze op een hellend vlak waren gekomen van hand en spandiensten aan de Duitse bezetter, zoals vrijwillig werken in de Duitse oorlogsindustrie en zich daar vervolgens weer aan onttrokken. Ook het plegen van kleine criminaliteit zat vaak in de aanloop naar dienstname. Door het fijnmazige controle- en opsporingsapparaat van de Duitsers en veelal onnozel gedrag van betrokkene werden ze vaak gepakt en voor een keuze gesteld: dienstname bij Kriegsmarine of naar de gevangenis cq. het kamp. De vrijwilligers kozen met dienstname voor de gemakkelijkste weg voor henzelf zonder zich over de consequenties voor anderen te bekommeren. Van der Poel past in dit beeld. Ook hij heeft, door zijn eigen toedoen, een situatie gecreëerd waarin hij zich niet comfortabel voelde. Hij loste die situatie niet op, maar zag dienstname bij de Kriegsmarine als een manier om zich aan de situatie te onttrekken. Hiermee versterkte hij de krijgsmacht van een tiranniek regime dat extreme wreedheden uitvoerde en verlengde hiermee de strijd van de Geallieerden om Europa en haar bevolking van dit regime te bevrijden. Foto rechts: Wervingsadvertentie van de Kriegsmarine waarin Nederlandse zeehelden uit de 17e eeuw centraal staan.
Hoewel ongeveer een kwart van de Nederlandse vrijwilligers bij de Kriegsmarine militaire training had genoten, voor het begin van de oorlog in mei 1940 was dat in het overgrote deel in het kader van dienstplicht en mobilisatie. Andere voormalige Nederlandse beroepsmilitairen die bij de Kriegsmarine dienden komen in dit onderzoek niet naar voren. Dat wil niet zeggen dat er naast Van der Poel niet meer dienders waren, maar ze waren schaars. Dit maakt het verhaal van Van der Poel uniek.
Wat leren we hiervan?
Hoezeer uniek, past de casus Van der Poel wel in het beeld van de Nederlandse vrijwilligers bij de Kriegsmarine, dat uit onderzoek onder ruim 130 vrijwilligers is ontstaan. Voor ongeveer 75% van hen was het geen ideologische keuze vanuit Nationaalsocialistische overtuiging, maar een dynamisch geheel van drivers die stap voor stap de drempel voor dienstname uiteindelijk verlaagden. Zo waren zijn jeugd in Duitsland, zijn Duitse vrouw en zijn intensieve contacten met de Duitse militairen een complex van drivers die tot zijn dienstname bijdroegen. De voor zijn gevoel onmogelijke relatieknoop waarin hij zich gemanoeuvreerd had, was het laatste duwtje in dit graduele proces. Hiermee past ook het verhaal van Van der Poel in het beeld van de Nederlandse vrijwilligers bij de Kriegsmarine.
Noten
[i] NIOD, Archiefnummer 123 Archief Nationaal-Socialistische Beweging, inv.nr. 2.09.838 Aantal naamlijsten van vrijwilligers bij de Kriegsmarine (z.d). Doel van deze lijst was het versturen van lectuur en kranten naar zeevarenden - in dit geval bij de Kriegsmarine (deze bron is beperkt openbaar); 'Historische Marinearchiv', https://historisches-marinearchiv.de/projekte/crewlisten/ww2/eingabe.php?lang_cl=2&active_cl2=result (geraadpleegd op 31 januari 2022).
[ii] Paul Dröge, Nederlanders voor de Kriegsmarine. Achtergronden en motieven van Nederlandse vrijwilligers in de Kriegsmarine 1940-1945 (masterscriptie militaire geschiedenis, UvA) 28 juni 2022.
[iii] N.K.C.A in ’t Veld, De SS in Nederland. Documenten uit SS-archiven 1935-1945. Deel 1 (Den Haag 1976) 385; Nederlanders en de Luftwaffe collaboratie, dwang en verzet in: Peter Grimm, Erwin van Loo, Rolf de Winter (red), Vliegvelden in oorlogstijd Nederlandse vliegvelden tijdens bezetting en bevrijding 1940-1945, 124-134.
[iv] Nederlanders en de Luftwaffe, 124-125; In ’t Veld, De SS in Nederland 376.
[v] Dick Brongers, Op tegengesteld koersen. De kustvaart in oorlogstijd (Deventer 1996) 49, 54-55.
[vi] S.C. Kooijman, ‘Verraders waarvoor in bevrijd Nederland geen plaats zal zijn’. Institutioneel onderzoek naar de beleidsterreinen van de bijzondere rechtspleging 1945-1952 (Den Haag 2000) 42; Dataset auteur.
[vii] Kooijman, 'Verraders waarvoor in bevrijd Nederland geen plaats zal zijn', 7.
[viii] NL-HaNA, CABR.
[ix] Biografische Portaal van Nederland, Jan Hendrik van Kinsbergen, http://www.biografischportaal.nl/persoon/00963676 (geraadpleegd op 15 november 2023).
[x] Artikel 101 Wetboek van Strafrecht, https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&boek=Tweede&titeldeel=I&artikel=101&z=2023-10-01&g=2023-10-01 (geraadpleegd op 15 november 2023).
[xi] Artikel 25 besluit buitengewoon strafrecht, https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002006&artikel=24&z=2020-01-01&g=2020-01-01 (geraadpleegd op 15 november 2023).
[xii] Nederlands Instituut Militaire Historie (NIMH), Lijst militaire voorouders Koninklijke Marine (geboren 1850-1908), Stamboek 3473, doos 1137, dossier GM van der Poel, Conduiteboekje.
[xiii] NIMH, Personeelskaart. Dat Van der Poel in augustus 1929 een toelage voor vliegtuigmitrailleurschutter 2e klasse toegekend werd schijnbaar veroorzaakt door een nieuwe indeling van de brevetten voor deze functie waardoor hij vanaf dat moment het brevet 2e kl heeft.
[xiv] NIMH, Conduite-boekje.
[xv] Regionaal Archief Alkmaar, archief 77.1.2.030, inventarisnummer 634 Burgerlijke Stand Regiogemeenten, Periode: 1931, akteplaats Den Helder, Huwelijksregister blz 77, aktenummer 149.
[xvi] Personeelskaart Rijkswerf; NL-HaNA, CABR, inventarisnummer 8220 (Politieke Recherche Afdeling Alkmaar) dossier 8295, PV van de openbare gehouden terechtzitting van het Bijzondere Gerechtshof te Amsterdan, 1b kamer van de 26 juni 1947.
[xvii] NL-HaNA, CABR, inventarisnummer 8220 (Politieke Recherche Afdeling Alkmaar) dossier 8295.
[xviii] Zeldzaam Jubileum bij de Mijnendemontage-dienst, Texelse Courant, 23 januari 1943, 1.
[xix] NL-HaNA, CABR, inventarisnummer 8220 (Politieke Recherche Afdeling Alkmaar) dossier 8295.
[xx] Dataset auteur.
[xxi] NL-HaNA, CABR, inventarisnummer 8220 (Politieke Recherche Afdeling Alkmaar) dossier 8295.
[xxii] Ibidem.
[xxiii] Ibidem.
Meer uit deze categorie
'Verblijven in de afgrond van de hel!'
In het Nationaal Archief te Den Haag zijn de werfboeken van Harlingen daterend tussen 1798-1808 te vinden. Dit archiefmateriaal is voor dit…
Het leven van een marnier-arts tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog
In de Normandische havenstad Cherbourg koopt eerste luitenant-vlieger Frans Lutz zijn eerste dagboek. De 28-jarige vlieginstructeur van de…
Nederlanders aan boord van Hitlers vlaggenship
Tenminste 35 Nederlandse dienstvrijwilligers werden – als enige niet-Duitsers – op Hitlers vlaggenschip de Tirpitz geplaatst. Wie waren…

