A hell of a job
De verandering zijn...
Onlangs mocht ik fluiten bij een hockeywedstrijd van mijn dochters; de eerste van het seizoen. Nieuwe teams, nieuwe klasse, hernieuwde gretigheid en, confronterend genoeg, niet opeens veel meer kwaliteit. Ik had de fluitbeurt. En voor mij gold hetzelfde: nieuwe klasse, nieuwe gretigheid en niet opeens veel meer kwaliteit.
Scheidsen doe je met zijn tweeën bij hockey. Een aan de ene kant en een aan de andere kant. Eigenlijk is het niet de bedoeling dat je rond de goal bij de ander fluit. Dus je hebt eigenlijk maar voor 50% invloed op het resultaat. Afstemming van de onderlinge samenwerking bestaat, op mijn niveau, uit het schudden van de hand, het uitwisselen van een naam (die je eigenlijk niet nodig hebt), en een korte bespreking van hoe je de dingen ‘normaal’ (dat is drie keer per jaar) doet.
Het spel begint hier al. En daar wil ik in deze column bij stilstaan. Je staat namelijk voor een taak waarvan je weet dat je het niet 100% goed kan doen. Dát toegeven (en daarmee jezelf onderdeel maken van het proces) is niet opportuun. De kwaliteit die je nu hebt is dus waar je het mee moet doen. Het gevoel wat je eigenlijk om hulp wil laten vragen druk je diep weg, want daarmee geef je jezelf niet eens een kans om het ‘behoorlijk goed’ te doen. En, stel je voor, het zal toch maar een keer wél lukken om een perfecte wedstrijd te fluiten.
Dan begint de wedstrijd. Een backhand. Bol of niet? De ene ouder ‘hoort’ het duidelijk, de ander ‘ziet’ het duidelijk. De rest staat te klappen want die vindt de 1-0 wel prima. De kritiek van beide kanten is ongefilterd. Het is immers ‘de scheidsrechter’, als systeem-functionaris, die wordt aangesproken. En niet de persoon ‘Berend’. Met die systeem-functionaris is geen lange termijn relatie nodig. Over vier kwarten verdwijnt hij namelijk weer net zo snel weer als hij gekomen was. ‘Wat zag jij? En jij?’ De meerderheid zag het dat het bol was, dus uitnemen. ‘Nee! Dat is niet jouw rol als scheids.’ Je rol is, in deze twilight zone, om stoïcijns achter je beslissing te blijven staan. Ongevoelig voor emoties.
Gevoelig voor emoties blijf je wel. En buiten de twilight zone werkt dat ook! Zeker in relatie met de speelsters. Dan ontstaat er vertrouwen, rust en acceptatie. Maar het is een dun lijntje. Zeker met coaches en/of ouders langs de lijn is dat lijntje nog dunner, want er is totaal geen gezamenlijk doel of speelveld. Het uitdelen van (rode) kaarten is dan de systeemoplossing met alleen maar verliezers tot gevolg.
'Het is je systeem-rol om stoïcijns achter je beslissing te blijven staan'
Kortom, it’s a hell of a job but someone’s got to do it. Ergens vind ik het heel vergelijkbaar met de taak (en rol) die Defensie heeft toebedeeld gekregen in de huidige maatschappij. Een maatschappij die leeft van wedstrijd naar wedstrijd. De relatie tussen die wedstrijden of seizoenen is lastig te vatten in één verhaal waarin iedereen zich blijvend in kan vinden.
Wat zou er gebeuren als we de standaard inrichtingsprincipes loslaten en zonder de gebruikelijke rol van scheidsrechter gaan spelen? De opmerking ‘Doorgaan, want de scheids heeft het niet gezien!’ is dan verleden tijd, met onderlinge bijsturing en meer oplossend vermogen tot gevolg. Iedereen weet namelijk prima wanneer hij/zij zelf een zogenaamde shoot maakt. En natuurlijk, bij totale onduidelijkheid, kan iedereen leven met een kop/munt-call door een daarvoor ingeregelde entiteit. Dan gaan we ons focussen op het faciliteren van de individuele drive van de talentjes op het veld. We helpen ze deze te vinden, te verbeteren en in te zetten voor het grotere geheel. Volgens mij is dat een verhaal waar iedereen zich in kan vinden. Let’s Xplorit!
Meer columns van Berend van de Kraats
Berend van de Kraats is oud-onderzeebootcommandant en nu sociaal ondernemer. Met OceansX werkt hij nu aan een nieuwe manier van organiseren waarbij het menselijk potentieel optimaal benut wordt om te werken aan wat ons dierbaar is.


