Een verschuivend beeld

De Ruyter herdenkingen (1676-2026)

Door dr. A.P. van Vliet


Abstract

Al 350 jaar wordt admiraal Michiel Adriaensz. de Ruyter herdacht — maar de manier waarop veranderde ingrijpend. Van romantische heldenverering in de 19e eeuw tot misbruik als propagandamiddel in de Tweede Wereldoorlog, en van grootse nationale festiviteiten in 1957 tot een sobere, pacifistische bijeenkomst in 1976. Maritiem historicus Adri van Vliet beschrijft hoe elke tijd zijn eigen De Ruyter schiep. Vandaag staat de herdenking in het teken van contextualisering en debat over koloniale erfenis. Toch blijft De Ruyters gedachtegoed levend binnen de Koninklijke Marine, die zijn naam en leiderschap nog altijd als voorbeeld neemt.


Affiche met de aankondiging van de festiviteiten bij de De Ruyter Herdenking te Vlissingen in 1957 (bron: Zeeuws Archief, HTA Vlissingen)Affiche met de aankondiging van de festiviteiten bij de De Ruyter Herdenking te Vlissingen in 1957 (bron: Zeeuws Archief, HTA Vlissingen)

Inleiding

Tal van tradities spelen heden ten dage nog steeds een rol in onze samenleving. Ook de krijgsmacht kent allerlei tradities met het bijbehorende ceremonieel die van wezenlijk belang zijn voor bijvoorbeeld een goed moreel. Bij de Koninklijke Marine en ook bij de andere krijgsmachtdelen zijn tradities in de kern vaak gebaseerd op historische figuren of glorieuze zee- en veldslagen. Verhalen over deze 'rolmodellen' of memorabele gebeurtenissen zijn een hulpmiddel om de waarden en normen van de militaire organisatie over te brengen op militairen in opleiding.

 

Dit jaar is het 350 jaar geleden dat admiraal Michiel Adriaensz. de Ruyter op de Eendracht overleed aan zijn verwondingen die hij opliep in de Slag bij de Etna (Agosta) op 22 april 1676. Al decennialang is het binnen de Koninklijke Marine traditie om op gezette tijden, zoals bij de herdenking van zijn geboorte- of sterfjaar, stil te staan bij het leven van deze vlootvoogd. Daarnaast droegen en dragen schepen en walinrichtingen zijn naam.

Na zijn overlijden kwam er al vrij snel een soort (zee)heldenverering opgang en organiseerden de zeemacht, steden als Amsterdam en Vlissingen en allerlei maritieme organisaties herdenkingen rond Michiel de Ruyter. Wel creëerde elke tijd zijn eigen held en legde zijn eigen accenten. In deze bijdrage staan de herdenkingen van de afgelopen jaren centraal, de boodschap die de herdenkers wilden meegeven en de accentverschuivingen die in de loop der jaren plaatsvonden.

Michiel Adriaensz. de Ruyter (1607-1676)

De bekendste en meest succesvolle Nederlandse marineofficier aller tijden is ongetwijfeld Michiel Adriaensz. de Ruyter. Hij werd in 1607 te Vlissingen geboren en overleed op de Middellandse Zee aan zijn verwondingen die hij opliep tijdens de Slag bij de Etna in 1676. Op 11-jarige leeftijd ging hij als scheepsjongen naar zee en bracht het in 1665 tot opperbevelhebber van de Staatse vloot. In zijn tijd was de Republiek betrokken bij tal van conflicten die op zee werden uitgevochten. De hoofdtaak van de vloot was het openhouden van de handelsroutes op zee en de verdediging van het grondgebied.

Groot was de invloed van De Ruyter op de ontwikkeling van het concept van veiligheid op en vanuit zee. Hij vervolmaakte de zeetactiek, oefende manoeuvres in vlootverband en verbeterde het seinsysteem en de bevoorrading. De Ruyter had hart voor zijn personeel. Niet voor niets kreeg hij de koosnaam Bestevaer (grootvader). Als een van de eersten erkende hij het primaat van politiek. Aan de politieke partijschappen van zijn tijd, Oranjegezinden versus Staatsgezinden, nam hij weinig deel. Bovendien drukte De Ruyter zijn stempel op de ontwikkeling van amfibische oorlogsvoering. Gedurende zijn maritieme loopbaan maakte hij veelvuldig gebruik van zeesoldaten. Mede dankzij zijn advies werd in 1665 een 'Regiment de Marine', de voorloper van het huidige Korps Mariniers, opgericht. Met een grootschalige amfibische operatie, de Tocht naar Chatham in 1667, schreef de vlootvoogd voorgoed geschiedenis.

Begrafenisstoet van Michiel de Ruyter op 18 maart 1677, (Stadsarchief Amsterdam, Collectie tekeningen en prenten, nr. 010097003122)Begrafenisstoet van Michiel de Ruyter op 18 maart 1677, (Stadsarchief Amsterdam, Collectie tekeningen en prenten, nr. 010097003122)

Op 29 april 1676 overleed de vlootvoogd aan boord van zijn vlaggenschip Eendracht aan de verwondingen, die hij enkele dagen eerder had opgelopen tijdens de Slag bij de Etna. Maanden later, op 30 januari 1677, arriveerde zijn stoffelijk overschot in de Republiek. Onder grote belangstelling vond op donderdag 18 maart 1677 met veel pracht en praal in de Nieuwe Kerk te Amsterdam de indrukwekkende staatsbegrafenis plaats.

Vereeuwigd

In 1681 kwam zijn grafmonument in het koor van de Nieuwe Kerk in Amsterdam gereed. De Haagse beeldhouwer Rombout Verhulst was de vervaardiger. De kist met De Ruyters stoffelijk overschot kreeg een rustplaats in de crypte onder het koor. De Ruyter was de laatste zeeheld die van staatswege zo'n groot marmeren grafmonument kreeg. Een net zo blijvend monument - wel in papier - initieerde zijn zoon Engel de Ruyter. Hij vroeg de Remonstrantse predikant Gerard Brandt een levensbeschrijving van De Ruyter te schrijven. Brandt mocht gebruik maken van nagelaten familiepapieren. Het leven en de daden van De Ruyter beschreef Brandt zeer uitvoerig. Samenvattingen uit scheepsjournalen, vlootlijsten, instructies, brieven en rapporten verwerkte hij in de lopende tekst of plaatste hij in de marges. Vooral na de brand in het Ministerie van Marine in 1844, waarbij een groot gedeelte van de admiraliteitsarchieven verloren ging, nam het belang van Brandts werk toe. Brandt overleed plotseling op 12 oktober 1685. Zijn twee zoons maakten het manuscript druk gereed. In 1687 verscheen de 1.063 pagina's tellende biografie Het leven en bedryf van den heere Michiel de Ruiter op de markt. Dit omvangrijke boek is in latere jaren gebruikt als een soort oerbron voor de vele herdenkingen en publicaties over deze vlootvoogd.


De herdenking paste ook in de tijdsgeest van het begin van de twintigste eeuw: er was veel aandacht voor het nationale bewustzijn.


Heldenverering start (eind 18e eeuw)

Dankzij een viertal herdrukken van de biografie van Brandt in de jaren 1691 tot 1746 bleef de herinnering aan het leven en de daden van De Ruyter levendig. Vanaf het begin van de Vierde Engelse Zeeoorlog (1780-1784) kwam een voorzichtige heldenverering van De Ruyter opgang. Tijdens de Bataafs-Franse tijd (1795-1813) liep de aandacht voor de vlootvoogd enigszins terug. Maar met de komst van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 was de behoefte aan nationale helden die een verbindende rol konden spelen erg groot. 'Oude' zeehelden werden weer van stal gehaald en hergebruikt als prominente symbolen in nationale identiteit en patriottisme. En De Ruyter was van meet af aan een van hen.

De Belgisch Opstand (1830-1839) gaf een enorme impuls aan het vaderlands gevoel. Er was weinig om trots op te zijn. Na de afscheiding van België was Nederland gereduceerd tot een onbetekenende mogendheid. Helden uit het verleden, met name de zeventiende-eeuwers als Piet Hein, Rembrandt en De Ruyter, konden iets van de vergane glorie terughalen. Overal verschenen in de openbare ruimte standbeelden van vaderlandse helden. Ook voor De Ruyter. Op 29 april 1840 legde viceadmiraal O.W. Gobius in Vlissingen de eerste steen voor het standbeeld van De Ruyter. Ruim een jaar later, op 25 augustus 1841, was het zover. Koning Willem II onthulde toen op de boulevard het beeld van de Amsterdamse beeldhouwer Louis Royer. Het bijbehorende Gedenkschrift wegens de oprigting en ontblooting van het standbeeld vond grote aftrek onder officieren en minderen binnen de zeemacht.

Tekening van het De Ruyter monument te Vlissingen, ca. 1841 (bron: Zeeuws Archief, HTA Vlissingen)Tekening van het De Ruyter monument te Vlissingen, ca. 1841 (bron: Zeeuws Archief, HTA Vlissingen)

Herdenkingen (19e-20ste eeuw)

Zeehelden dienden als verbindende figuren in een tijd van natievorming. Wel werden hun daden vaak romantisch en heroïsch voorgesteld. Als enige bereikte De Ruyter een ongeëvenaarde (zee)heldenstatus. Rond de herdenkingen van het jaar zijn geboorte of overlijden vonden allerlei evenementen plaats. Vanaf het eerste moment was de Koninklijke Marine bij deze activiteiten in meer of mindere mate betrokken.

In 1876 organiseerden de steden Amsterdam en Vlissingen rond zijn 200ste sterfdag elk een grote herdenking. Hierbij stond 'den roem en deugden van Nêerlands grooten admiraal Michiel Adriaensz. de Ruyter' centraal. Wel eindigde toen de herdenking in Vlissingen in mineur. 's Nachts hadden onverlaten de krans weggehaald. Pas een dag later werd die in de stad teruggevonden. Ook op de Kweekschool voor Zeevaart in Leiden, het toenmalige opleidingsinstituut voor de laagste rangen bij de Koninklijke Marine, stond de commandant stil bij zijn overlijden in 1676. De matrozen in spe kregen De Ruyter voorgeschoteld 'als voorbeeld van den braven, trouwhartigen Hollander uit het heldentijdperk onzer geschiedenis' (..) en die de vlag 'ongeschonden had bewaard en na menigen kloekmoedigen strijd had bezegeld met zijn bloed'.

De heldenverering van De Ruyter nam in de loop der jaren nog meer toe en liep enigszins parallel met de Rembrandtcultus. Rond Rembrandts 300ste geboortejaar vonden in 1906 talloze herdenkingen en evenementen plaats. Zij vormden een soort opmaat voor de eerste grootschalige nationale herdenking van de 300ste geboortedag van De Ruyter in 1907. Het centrale thema was de verheerlijking van De Ruyter als nationale zeeheld, met de nadruk op vaderlandsliefde en nationale eenheid, het zeevarende verleden van Nederland, heldendom, plichtsbesef en De Ruyter als moreel voorbeeld.

De Kranslegging tijdens de De Ruyterfeesten op 23 maart 1907 op het Keizersbolwerk aan Boulevard de Ruyter te Vlissingen (Zeeuws Archief, Fotocollectie Vlissingen, nr. 4650)De Kranslegging tijdens de De Ruyterfeesten op 23 maart 1907 op het Keizersbolwerk aan Boulevard de Ruyter te Vlissingen (Zeeuws Archief, Fotocollectie Vlissingen, nr. 4650)

De herdenking paste ook in de tijdgeest van het begin van de twintigste eeuw: er was veel aandacht voor het nationaal bewustzijn, men was trots op de Gouden Eeuw en op de marine als symbool van nationale macht. Dat kwam terug in toespraken, tentoonstellingen, jeugdboeken en festiviteiten. Het Nationaal De Ruyter-comité onder voorzitterschap van oud-minister van Marine, VADM A. G. Ellis, gebruikte de De Ruyter-herdenking als een soort kapstok om geld in te zamelen. De opbrengst was bedoeld voor de realisatie van een viertal zaken. Bovenaan stond de financiering van een uitbreiding van de Zeevaartschool te Vlissingen, het latere Maritiem Instituut de Ruyter, daarna volgde de oprichting van het fonds De Ruytermedaille (de onderscheiding zou elke vijf jaar worden uitgereikt en was bedoeld voor personen die zich bijzonder verdienstelijk hadden gemaakt op het gebied van de Nederlandse scheepvaart), als derde het publiceren van een levensbeschrijving gebaseerd op nieuw onderzoek en tenslotte de oprichting van een historisch zeevaartkundig museum te Amsterdam.

Misbruik van De Ruyter (1940-1945)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog namen de Duitsers De Ruyter gretig in gebruik. Zij zagen in hem een ideale bondgenoot vanwege zijn voortdurende strijd met de Engelsen. Der Ruyter paste uitstekend in hun anti-Engelse propaganda. Zo verwezen zij op een wervingsaffiche 'Strijdt met ons' naar de Slag bij Kijkduin in 1673 onder het motto 'Steeds dezelfde vijand! 1673-1943' en gebruikten De Ruyter in hun strijd tegen het bolsjewisme.


Tijdens de Tweede Wereldoorlog namen de Duitsers De Ruyter gretig in gebruik.


Er ontstond een ware De Ruyter-hype. Diverse publicaties verschenen over deze grote Nederlander. Ook kreeg hij samen met andere zeehelden een postzegel. En in 1942 organiseerde het Rijksmuseum een De Ruyter-tentoonstelling die druk bezocht werd, onder andere door rijkscommissaris Seyss-Inquart en NSB-coryfeeën als Anton Mussert en Tobie Goedewaagen. Nog in 1944 bezongen vijfhonderd leden van de Nationale Jeugdstorm, begeleid door een symphonieorkest, hun held in een De Ruytercantate.

 

Wervingsaffiche voor de Waffen SS (bron: collectie NIOD)Wervingsaffiche voor de Waffen SS (bron: collectie NIOD)

Propagandaposter (bron: Canadian War Museum)Propagandaposter (bron: Canadian War Museum)

 

Reflectie

De beide wereldoorlogen en dekolonisatie zorgden voor hernieuwde reflectie op de nationale geschiedenis. De weinig kritische zeeheldenverering verdween. Het leven van De Ruyter werd in een historische context geplaatst. De herdenkingen kregen een ceremonieel en cultureel karakter, waarbij de nadruk meer lag op vakmanschap en minder op gewonnen zeeslagen.

De herdenking van zijn 350ste geboortejaar in 1957 was vooral een groots nationaal herinneringsjaar. Het draaide nu om een eerbetoon aan De Ruyter die door zijn dapperheid en leiderschap in oorlogstijd had bijgedragen aan de verdediging van het vaderland. Er waren ceremonies met koninklijk bezoek, tentoonstellingen in bijvoorbeeld het Rijksmuseum in Amsterdam, een vlootschouw in Vlissingen waar vijftien marineschepen aan deelnamen, kransleggingen bij zijn grafmonument in Amsterdam en bij het standbeeld in Vlissingen en diverse andere activiteiten verspreid over het land.

Geen plaats meer voor De Ruyter (jaren '70 van de 20ste eeuw)

In de jaren zeventig van de vorige eeuw was er voor (zee)helden geen plaats meer. Hoewel in 1972 de vlootvoogd nog op het nieuwe biljet van 100 gulden prijkte, verliep wel de belangstelling voor hem. In 1976 werd zijn 300ste sterfdag wel herdacht, maar de manier waarop dit gebeurde was totaal anders. Het toenmalige kabinet Den Uyl distantieerde zich nadrukkelijk van een traditionele nationale heldenverering of grootscheepse vieringen. In plaats daarvan moest de herdenking sober zijn, in de geest van het pacifisme staan en terughoudendheid tegenover militarisme en nationale heroïek uitstralen. In het bijzijn van koningin Juliana was er een plichtmatige, sobere plechtigheid bij het praalgraf van De Ruyter in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. In Vlissingen werd een dag voor de plaatselijke herdenking het standbeeld op de boulevard zelfs met verf besmeurd en moest in allerijl hersteld worden. Verder waren er wel tentoonstellingen in Den Helder, Delfzijl en Vlissingen en enkele programma's op radio en televisie. Min of meer toevallig werd op 3 juni van datzelfde jaar het geleidewapenfregat Hr.Ms. De Ruyter in Vlissingen in dienst gesteld.


Dit jaar zal er geen grootschalige herdenking plaatsvinden van zijn 350ste sterfdag.


Om het tij enigszins te keren en te voorkomen dat De Ruyter in de vergetelheid zou raken richtte een verre nazaat van De Ruyter in 1997 een stichting op om de nagedachtenis aan de luitenant-admiraal levend te houden, te bevorderen en zijn historische betekenis te belichten. Nog steeds organiseert deze stichting jaarlijks in de Nieuwe Kerk te Amsterdam bij het praalgraf van De Ruyter een herdenking.

Een laatste hoogtepunt?

Bij de landelijke verkiezing van de grootste Nederlander in 2004 eindigde Michiel De Ruyter onverwachts op nr. 7. Drie jaar later (2007) werd De Ruyters 400ste geboortejaar weer groots gevierd. De Stichting 400 jaar Michiel de Ruyter speelde als initiatiefnemer een belangrijke rol in de herdenkingsactiviteiten. Het herdenkingsjaar moest de herinneringen aan de zeventiende-eeuwse zeeheld levend houden en het 'maritiem besef' in Nederland bevorderen. Aan de figuur van De Ruyter werden drie thema's gekoppeld die verschillende aspecten belichaamden: Held van Nederland, Nederland Waterland en Samen Nederland. De vlootdagen in Den Helder en de Wereldhavendagen in Rotterdam stonden in het teken van De Ruyter. De Koninklijke Marine en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) waren daarnaast bij tal van activiteiten betrokken, zoals de grote vlootschouw op de rede van Vlissingen, tentoonstellingen, symposia, lezingen en publicaties.

Herdenking van de 350ste geboortedag van Michiel de Ruyter in Vlissingen in aanwezigheid van Koningin Juliana en prins Bernhard, 1957. De Hongaarse predikant ds. J.A.I. Zaborsky houdt een toespraak (foto: collectie NIMH)Herdenking van de 350ste geboortedag van Michiel de Ruyter in Vlissingen in aanwezigheid van Koningin Juliana en prins Bernhard, 1957. De Hongaarse predikant ds. J.A.I. Zaborsky houdt een toespraak (foto: collectie NIMH)

In laatste jaren ontstonden er discussies over het koloniale verleden en de rol die zeehelden speelden in slavernij, kolonisatie en geweld. Waren Piet Hein, Michiel de Ruyter en Witte de With al dan niet betrokken bij slavenhandel? Gelijktijdig groeide bij de traditionele herdenkingen de neiging tot contextualisering. Er kwamen informatiebordjes met uitleg bij monumenten, of zelfs herziening van standbeelden en straatnamen.

Dit jaar zal er geen grootschalige herdenking plaatsvinden van zijn 350ste sterfdag. Alleen de eerder genoemde stichting ter nagedachtenis van De Ruyter organiseert een tweetal symposia. De herdenking van zeehelden is namelijk veranderd van een symbool van militaire en nationale glorie naar een gesprek over identiteit, koloniale erfenis en de vraag hoe een land met zijn geschiedenis omgaat. En het lijkt erop dat Michiel de Ruyter tegenwoordig vooral wordt ingezet als een spreekbuis voor hedendaagse belangen. Desondanks vormen veel van De Ruyters ideeën nog steeds de basis van het huidige maritieme optreden bij de Koninklijke Marine. Hij was de eerste die zowel op volle zee als in kustgebieden opereerde. Zijn veelzijdige leiderschapsgaven, nautische kwaliteiten en loyaliteit aan het politieke gezag worden nog steeds als voorbeeld genomen. Niet voor niets kan elke adelborst nog steeds op het KIM de legendarische woorden van De Ruyter lezen:


'De Heeren hebben my niet te verzoeken, maar te gebieden, en al wierdt my bevoolen 's Landts vlagh op één enkel schip te voeren, ik zou daarmee t' zee gaan; en daar de Heeren Staaten hunne vlagh betrouwen, zal ik myn leven waagen'.

De Ruyter en de Koninklijke Marine zullen onlosmakelijk met elkaar verbonden blijven. Veel marineschepen hebben de naam De Ruyter gedragen. Heden is deze toebedeeld aan één van de vier luchtverdedigings- en commandofregatten. Hiermee onderstreept de Koninklijke Marine de historische band met deze expeditionaire vlootvoogd die 350 jaar geleden overleed aan zijn verwondingen opgelopen in 's lands dienst.

 

Archieven

Nationaal Archief, Den Haag
• Archief van Michiel Adriaensz de Ruyter en zijn naaste verwanten en nakomelingen, 1587-1982
Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Den Haag
• Persoonsdocumentatie, De Ruyter
Zeeuwsarchief, Middelburg
• Oudarchief Vlissingen
• Verzameling inzake M.A. de Ruyter, 1660-1960

 

Literatuur

  • Beckers, A.E., 'George Alan Forbes ontvangt De Ruytermedaille voor konvooi PQ-16', in: Marineblad136 (2026) nr. 1, 40-44.
  • Borsboom, M., 'Column Matthieu Borsboom', in: H. Veenedaal en R. Okhuijsen, Strategen van Catan. Van Bordspel naar Boardroom(Amsterdam 2014) 68-73.
  • Brandt, G., Het leven en bedryf van den heere Michiel de Ruiter(Amsterdam 1687).
  • Daalder, R., 'Michiel de Ruyter, een bruikbare zeeheld', in: Nehalennia2007 nr. 156, 13-27.
  • Deursen, A.Th. van, J.R. Bruijn en J.E. Korteweg, De admiraal. De Wereld van Michiel Adriaenszoon de Ruyter(Franeker 2007).
  • Flipse, E., 'Noyt kuste hij zijn eijgen handen'. Het leiderschap van Michiel Adriaensz. De Ruyter 1607-1676(Den Haag 2006).
  • Jaarboek Koninklijke Marine 1957(Den Haag 1958) 139-142.

 

Gerelateerd

 

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave