Van de macht des konings

Sinds de Tweede Kamerverkiezingen van vorig jaar krijg ik meer waardering voor het belang van de monarchie. In de kabinetsformatie uiten veel partijen hun zorg over de bereidheid van de PVV zich aan de Grondwet te houden. De partij van Geert Wilders, sinds de verkiezingen de grootste in de Tweede Kamer, had plannen om de rechten van moslims in Nederland in te perken. Hij beschouwde de islam als een ideologie en wilde geen islamitische scholen. Daarnaast heeft Wilders zich neerbuigend uitgelaten over de rechterlijke macht en over journalisten. Hoe bescherm je de rechtsstaat – neergelegd in de Grondwet - tegen democratisch gekozen politici die haar beschadigen?

 

Nederland heeft geen gerechtshof waarin wetgeving wordt getoetst aan de grondwet. Artikel 120 van de Grondwet verbiedt de rechter zelfs dat te doen. Het is de wetgever – de regering, de Tweede en de Eerste Kamer – die zelf bepaalt of wetten constitutioneel in orde zijn. Wanneer die op dat punt in gebreke blijven zou er toch nog een rem moeten zijn. Nu is er op dat punt beweging. Er is discussie over de mogelijkheid van rechterlijke toetsing aan de Grondwet. Het zou een goede ontwikkeling zijn als dat tot grondwetswijziging zou leiden. Daarnaast mag de rechter nu al toetsen aan internationale mensenrechtenverdragen. Dat is ook een rem. Dat brengt mij bij de koning. Die heeft bij zijn inhuldiging de volgende eed afgelegd: ‘Ik zweer (beloof) aan de volkeren van het Koninkrijk dat Ik het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet steeds zal onderhouden en handhaven. […] Zo waarlijk helpe Mij God almachtig! (Dat beloof Ik!)’

We weten niet wat er in de regelmatige besprekingen tussen koning en minister-president allemaal ter sprake komt. Maar ik hoop en ik kan me voorstellen, dat het onderhoud en de handhaving van de Grondwet daar deel van uitmaakt. Ook de koning kan een rol spelen in de verdediging van de rechtsstaat. De basis daarvoor ligt in artikel 47 van de Grondwet: ‘Alle wetten en koninklijke besluiten worden door de Koning en door een of meer ministers of staatssecretarissen ondertekend.’ Je zou zeggen: daar ligt een basis voor koninklijke betrokkenheid. In theorie kan hij dat weigeren. In ons land heeft het kabinet in 1950/1951 de Duitse oorlogsmisdadiger Willy Lages geen gratie verleend, omdat de toenmalige koningin Juliana dreigde haar handtekening onder het betreffende besluit te onthouden.[i] In potentie speelt de koning dus een rol wanneer het kabinet zou dreigen de Grondwet te schenden. Het is alleen de vraag of een regeringscrisis daarin behulpzaam zou zijn. Het lijkt me toch vooral door communicatie en symboliek dat de koning een opvoedende rol heeft in de bescherming van de rechtsstaat. Ook dat is belangrijk. Daar ligt de macht des konings.

'Hoe bescherm je de rechtsstaat - neergelegd in de Grondwet - tegen democratisch gekozen politici die haar beschadigen?'

Het belangrijkste bezwaar is dat de koning niet democratisch gekozen wordt, maar zijn positie te danken heeft aan erfelijkheid. Dat klopt en daardoor is de koning juist niet afhankelijk van verkiezingen. Op het argument dat erfelijkheid geen rechtvaardiging van macht kan valt trouwens ook wel wat af te dingen. Het Nederlanderschap is ook erfelijk. Daar staat geen enkele prestatie tegenover. En toch ontlenen verreweg de meesten daar hun kiesrecht aan. Het zijn maar speculaties. En het zou belangrijk zijn als de rechter in Nederland de mogelijkheid zou krijgen wetten aan de Grondwet te toetsen teneinde ontsporingen te voorkomen. We staan er dus niet alleen voor.

[i] https://www.nederlandrechtsstaat.nl/grondwet/inleiding-hoofdstuk-2-regering/artikel-47-ondertekening-en-contraseign/

 

Prof. dr. Theo Brinkel was tot 2025 KVMO hoogleraar Militair-maatschappelijke studies aan de Universiteit Leiden.

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave