Zonder smet noch blaam!
Het optreden van de mariniers van kolonel François Palm in de Slag bij Seneffe 1674
Precies 350 jaar geleden vechten mariniers, deels onder leiding van kolonel François Abrahamszoon Palm samen in een Duits-Nederlands-Oostenrijks-Spaanse alliantie tegen de Fransen tijdens de Slag bij Seneffe. Deze strijd, tussen het Franse leger onder leiding van prins Lodewijk II van Bourbon, prins van Condé en geallieerde troepen onder de Nederlandse stadhouder Willem III van Oranje, vindt plaats tijdens de Hollandse Oorlog (1672-1678). Gedurende dit conflict probeert de Franse koning Lodewijk XIV delen van de zogeheten Spaanse Nederlanden, het huidige België, te veroveren. Hoewel voornoemde veldslag op 11 augustus 1674 onbeslist blijft, zien beide partijen zichzelf als winnaar.
Het prijkt bijvoorbeeld met goudgeborduurde letters op het huidige vaandel van het Korps Mariniers: ‘Seneffe’.[2] Dit artikel onderzoekt hoe dit vaandelopschrift zich verhoudt tot de identiteit van het huidige Korps Mariniers, alsook wat de betekenis ervan en de erfenis van kolonel Palm en zijn mariniers inhoudt voor een eenheid die nota bene wordt aangeduid met ‘zeesoldaten’.
Oprichting Regiment der Marine
Op 10 december 1665 wordt op initiatief van raadpensionaris Johan de Witt en luitenant-admiraal Michiel Adriaanszoon de Ruyter het Regiment der Marine ingesteld, het latere Korps Mariniers.[3] De Staten van Holland besluiten hiertoe vanwege langdurige onvrede binnen de Staatse vloot over het functioneren van landsoldaten die op schepen worden gedetacheerd ten behoeve van entergevechten. Deze militairen zijn volgens zeeofficieren ongeorganiseerd, ongeoefend en
ongedisciplineerd. Acht dagen na de oprichting van deze eenheid volgt in de rang van kolonel de aanstelling van de eerste regimentscommandant; Willem Joseph baron van Ghent. Eerder dient hij als luitenant-kolonel van het legerregiment Walen en is betrokkene gouverneur van de marinebasis Hellevoetsluis. Als adviseur en vertrouweling van De Witt staat Van Ghent aan de wieg van de nieuwe eenheid.[4] De Witt en De Ruyter formuleren strenge criteria waar de zeesoldaten aan moeten voldoen. Zo moeten ze bereid zijn zowel aan boord als op land te dienen, garnizoen te houden in de havens en werkzaamheden te verrichten aan boord. Hun verhouding tot de bemanning wordt nauwkeurig afgebakend en vastgelegd, zodat de betrokken militairen hun karakter behouden van landsoldaten en tegelijkertijd geschikt zijn dienst te doen ter zee. De oorlogsvloot zelf mag geen koopvaarders meer vorderen en moet voorafgaand aan een conflict regelmatig oefenen. Zeesoldaten moeten onder het gezag van hun eigen officierskader blijven. De hoofdofficieren van het regiment mariniers dienen daarbij ook zeebenen te hebben en als commandant van een marineschip te kunnen optreden. Ieder nieuwbenoemde hoofdofficier der mariniers krijgt door de admiraliteiten een schip toegewezen om sich tot den maritiemen dienst meer en de meer bequam te maken.[5] Van Ghent voldoet aan al deze criteria. Hij neemt tijdens de Noordse Oorlog (1655-1660) onder bevel van admiraal De Ruyter in 1659 en 1660 deel aan expedities naar Denemarken. Tijdens deze oorlog ontstaat ook de behoefte aan amfibische operaties. Samen met Palm en sergeant-majoor Johan Belgicus graaf Van Horne vormen zij in eerste instantie de leiding van het Regiment der Marine.[6] Van Ghent sneuvelt echter op 7 juni 1672 bij de Slag bij Solebay. Tijdens een aanval met zijn vlaggenschip Dolphijn op het Engelse linieschip Royal James doorboren scherven van een kanonskogel zijn linkerbeen en romp, waardoor hij ‘hardsteecken doodt voorover’ valt.[7]
Foto rechts: Koning-stadhouder Willem III afgebeeld als koning van Engeland, Schotland en Ierland. Dit portret toont Willem III met de onderscheiding Orde van de Kousenband en op de achtergrond twee zuilen met tekens van kracht en onverzettelijkheid, twee karaktertrekken van Willem III. Door L. Houdoroy, omstreeks 1690 (collectie 91253 | Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau)
De opkomst van Willem III
Eveneens in 1672 volgt een grootscheeps Franse aanval op de Nederlandse Republiek. De beroemde woorden ‘de regering radeloos, het volk redeloos en het land reddeloos’ vatten de chaos en wanhoop van de bevolking van ons land samen. Tijdens dit zogeheten Rampjaar wordt de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aangevallen: vanuit het zuidoosten door Frankrijk alsook door de bisdommen Münster en Keulen, en op zee door een Engels-Franse vloot. Hoewel de marine van de Republiek tot de sterkste van zijn tijd behoort, bevindt het Staatse leger zich in een deplorabele toestand na decennia van vrede op het land. Terwijl de Slag bij Solebay woedt, maken Franse troepen zich op voor de aanval. Op 12 juni steekt koning Lodewijk XIV de Rijn over bij Lobith, bekend als de Slag bij Tolhuis, en overrompelt het verzwakte leger van de Republiek. Steden vallen één voor één in Franse handen. Op 19 juni valt Naarden en op 24 juni Utrecht.[8]
De navolgende crisis roept om drastische maatregelen. Velen pleiten voor de benoeming van de pas 21-jarige Willem III tot stadhouder. Deze is, gelet op zijn jonge leeftijd na de dood van zijn vader Willem II in 1650, niet in voornoemde functie aangesteld. Tot dan toe verscherpt echter de interne verdeeldheid binnen de Republiek. Staatsgezinden die weinig met de Oranjes hebben, zoals raadpensionaris De Witt, staan hierbij lijnrecht tegenover Prinsgezinden. Als gevolg van de desastreuze frontsituatie treedt De Witt af. Wanneer De Witt en zijn broer Cornelis op 20 augustus 1672 worden gelyncht, bereikt de crisis een kookpunt. In datzelfde jaar wordt Willem III benoemd tot opperbevelhebber van het leger en stadhouder. De Oranjetelg weet het tij te keren en verwerft door militaire successen, met onder andere landinzet en uitbreiding van het ‘Regiment der Marine’, een sterke politieke positie in de Republiek.[9]
‘Het vaandel symboliseert niet alleen trouw, eenheid en eergevoel, maar vormt ook de verbinding tussen de individuele marinier, het korps en het Koninklijk Huis’
Bijlage van het Koninklijk Besluit no. 116 van het Vaandel van het Korps Mariniers uit 1929 met het opschrift ‘Seneffe’ (NA Den Haag, Kabinet der Koningin 1898-1945, toegang 2.02.14, inv.nr. 8164)
Belangrijke wapenfeiten
In de eerste jaren van het bestaan der Nederlandse mariniers vinden drie belangrijke wapenfeiten plaats: de Tocht naar Chatham (1667), de Zeeslag bij Kijkduin (1673) en de Slag bij Seneffe (1674). Twee daarvan spelen zich af tijdens de eerdergenoemde Hollandse Oorlog. Het hedendaagse optreden van het Korps Mariniers is rechtstreeks terug te voeren op deze historische operaties: ‘inzet op zee’, ‘vanuit zee’ en ‘aan land’.[10] Het vaandel van het Korps Mariniers, waarop deze drie wapenfeiten staan vermeld, wordt op 16 september 1929 door koningin Wilhelmina uitgereikt aan de toenmalige korpscommandant kolonel Jan Oele, op het Malieveld te Den Haag.[11] Het vaandel symboliseert niet alleen trouw, eenheid en eergevoel, maar vormt ook de verbinding tussen de individuele marinier, het korps en het Koninklijk Huis. Vaandelopschriften vormen namelijk een belangrijk onderdeel van militaire tradities en herinneren een eenheid aan hun daden. Een vaandel zorgt zo voor de continuïteit van tradities bij een eenheid en draagt bij aan het eenheidsgevoel, het zogeheten esprit de corps.[12] De enige vaandelopschriften die teruggaan tot de Staatse tijd zijn die van het Korps Mariniers en die van de vloot, waarbij die van het eskader zelfs terugvoeren op de Middeleeuwen.[13] Met het verlenen van het opschrift ‘Seneffe’ wordt erkenning en waardering gegeven aan de inzet van de eerste zeesoldaten.
Kolonel François Abrahamszoon Palm
François Abrahamszoon Palm, geboren in 1620 te Dordrecht, is een van die geroutineerde zeesoldaten.[14] Hij komt uit een gezin met zes broers en een zus. Hoewel details van zijn jongere jaren schaars zijn, is bekend dat hij meerdere kinderen heeft en drie keer is getrouwd: met Beatris Drap, Margareta Erpraet en Anne Cornelia de Castellios uit Dordrecht. François Palm begint zijn militaire carrière in het Staatse leger als luitenant in de garnizoenen Doesburg en Geertruidenberg.[15] Hij neemt ook deel aan de Noordse oorlog, waarschijnlijk aan de zeeslag in de Sont (1658) en aan de amfibische operatie bij Nyborg op het eiland Funen (1659), waarbij hij tijdelijk bij ’s lands vlote wordt gedetacheerd. In 1664 keert hij als kapitein terug naar het landleger en een jaar later stapt hij over naar het Regiment der Marine.[16]
Vanaf dat moment is meer van zijn leven gedocumenteerd. Zo voert de Dordtse officier tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog (1665-1667) met overtuiging het bevel van een aantal oorlogsschepen. Hij neemt bijvoorbeeld onder admiraal De Ruyter deel aan de beroemde Tocht naar Chatham, waarbij hij als scheepscommandant het bevel voert over de Deventer bewapend met 64 kanons en bemand met 250 matrozen en 40 mariniers. Later wordt Palm ingedeeld bij de amfibische landing en verovert hij samen met 800 mariniers zonder tegenstand fort Sheerness dat de monding van de Medway-rivier moet beschermen. De gehele expeditie is een succes, mede door het buitmaken van het Engelse vlaggenschip HMS Royal Charles. De Tocht naar Chatham is ook de laatste geslaagde raid op Engelse bodem sinds Willem de Veroveraar (1066) en markeert het eerste wapenfeit van het Korps Mariniers. [17]
Olieverf op paneel getiteld ‘De Hollanders steken Engelse schepen in brand tijdens de Tocht naar Chatham’. Op de voorgrond komen sloepen met zeesoldaten aan land komen. Uiterst links het fort Sheerness dat ingenomen wordt door Palm en het Regiment der Marine. Door Jan van Leyden, 1667-1669 (Rijksmuseum | SK-A-1386)
Na de dood van Van Ghent neemt Palm het stokje over. De Dordtenaar behaalt tijdens de Hollandse Oorlog diverse successen op het land tegen de Fransen, onder andere bij de Slag bij Kruipin (1672) en het Beleg van Naarden (1673). Tijdens eerstgenoemd treffen – te weten een fort bij Woerden – heroveren de mariniers onder Palm een verloren Nederlands vaandel en bemachtigen zij een vijandelijk vaandel bij een gevecht te Oudewater. Helaas blijken de Fransen te sterk en komt Woerden nog een jaar onder Franse bezetting. Het Franse vaandel wordt in die tijd wekenlang tentoongesteld in de Ridderzaal in Den Haag.[18] Indertijd vormt het vaandel het herkenningspunt van een eenheid gedurende een gevecht. Waar het vaandel is, daar is de regimentscommandant.[19] In dit opzicht vergroot Palm zijn aanzien met het bemachtigen van dat Franse vaandel. Voor zijn inzet bij Woerden bevordert Willem III Palm tot kolonel der mariniers en stelt hem aan als commandant van het mariniersregiment Van Ghent, sindsdien Palm geheten.[20] Tegenwoordig herinnert de Kolonel Palmkazerne in Bussum aan deze opmerkelijke militair, wiens daden, zoals de Slag bij Kruipin, van grote historische betekenis zijn.
De inname van Naarden verdient eveneens vermelding. De vestingstad – zoals eerder aangegeven – is in de periode 1672-1673 in Franse handen. Op 6 september 1673 omsingelen Staatse troepen Naarden. Ondanks zware verliezen weet het mariniersregiment van Palm een bres te slaan in de verdedigingslinies wat leidt tot de overgave van de Franse commandant en brengt een keerpunt teweeg in de Hollandse Oorlog. Palm zelf vecht, ondanks een verwonding door een granaatscherf, nog drie uur door. Na Naarden krijgt de Republiek steun van bondgenoten en volgen er met uitzondering van Frankrijk vredesakkoorden met de overige tegenstanders.[21]
‘Ondanks zware verliezen weet het mariniersregiment van Palm een bres te slaan in de verdedigingslinies’
De Slag bij Seneffe
Bijna een jaar na het Beleg van Naarden vindt de Slag bij Seneffe plaats, waarbij, zoals eerder aangehaald, een geallieerd leger van Nederlandse, Spaanse en Oostenrijkse troepen tegenover een Franse strijdmacht staat. In deze tijd bedreigen de Fransen de zuidelijke Nederlanden en Willem III wil met naar schatting 60.000 militairen de Franse agressor terugdringen tot het eigen grondgebied. Seneffe vormt het strijdtoneel van de eerste grote alliantie die de stadhouder zelf leidt. Grofweg de helft van de geallieerden eenheden wordt gevormd door Nederlandse troepen, waaronder twee mariniersregimenten. De slagorde van het bondgenootschappelijke contingent kent een rechter- en een linkervleugel, met twee brigades cavalerie (5 á 6 regimenten) en twee brigades infanterie (8 á 9 regimenten). De rechtervleugel staat onder leiding van Johan Maurits graaf van Nassau-Siegen en de linkervleugel onder generaal George Frederik graaf van Waldeck-Eisenberg. De brigadier der mariniers George Johan baron van Weede van Walenburg, commandant van de vesting Grave, voert het bevel over zijn mariniersregiment en de tweede brigade infanterie op de rechtervleugel. Palm bevindt zich met het achtste regiment bij de derde infanteriebrigade in de linkervleugel van het Hollandse leger.
Kaart van de Slag bij Seneffe (Rijksmuseum | RP-P-OB-82.359)
Naast het mariniersregiment van Palm staan nog acht andere regimenten: Waldeck, Heeswijk, Sedlenitzky, Mario, Brantswart, Burmania, Van Holstein en Polants.[22] De zeesoldaten vechten hier dus zij aan zij met landsoldaten. Een bijzondere wetenswaardigheid is dat de wapenspreuk Qua Patet Orbis (zo wijd de wereld strekt) van het huidige Korps Mariniers aan deze slag is verbonden. Het is de wapenspreuk van Johan Maurits graaf van Nassau-Siegen, die eerder zijn carrière gouverneur was van een Nederlandse kolonie in het huidige Brazilië. Omdat Palm samen met de graaf vecht bij Seneffe vormt dit eeuwen later de inspiratie om de wapenspreuk te verbinden aan de eenheid.[23] De wapenspreuk slaat dus niet alleen op het karakter van het Korps Mariniers, maar ook – net als het vaandel – op de verbinding met het koningshuis.
Wekenlang draaien beide legers om elkaar heen, waarbij ze elkaar uitdagen zonder dat het tot een beslissende slag kwam. Op 11 augustus, om tien uur ’s ochtends, is het eindelijk zo ver. De ervaren Franse generaal Lodewijk II van Bourbon, prins van Condé, kan zich niet langer inhouden als prins Willem III zijn leger dicht langs de Franse linies laat marcheren. De Franse veldheer is van mening dat de oprukkende geallieerde colonnes te ver verwijderd zijn van de eigen achterhoede om deze bij een aanval te kunnen steunen. Het Franse leger bevindt zich daarbij in een dusdanig vooruitgeschoven positie dat Condé de aanval inzet. Volgens Franse bronnen bezet de Hollandse infanterie de dorpskern en het kasteel van Seneffe. De cavalerie van Condé valt als eerste de achterhoede van de geallieerden aan. Bij de inname van Seneffe ondervinden de Fransen weinig weerstand en moeten de Nederlanders zich hergroeperen. De eenheden van Condé zijn minder succesvol in hun strijd tegen de mariniers. Deze keurtroepen van Palm en Van Weede, hebben namelijk veel gevechtservaring.[24]
In St Nicholas zijn ’t de Hollandse mariniers van ’t regiment Van Weede, die de Fransche ruiterij tegenhouden, waardoor de Hollandsche andermaal gelegenheid krijgt, om de slagorde te herstellen en een sterke linie te vormen. Een woedend gevecht heeft nu plaatst tusschen de Fransche ruiters en de Hollandsche zeesoldaten. Condé wordt ongeduldig en geeft bevel tot den aanval op St Nicholaas (…) en bestormt ontstuimig de abdij van St Nicholas. Ook nu weren de mariniers zich heldhaftig. Maar niets kan den aanstormenden veldheer tegenhouden.[25]
Er wordt een eind gemaakt aan het dappere verzet van de mariniers bij de abdij. Het is dan al bijna twee uur in de middag en de hevige strijd is dan al bijna vier uur gaande. Op dat moment zijn de Franse troepen nog aan de overhand. Condé probeert een beslissing te forceren. Door de terreinwinst in Seneffe en Saint-Nicholas-aux-Bois (de abdij) is de Franse veldheer wat overmoedig. Bij het dorpje Fayt-lez-Manage laat Condé zijn troepen op drie verschillende plaatsen aanvallen. De Fransen worden onthaald op hevig geschut- en musketvuur en de weinigen van hen die er in slagen de geallieerde stellingen binnen te dringen sneuvelen al snel:
'In het bijzonder onderscheiden zich hierbij een der bataljons van het mariniersregiment van Palm. Herhaaldelijk worden de aanvallen afgeslagen en de troepen handhaven zich in de stellingen.'[26]
‘De geallieerden lijden uiteindelijk geen nederlaag, mede door het standvastig optreden van de keurtroepen van Palm en Van Weede’
De uitputtingsslag tussen beide legers gaat hierna onverminderd door. Bij schemer beseft Condé dat zijn troepen uitgeput raken en laat hij langzamerhand het gevecht afbreken. In eerste instantie hebben de geallieerden niet door dat de Fransen het slagveld ontruimen. Willem III wil doorvechten, maar zijn coalitiepartners stemmen daar niet mee in. Nadat de Fransen zijn afgemarcheerd vertrekken ook de bondgenoten.[27] De Slag bij Seneffe is de geschiedenisboeken ingegaan als een van de bloedigste van zijn tijd. De verliezen zijn hoog met meer dan 10.000 doden en gewonden aan beide zijden.[28] De geallieerden lijden uiteindelijk geen nederlaag, mede door het standvastig optreden van de keurtroepen van Palm en Van Weede. In toenmalige bronnen verwijzen enkele regels naar hun moedige inzet. In een aantal bijschriften van etsen staat het volgende over Palm en Van Weede vermeldt:
'Soo dat de Regimenten Marinen van prins Maurits, Palm, Wee (…) den heelen inval van alle Franssen wel twee uuren langh, tot dat sij ten deelen, genoodtsaeckt waren te wijcken in de ruïnes van ’t Huys en kerk van Seneffe, waer uijt sij met ongeheloofelijke schade onder de Fransse cavalerie chargeerden (…) bleven hardtneckigh vechten.'[29]
Uitsnede van titelafbeelding met mogelijk kolonel Palm rechts in het midden, groen tenue met de rug toegekeerd (Rijksmuseum | RP-OB-82.424)
Elders valt zelfs te lezen dat kolonel Palm met zijn regiment als eerste het gevecht aangaat.[30] In ieder geval zijn bij alle drie de afzonderlijke belangrijke gevechtsacties van de slag, waaronder die in het dorp Seneffe zelf, de mariniers van Palm en Van Weede betrokken. Tijdens deze operaties maken zij het verschil. Kolonel Palm raakt tijdens deze gevechten dodelijk gewond en overlijdt drie dagen later in Bergen, Henegouwen. Waar hij precies zijn verwondingen oploopt is onbekend. Wel is bekend dat hij sterft als een held, zonder smet noch blaam. Naderhand wordt zijn lichaam overgebracht naar zijn geboorteplaats:
'Zienlijke rouw en lijkstaci, by toortslicht, en gevolg van verscheyde karossen, ter aarden gebracht, werdende opte hoogzaal ter Grooter-Kerke binnen Dordrecht, ingezarkt.'[31]
Op 19 augustus 1674 krijgt Palm een staatsbegrafenis in de Grote Kerk van Dordrecht. Van zijn graf resteert om onbekende redenen niets meer. Het moet zich ongeveer ter hoogte van het koor hebben bevonden.[32] Ter nagedachtenis aan kolonel Palm hangt in dezelfde kerk een schild aan een pilaar met zijn naam en het wapen van het Korps Mariniers.
Nalatenschap
De strijd in en rondom Seneffe is een van de minder bekende hoogtepunten in de geschiedenis van het Korps Mariniers. Met dit artikel probeert de auteur niet alleen de succesvolle inzet van de Nederlandse zeesoldaten aan de vergetelheid te ontrukken. Door het hoe en waarom achter dit specifieke opschrift op het Korpsvaandel, nu, 350 jaar na de veldslag, uit de doeken te doen, wil de auteur ook de erkenning van moed en vastberadenheid van de mariniers tijdens deze veldslag markeren. Dit optreden lijkt illustratief voor de status van het korps als elite-eenheid en draagt bij aan de opvatting van moed en toewijding. Een opschrift als Seneffe versterkt het eergevoel van de mariniers en verbindt het verleden met het heden op een manier die zowel praktisch als symbolisch is. Zo symboliseert het opschrift de historische prestatie van het Regiment der Marine en in dit geval in het bijzonder die van Palm. Zijn erfenis leeft dan ook voort in de huidige tradities en waarden van het Korps Mariniers.
Anne Beckers BA is mediëvist en als senior informatiespecialist verbonden aan het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) te Den Haag.
Noten
[1] Graag wil ik bij deze mijn mentor dr. Anselm van der Peet bedanken voor zijn ondersteuning bij de totstandkoming van dit artikel.
[2] Dorren, C.J.O., De geschiedenis van het Nederlandsche Korps Mariniers van 1665-1945 (Den Haag 1947) 259-260; https://www.mariniersmuseum.nl/nl/wapenfeit-solebay-seneffe/ (geraadpleegd op 10 juni 2024); https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/rampjaar-1672-kwartiersarchief-peelland-9-de-bloedige-veldslag-in-seneffe (geraadpleegd op 10 juni 2024).
[3] Dorren, De Geschiedenis van het Nederlandsche Korps Mariniers, 1-5; https://www.dbnl.org/tekst/_gid001185301_01/_gid001185301_01_0013.php (geraadpleegd op 10 juni 2024); https://www.defensie.nl/onderwerpen/korps-mariniers/marine-combat-groups#:~:text=Sinds%20de%20oprichting%20van%20het,naam%20van%20de%20Nederlands'%20zeesoldaten (geraadpleegd op 10 juni 2024).
[4] https://www.dbnl.org/tekst/_gid001185301_01/_gid001185301_01_0013.php (geraadpleegd op 10 juni 2024); https://www.defensie.nl/onderwerpen/korps-mariniers/marine-combat-groups#:~:text=Sinds%20de%20oprichting%20van%20het,naam%20van%20de%20Nederlands'%20zeesoldaten (geraadpleegd op 10 juni 2024).
[5] Beyerman, J.J., ‘François Abrahamszoon Palm (1620-1674): luitenant-kolonel der mariniers 1665-1672, kolonel der mariniers 1672-1674’, Marineblad (1966) pp. 305-310; https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=1665+kolonel+palm&coll=ddd&identifier=ddd:011155234:mpeg21:a0030&resultsidentifier=ddd:011155234:mpeg21:a0030&rowid=1 (geraadpleegd op 15 juni 2024); https://marineschepen.nl/algemeen/mariniersbegin.html (geraadpleegd op 15 juni 2024).
[6] Voor meer informatie over de structuur en rangen van het Regiment der Marine, zie:https://www.dbnl.org/tekst/_gid001185301_01/_gid001185301_01_0013.php (geraadpleegd op 15 juni 2024).
[7] https://www.mariniersmuseum.nl/nl/wapenfeit-solebay-seneffe/ (geraadpleegd op 15 juni 2024); https://www.deruyter.org/uploads/media/zz%20Zeeman-Collegae%20NL%20Joseph%20van%20Ghent.pdf (geraadpleegd op 15 juni 2024);
https://www.kvmo.nl/images/Marineblad/2022/Nummer%204/Van%20Vliet,%20A.P.,%20'Inzet%20van%20mariniers%20en%20matrozen%20tijdens%20de%20rampjaren%201672-1673',%20Marineblad,%20nr.%204,%20jrg.%20132%20(juli%202022)%20p.%2018-24.pdf (geraadpleegd op 15 juni 2024; https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2022/10/brieven-van-johan-de-witt-geven-kijkje-achter-de-schermen-van-rampjaar-1672#:~:text=De%20regering%20radeloos%2C%20het%20volk,kort%20het%20Rampjaar%201672%20samen (geraadpleegd op 15 juni 2024).
[8] https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2022/10/brieven-van-johan-de-witt-geven-kijkje-achter-de-schermen-van-rampjaar-1672 (geraadpleegd op 16 juni 2024); https://www.kvmo.nl/images/Marineblad/2022/Nummer%206/Wit,%20R.A.J.%20de,%20'Mariniers%20en%20de%20Slag%20bij%20Woerden%201672',%20Marineblad,%20nr.%206,%20jrg.%20132%20(oktober%202022)%20p.%2012-18.pdf (geraadpleegd op 16 juni 2024); https://www.kvmo.nl/images/Marineblad/2022/Nummer%204/Van%20Vliet,%20A.P.,%20'Inzet%20van%20mariniers%20en%20matrozen%20tijdens%20de%20rampjaren%201672-1673',%20Marineblad,%20nr.%204,%20jrg.%20132%20(juli%202022)%20p.%2018-24.pdf (geraadpleegd op 16 juni 2024).
[9] https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2022/10/brieven-van-johan-de-witt-geven-kijkje-achter-de-schermen-van-rampjaar-1672 (geraadpleegd op 16 juni 2024); https://www.kvmo.nl/images/Marineblad/2022/Nummer%206/Wit,%20R.A.J.%20de,%20'Mariniers%20en%20de%20Slag%20bij%20Woerden%201672',%20Marineblad,%20nr.%206,%20jrg.%20132%20(oktober%202022)%20p.%2012-18.pdf (geraadpleegd op 16 juni 2024); https://www.kvmo.nl/images/Marineblad/2022/Nummer%204/Van%20Vliet,%20A.P.,%20'Inzet%20van%20mariniers%20en%20matrozen%20tijdens%20de%20rampjaren%201672-1673',%20Marineblad,%20nr.%204,%20jrg.%20132%20(juli%202022)%20p.%2018-24.pdf (geraadpleegd op 15 juni 2024 (geraadpleegd op 16 juni 2024).
[10] https://militairespectator.nl/artikelen/de-marinier (geraadpleegd op 16 juni 2024).
[11] https://www.mariniersmuseum.nl/nl/het-vaandel-van-het-korps-mariniers/ (geraadpleegd op 16 juni 2024); https://militairespectator.nl/sites/default/files/bestanden/uitgaven/Militaire%20Spectator%2012-2015.pdf (geraadpleegd op 16 juni 2024); https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=Malieveld+1929+Korps+Mariniers&coll=ddd&identifier=MMKB32:164644090:mpeg21:a00082&resultsidentifier=MMKB32:164644090:mpeg21:a00082&rowid=10 (geraadpleegd op 16 juni 2024).
[12] https://www.defensie.nl/onderwerpen/vaandels-en-standaarden (geraadpleegd op 20 juni 2024); https://puc.overheid.nl/mp-bundels/doc/PUC_320509_10/2/ (geraadpleegd op 20 juni 2024).
[13] https://www.defensie.nl/onderwerpen/vaandels-en-standaarden (geraadpleegd op 20 juni 2024); https://www.defensie.nl/onderwerpen/vaandels-en-standaarden/vaandels-bij-de-koninklijke-marine (geraadpleegd op 20 juni 2024); https://puc.overheid.nl/mp-bundels/doc/PUC_320509_10/2/ (geraadpleegd op 20 juni 2024).
[14] Portretten van kolonel Palm zijn helaas niet overgeleverd.
[15] Beyerman, ‘François Abrahamszoon Palm (1620-1674)’, pp. 305-307.
[16] Idem, pp. 306-308.
[17] Idem, p. 308; https://www.defensie.nl/onderwerpen/korps-mariniers/marine-combat-groups (geraadpleegd op 22 juni 2024); https://www.kvbk-cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/bestanden/uitgaven/1986/1986-0462-01-0126.PDF (geraadpleegd op 20 juni 2024); https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=1665+kolonel+palm&coll=ddd&identifier=ddd:011155234:mpeg21:a0030&resultsidentifier=ddd:011155234:mpeg21:a0030&rowid=1 (geraadpleegd op 20 juni 2024).
[18] Dorren, De Geschiedenis van het Nederlandsche Korps Mariniers, 216-226; https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=1665+kolonel+palm&coll=ddd&identifier=ddd:011155234:mpeg21:a0030&resultsidentifier=ddd:011155234:mpeg21:a0030&rowid=1 (geraadpleegd op 22 juni 2024); https://www.kvmo.nl/images/Marineblad/2022/Nummer%206/Wit,%20R.A.J.%20de,%20'Mariniers%20en%20de%20Slag%20bij%20Woerden%201672',%20Marineblad,%20nr.%206,%20jrg.%20132%20(oktober%202022)%20p.%2012-18.pdf (geraadpleegd op 22 juni 2024); https://www.kvmo.nl/images/Marineblad/2022/Nummer%204/Van%20Vliet,%20A.P.,%20'Inzet%20van%20mariniers%20en%20matrozen%20tijdens%20de%20rampjaren%201672-1673',%20Marineblad,%20nr.%204,%20jrg.%20132%20(juli%202022)%20p.%2018-24.pdf (geraadpleegd op 22 juni 2024 (geraadpleegd op 22 juni 2024); https://militairespectator.nl/sites/default/files/bestanden/uitgaven/MS%201949-06.pdf; https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?coll=boeken&identifier=MMKB02:000119162:00014&objectsearch=Seneffe&query=%28kolonel+Palm+%29 (geraadpleegd op 22 juni 2024); https://www.militairespectator.nl/sites/default/files/bestanden/uitgaven/1851/1851-0465-01-0063.PDF (geraadpleegd op 22 juni 2024).
[19] https://www.defensie.nl/onderwerpen/historische-canons/historische-canon-regiment-genietroepen/de-traditie-van-het-regiment/het-vaandel (geraadpleegd op 22 juni 2024).
[20] https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?identifier=MMKB18:005406000:00119&query=%28kolonel+Palm+%29&coll=boeken&page=4&rowid=2 (geraadpleegd op 22 juni 2024); https://www.kvmo.nl/images/Marineblad/2022/Nummer%206/Wit,%20R.A.J.%20de,%20'Mariniers%20en%20de%20Slag%20bij%20Woerden%201672',%20Marineblad,%20nr.%206,%20jrg.%20132%20(oktober%202022)%20p.%2012-18.pdf (geraadpleegd op 22 juni 2024); https://www.kvmo.nl/images/Marineblad/2022/Nummer%204/Van%20Vliet,%20A.P.,%20'Inzet%20van%20mariniers%20en%20matrozen%20tijdens%20de%20rampjaren%201672-1673',%20Marineblad,%20nr.%204,%20jrg.%20132%20(juli%202022)%20p.%2018-24.pdf (geraadpleegd op 22 juni 2024).
[21] Dorren, De Geschiedenis van het Nederlandsche Korps Mariniers, 244-248; https://www.kvmo.nl/images/Marineblad/2022/Nummer%204/Van%20Vliet,%20A.P.,%20'Inzet%20van%20mariniers%20en%20matrozen%20tijdens%20de%20rampjaren%201672-1673',%20Marineblad,%20nr.%204,%20jrg.%20132%20(juli%202022)%20p.%2018-24.pdf (geraadpleegd op 26 juni 2024).
[22] Dorren, De Geschiedenis van het Nederlandsche Korps Mariniers, 259-260; https://www.dbnl.org/tekst/_gid001185401_01/_gid001185401_01_0038.php (geraadpleegd op 26 juni 2024).
[23] Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Marine, sinds 1959 van Defensie (Marine), nummer toegang 2.12.56, inventarisnummer 1070.
[24] Dorren, De Geschiedenis van het Nederlandsche Korps Mariniers, 259-266; https://www.dbnl.org/tekst/_gid001185401_01/_gid001185401_01_0038.php (geraadpleegd op 26 juni 2024).
[25] Dorren, De Geschiedenis van het Nederlandsche Korps Mariniers, 259-266.
[26] Idem, 267.
[27] Idem, 268-269.
[28] Van Alphen, e.a., Krijgsmacht en Handelsgeest: Om het machtsevenwicht in Europa 1648-1813 (Amsterdam 2019) 55.
[29] http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.443567 (geraadpleegd op 7 juli 2024).
[30] http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.466789 (geraadpleegd op 7 juli 2024).
[31] Beyerman, ‘François Abrahamszoon Palm (1620-1674)’, pp. 308-309.
[32] Ibidem.
Meer uit deze categorie
Het leven van een marnier-arts tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog
In de Normandische havenstad Cherbourg koopt eerste luitenant-vlieger Frans Lutz zijn eerste dagboek. De 28-jarige vlieginstructeur van de Militaire Luchtvaart heeft huis en haard achtergelaten na de Duitse inval in mei 1940. Nu is hij in afwachting van een overtocht naar Groot-Brittannië, om…
Vliegen en vechten: de oorlogservaringen van jachtvlieger Frans Lutz
In de Normandische havenstad Cherbourg koopt eerste luitenant-vlieger Frans Lutz zijn eerste dagboek. De 28-jarige vlieginstructeur van de Militaire Luchtvaart heeft huis en haard achtergelaten na de Duitse inval in mei 1940. Nu is hij in afwachting van een overtocht naar Groot-Brittannië, om…
Patrouilleren en treinen kraken in de Korea-oorlog
In de zomer van 1952 komt er een bijzondere passagier aan boord van de Piet Hein: Jan Rups, militair correspondent van de Legervoorlichtingsdienst. Zijn belangrijkste taak is het schrijven van artikelen over de situatie in Korea, voor zowel de militaire als onafhankelijke pers, in binnen- en…
Meidagen 1940 op Vliegkamp De Mok
In mei 1940 staan er 23 watervliegtuigen op De Mok. Luchtdoelgeschut en zoeklichtbatterijen moeten het marinevliegkamp tegen luchtaanvallen beschermen. Met al deze middelen kan niet voorkomen worden dat het vliegkamp uiteindelijk in Duitse handen valt.
De dagboeken van Engelandvaarder Johannes Beukema
Johannes Beukema is 16 jaar oud als de Tweede Wereldoorlog losbarst. De piepjonge Groninger klust dan als landarbeider hier en daar wat bij op boerderijen. Hij weet dan nog niet dat de oorlog zijn leven in een compleet andere richting zal sturen, ver weg van de Oost-Groningse dorpen waar hij…
Met gevaar voor eigen leven op zee
De Vlissingse Ary Romijn is een zeeman in hart in nieren. Als twaalfjarige jongen begint hij al met varen op de koopvaardij. Het is het begin van een indrukwekkende carrière, waarin Romijn meermaals aan de dood ontsnapt.
Een bijzonder passende schenking: Ex-Act KM
Het is een bijzonder jubileum in 2024: 80 jaar vrouwen in dienst van de Nederlandse krijgsmacht. Eén van deze eerste vrouwenkorpsen is de Marine Vrouwenafdeling (Marva). Onlangs heeft het NIMH een bijzonder passende schenking in ontvangst genomen: het archief van de Vereniging van ex- en actief…
150 jaar Hydrografische Dienst
Het is niet het meest bekende onderdeel van de Koninklijke Marine. Toch is het werk van de Dienst der Hydrografie essentieel voor de operationele inzet. Deze eenheid is verantwoordelijk voor het verrichten van opnemingen van de zeebodem en het (digitaal) ingeven van kaarten en publicaties voor het…
Unieke egodocumenten uit de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog
Als dienstplichtige ingedeeld bij de 4e compagnie van het 4e bataljon 10e Regiment Infanterie (4-IV-10RI) wordt Henk Koolmees naar toenmalig Nederlands-Indië uitgezonden, tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Ondanks zijn geruststellende woorden loopt het anders. Bij een patrouille op 5…
Het verbluffende verhaal van Douw van der Krap
Fred Bruijn, documentatiespecialist bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), krijgt eind jaren ‘80 nietsvermoedend een telefoontje van het Marine Opkomst Centrum (MOC) in Voorschoten.
Bijzondere marineschenkingen aan het NIMH
Het NIMH heeft in de loop der jaren een aantal bijzondere marineschenkingen in ontvangst mogen nemen. Acquisiteur Erwin Rossmeisl neemt ons mee voor een kijkje achter de schermen.

