1676

Het laatste levensjaar van Michiel Adriaenszoon de Ruyter

Door G. Boven


Abstract

In april 1676 voerde admiraal Michiel Adriaenszoon de Ruyter het bevel over een gecombineerde Nederlands-Spaanse vloot voor de kust van Sicilië. Namens de Staten-Generaal verdedigde hij de Spaanse bezittingen tegen de Franse expansiedrift. Op 22 april 1676 liep hij tijdens de zeeslag bij de Etna een dodelijke wond op. Na dagen van lijden overleed hij op 29 april. Zijn lichaam werd naar Amsterdam overgebracht, waar een indrukwekkende staatsbegrafenis volgde. Dit artikel, geschreven door Graddy Boven, blikt terug op De Ruyters laatste missie — en op de erfenis van een van Nederlands grootste zeehelden.


Michiel de Ruyter. Olieverf op doek door Hendrick Berckman, 1675 (Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)Michiel de Ruyter. Olieverf op doek door Hendrick Berckman, 1675 (Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Inleiding

In april 1676, tijdens de Frans-Nederlandse oorlog (1672-1679), voer de Nederlandse luitenant-admiraal-generaal Michiel Adriaenszoon de Ruyter met zijn gecombineerde Nederlands-Spaanse vloot langs de kust van Sicilië en speurde naar Franse oorlogsschepen. De Fransen probeerden daar, ten koste van de Spanjaarden, belangrijke handelsprivileges af te dwingen. De Ruyter was namens de Staten-Generaal van de Republiek der Nederlanden aanwezig om de Spaanse bezittingen ter plekke te verdedigen.

 

De Nederlandse hulp aan de Spanjaarden vloeide gedeeltelijk voort uit de Vrede van Westminster (1674) tussen de Republiek en Engeland en was nodig omdat Nederlandse handelsbelangen op het spel stonden. Frankrijk, tot dan toe de bondgenoot van Engeland, weigerde de Vrede van Westminster te erkennen en besloot door te vechten. Op 22 april 1676, ter hoogte van Sicilië, mondde de situatie uit in de slag bij de Etna. De uiterst ervaren Michiel de Ruyter trad met zijn gecombineerde Nederlands-Spaanse vloot in het strijdperk tegen de sterke Franse oorlogsschepen onder bevel van de gewiekste luitenant-admiraal Abraham Duquesne.

Wat voorafging

In 1674 ontstond, met steun van Frankrijk, in de Italiaanse stad Messina op Sicilië een opstand tegen de Spaanse overheersing waardoor de Franse invloed op het eiland groeide. Vanwege slecht Spaans bestuur en jarenlange onrust, keerden de inwoners van Messina zich van het Spaanse bewind af, waarna de stad in januari 1675 in Franse handen viel. Het Franse succes op Sicilië bedreigde de Nederlandse handel in de Middellandse Zee. Stadhouder Willem III en raadspensionaris Caspar Fagel respecteerden het verdrag met Spanje, honoreerden het verzoek van de Spaanse koningin-regentes Maria Anne van Oostenrijk om bijstand en lieten een militaire expeditie uitrusten om de Fransen terug te dringen. Op verzoek van de Spanjaarden kreeg Michiel Adriaenszoon de Ruyter het bevel over de vloot toegewezen en rustte de Admiraliteit van Amsterdam 18 schepen uit. De Ruyter kreeg de Eendracht als vlaggenschip toegewezen, moest zich in Cádiz bij de Spanjaarden aansluiten en dienen onder de Spaanse admiraal Montesarchio Troia. Ervaren en minder ervaren officieren, waaronder Gerard Callenburgh, Jan de Haan en Joris Andringa voeren met De Ruyter mee. Op 15 augustus 1675 stak de Nederlandse vloot vanuit Hellevoetsluis in zee. De Ruyter voelde dat dit zijn laatste reis zou zijn en had nadrukkelijk afscheid genomen van familie en vrienden. Hij verwelkomde de diplomaat Thomas Hees op de vloot, die in Algiers moest worden afgezet om te onderhandelen met Barbarijse zeerovers over het vrijlaten van Nederlandse gevangenen.

 

Abraham Duquesne. Olieverf op doek door Alexander Joseph von Steuben, 1838. Collectie National Maritime MuseumAbraham Duquesne. Olieverf op doek door Alexander Joseph von Steuben, 1838. Collectie National Maritime Museum

Raadspensionaris Caspar Fagel. Olieverf op doek door Johannes Vollevens (I), 1675. Collectie RijksmuseumRaadspensionaris Caspar Fagel. Olieverf op doek door Johannes Vollevens (I), 1675. Collectie Rijksmuseum

 

De missie begint

Op 16 augustus 1675 verplaatste Michiel de Ruyter zijn schepen van Blankenberge naar Duinkerken, ging op 3 september bij Dover voor anker en liep op 26 september de haven van Cadiz binnen. Vanuit Cadiz zeilde hij voort richting de Middellandse Zee. Op 8 januari 1676 stuitte De Ruyter ter hoogte van Sicilië op de Franse vloot onder bevel van Abraham Duquesne, waarna de zeeslag bij Stromboli losbarstte. Het gevecht eindigde in onbeslist met grote verliezen als gevolg. Na de zeeslag wilde De Ruyter huiswaarts keren, maar ontving een brief van stadhouder Willem III waarin stond dat zijn missie met zes maanden was verlengd. Hij week naar Napels uit dat in Spaanse handen was en arriveerde er op 10 februari 1676.


Na de mislukte poging om Agosta op de Fransen te heroveren, bereidde De Ruyter zich vanaf 20 april voor op de zeeslag bij de Etna


Na de mislukte poging om Agosta op de Fransen te heroveren, bereidde De Ruyter zich vanaf 20 april voor op de zeeslag bij de Etna. De Nederlands-Spaanse vloot moest het opnemen tegen een veel sterkere Franse tegenstander. Liggende voor Sicilië ontving De Ruyter brieven van Hongaarse predikanten die gevangen zaten in Napels en trok zich hun lot aan. De predikanten waren tot slaaf gemaakt en werkten onder dwang en barre omstandigheden op de Spaanse galeien. Op 11 februari 1676 lukte het De Ruyter hen vrij te krijgen, waarna 28 predikanten op 25 maart het dek van de Eendracht betraden alwaar hij de Hongaren toesprak. Op 25 maart gingen zij aan boord van het Engelse schip Margrit dat hen naar Venetië bracht.

Eendracht. Penseel in bruin en grijs door Alven Rost, 1658. Collectie RijksmuseumEendracht. Penseel in bruin en grijs door Alven Rost, 1658. Collectie Rijksmuseum

Zeeslag bij de Etna

Met de Etna in zicht leidde Michiel de Ruyter op 22 april 1676 de Nederlandse vloot in een beslissende zeeslag tegen de Fransen voor de kust van Sicilië. Ondanks het uitblijven van effectieve steun van de Spaanse en Nederlandse achterhoede viel hij dapper aan. De strijd was hevig, met kanonvuur op korte afstand, waarbij meerdere Franse schepen schade opliepen en manschappen sneuvelden. Door toedoen van Frans vuur raakte De Ruyter rond 16.30 uur zwaargewond. Hij verloor zijn linkervoet, verbrijzelde het rechterbeen, beschadigde zijn milt en liep een hoofdwond op. Vanaf zijn bed in de kajuit bleef De Ruyter bevelen geven en inspireerde de bemanning. Na dagen van lijden stierf hij op 29 april aan wondkoorts. Wat volgde was het balsemen van zijn stoffelijk overschot en het plechtig begraven van de ingewanden in de baai van Syracuse. Het overlijden van De Ruyter veroorzaakte alom diepe droefheid. De vloot leed zwaar verlies en trok zich terug naar Palermo voor herstel en reparatie. Viceadmiraal Jan de Haan, die De Ruyter was opgevolgd, kwam op 2 juni tijdens de zeeslag bij Palermo om het leven. Gerard Callenburgh kreeg de leiding en was tot 4 augustus druk met het herstel van de schepen. De Fransen, onder aanvoering van Duquesne, hadden de Nederlanders gevoelige verliezen bezorgd en kregen daarvoor alle eer van de Franse koning Lodewijk XIV.

Overzichtskaart van de heen- en terugweg van de Nederlandse vloot. Bij Sicilie zijn de zeeslagen bij Stromboli, Etna en Palermo aangegeven. De kaart is vervaardigd door Van Rosmalen en Schenk.Overzichtskaart van de heen- en terugweg van de Nederlandse vloot. Bij Sicilie zijn de zeeslagen bij Stromboli, Etna en Palermo aangegeven. De kaart is vervaardigd door Van Rosmalen en Schenk. 

Aangezien de Spaans-Nederlandse vloot in een desolate toestand verkeerde, leek een terugkeer uit de Middellandse Zee de enige optie. Desondanks liet Gerard Callenburgh de schepen in Palermo naar vermogen repareren en leverden onderhandelingen met Spanje vooralsnog niets op. Tot overmaat van ramp brak onder de bemanning een dysenterie-epidemie uit tijdens welke meerdere manschappen het leven lieten. Ondanks alle tegenslag bereidde Callenburgh zich voor op de komst van de Franse vloot en stationeerde zijn schepen op strategische posities. Op 5 augustus 1676 kreeg hij van de Staten-Generaal toestemming met de vloot naar Napels te varen en wist op 6 augustus middels slimme koerswijzigingen de Fransen te ontwijken en af te schudden.


Tot overmaat van ramp brak onder de bemanning een dysenterie-epidemie uit.


Na zeven dagen bereikte Callenburgh de haven van Napels alwaar hij de reparaties aan de schepen af liet maken en goederen insloeg. Op 6 september 1676 arriveerde de nieuwe bevelhebber Philips van Almonde in Napels, die het commando van Callenburgh overnam. In Napels bereikte hem het bericht dat de vloot huiswaarts moest varen, omdat van de Spanjaarden weinig meer te verwachten viel. Van Almonde liet de zeilen hijsen en vertrok. Ondanks ijs en slecht weer bereikten zij op 30 januari 1677 Hellevoetsluis. Liggende in de haven kwam Engel de Ruyter aan boord om de kist van zijn vader op te halen, die vervolgens overging op een gereedliggend rouwjacht. Via Rotterdam zeilde het jacht op 15 februari naar Amsterdam.

Zeeslag bij de Etna (Agosta) op 22 april 1676. Ingekleurde staalgravure in kleur door Edward Chavane naar het schilderij van Ambroise Louis Garneray (Particuliere collectie)Zeeslag bij de Etna (Agosta) op 22 april 1676. Ingekleurde staalgravure in kleur door Edward Chavane naar het schilderij van Ambroise Louis Garneray (Particuliere collectie)

Begrafenis

Op 16 februari 1677 arriveerde het lichaam van admiraal Michiel de Ruyter in zijn huis in Amsterdam, waar de kist tot 18 maart opgebaard lag. De Staten van Holland en de Staten-Generaal besloten een praalgraf in de Nieuwe Kerk op te richten. De Ruyters had de wens om in de Oude Kerk begraven te worden, maar aangezien daar geen plek was, werd de Nieuwe Kerk op de Dam aangewezen. De begrafenis, georganiseerd door de Amsterdamse Admiraliteit, was een indrukwekkend staats- en volkspektakel. Aangezien stadhouder Willem III militaire verplichtingen had, was secretaris Constantijn Huygens namens hem aanwezig. Honderden hoogwaardigheidsbekleders, zeelieden, familie en publiek volgden de vier uur durende rouwstoet door de stad, met trompetgeschal, schuttersvendels en een rijk gedecoreerde baar. De kist en de familiewapens van De Ruyter kregen een plek in de Nieuwe Kerk waarop lijkredes en Latijnse lofdichten volgden. De begrafenis kostte 14.646 gulden, deels gedekt door de staat en deels door de familie. Elf dagen later werd het testament van De Ruyter geopend. Hij liet meer dan 300.000 gulden na, wat een indrukwekkend bedrag was voor die tijd. De helft daarvan ging naar zijn vrouw Anna van Gelder en de rest werd verdeeld onder zijn kinderen en andere familieleden. Op verzoek van De Ruyters zoon Engel de Ruyter onderging het door Rombout Verhulst ontworpen grafmonument diverse aanpassingen, waarna het op 18 maart 1681 gereedkwam. Boven de toegang naar de grafkelder prijkt de spreuk Intaminatis Fulget Honoribus ofwel 'Hij blinkt uit in smetteloze luister.'

De begrafenisstoet komt tot stilstand op de Dam. Lithografie door Carel Christiaan Anthony Last. Uit: Het leven van Michiel Adriaensz. de Ruyter door J.J. Belinfante (Den Haag, 1844-1848)De begrafenisstoet komt tot stilstand op de Dam. Lithografie door Carel Christiaan Anthony Last. Uit: Het leven van Michiel Adriaensz. de Ruyter door J.J. Belinfante (Den Haag, 1844-1848)

Drie zeeslagen

Als het over de expeditie van Michiel de Ruyter naar Sicilië gaat dan staat begrijpelijkerwijs altijd de zeeslag bij de Etna centraal. De confrontatie eindigde in onbeslist omdat Duquesne zich, tijdens het vallen van de avond, uit eerbied voor de zwaargewonde De Ruyter terugtrok. Was hij gebleven dan had hij de Nederlands-Spaans vloot met zekerheid vernietigd. Op het moment dat Duquesne het strijdperk verliet, zette viceadmiraal De Haan de achtervolging in en nam tot diep in de nacht de Fransen onder vuur. Duquesne was verrast, maar wist te ontkomen. Aan de zeeslag bij de Etna was de zeeslag bij Stromboli vooraf gegaan tijdens welke De Ruyter had geconstateerd dat de Franse slagkracht erg taai was, waardoor de strijd onbeslist eindigde. Na het gevecht bij de Etna was de Nederlands-Spaanse vloot er slecht aan toe en werd besloten de werf bij Palermo aan te doen. Daar liggende sloeg Duquesne op 2 juni 1676 onverbiddelijk toe waarna de zeeslag bij Palermo zich ontvouwde. Meerdere Nederlandse en Spaanse schepen en hun bemanningen gingen op in vuur en vlam. Ook dit keer ging Duquesne niet tot het uiterste en gaf, uit eerbied voor de in zijn kist liggende De Ruyter, de vijand voor de tweede keer de ruimte. Met kunst en vliegwerk wist Callenburgh de Fransen af te schudden en bereikte het door de Spanjaarden bestuurde Napels.

Zeeslag bij Palermo. Olieverf op doek door Pierre Puget, 1677. Particuliere collectieZeeslag bij Palermo. Olieverf op doek door Pierre Puget, 1677. Particuliere collectie

Heerser der Zee

Michiel Adriaenszoon de Ruyter wordt beschouwd als een van de grootste zeehelden uit de Nederlandse geschiedenis. Hij leidde de Staatse vloot in 55 zeeslagen, waaronder 15 grote, en stond bekend om zijn strategisch inzicht, ervaring en persoonlijke leiderschap. De Ruyter onderscheidde zich door zijn menselijke kwaliteiten zoals bescheidenheid, rechtvaardigheid, loyaliteit en vroomheid. Hij waardeerde persoonlijke contacten en overleg, riep regelmatig krijgsraden bijeen en inspireerde zijn officieren door overtuiging en daadkracht. Zijn tactiek combineerde kennis van wind, zeestromen en zeilmanoeuvres met scherp inzicht in de vijand, waardoor De Ruyter als superieur strateeg alom erkenning kreeg. Hij moderniseerde de vloot, zorgde voor goed opgeleide bemanningen en introduceerde gestandaardiseerde schepen en bewapening. De Ruyter was principieel, streefde geen persoonlijke eer na en was een meester in het handhaven van discipline en soberheid. Zijn nalatenschap leeft voort in boeken, historische beschouwingen en kunstwerken. De Ruyter wordt herinnerd als een vrome, moedige en bekwame admiraal, wier levenswandel en toewijding aan het vaderland tot voorbeeld dienen voor toekomstige generaties. De Ruyter wordt herdacht als een uitzonderlijk strategisch en dapper leider. Zijn nalatenschap staat tot op de dag van vandaag symbool voor moed, vakmanschap en plichtsbesef.


De Ruyter onderscheidde zich door zijn menselijke kwaliteiten.


Activiteiten

Dit jaar wordt het 350ste stervensjaar van Michiel Adriaenszoon de Ruyter herdacht. Naar aanleiding daarvan organiseert de Stichting Michiel de Ruyter verschillende activiteiten. Zie daarvoor https://www.deruyter.org. In het Marinemuseum in Den Helder is vanaf 30 april de tentoonstelling '1676. Het laatste levensjaar van Michiel de Ruyter' te bezichtigen.

 

20 grootWilt u meer weten over het laatste levensjaar van De Ruyter, zie: Graddy Boven, 1676. Het laatste levensjaar van Michiel Adriaenszoon de Ruyter (2026), ISBN: 9789464566451.

 

 

Gerelateerd

 

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave