Grote veranderingen in het hoge noorden
Het is misschien een open deur intrappen, maar de toetreding van Finland en Zweden tot de NAVO heeft in het Hoge Noorden grote gevolgen voor de koninklijke marine. Poetins ‘magistrale vierdimensionale schaakspel’ heeft de kaarten in dit gebied opnieuw geschud. Stiekem mogen we best tevreden zijn hoe onze hand is uitgevallen en die zal in de komende jaren zelfs beter worden. Want Noorwegen, Finland en Zweden zijn alle drie van plan om hun militaire potentieel aanzienlijk te versterken.
Natuurlijk blijft Rusland hier een geduchte tegenstander. Gezien het belang van de SSBN van de Noordelijke vloot zal deze regio een hoge prioriteit hebben. Maar dat geldt ook voor de Russische strijdkrachten tegenover de Baltische Staten en Oekraïne. De inschatting is dat na Ruslands strategische strijdkrachten het leger de prioriteit zal hebben en de luchtmacht en marine het zullen moeten doen met wat er voor hen aan mankracht, geld en industrieel potentieel overblijft.
Het is nu juist het verenigde luchtwapen van Noorwegen, Zweden en Finland dat de NAVO in Scandinavië zo veel sterker maakt. De aantallen liegen er niet om. Waar Noorwegen in 2022 nog eenzaam op de extreme linkerflank van de NAVO lag en met zijn geplande 52 F-35’s een Russische numerieke overmacht tegenover zich had, kunnen we in de toekomst op nog eens 64 Finse F-35’s en ongeveer 120 Zweedse JAS-39 Gripens rekenen. En even belangrijk is dat deze drie luchtmachten door onze Noordelijke bondgenoten tot één luchtcommando zijn samengesmeed dat van de volle ruimte en diepte van het Scandinavische luchtruim en vliegvelden gebruik kan maken. De Russen zullen al heel wat problemen hebben om hiermee numerieke pariteit te bereiken zonder andere delen van hun front leeg te plukken. Maar wat kwaliteit betreft staan ze kansloos: in een lucht-lucht scenario vormen in de voorzienbare toekomst de Gripens met Meteor en de stealthy F-35’s met AMRAAM een dodelijke dreiging voor de Russische luchtmacht (VKS).
Dit sterke luchtwapen is een game changer. Zonder grootschalige Russische versterkingen uit andere delen van Rusland zal NAVO de facto Air Superiority in het Scandinavische luchtruim kunnen bevechten. In plaats van dat de VKS diep in het Noorse luchtruim kan doordringen, wordt het voor Russische vliegtuigen levensgevaarlijk om zich buiten de bescherming van de A2/AD-bastions van Moermansk en Sint-Petersburg te begeven. En luchtlandingsoperaties door de VDV kunnen de Russen helemaal vergeten! Elke rechtgeaarde Gripen of F-35 piloot kan alleen maar likkebaarden bij de gedachte aan vette Russische transportvliegtuigen vol parachutisten en pantservoertuigen die overmoedig genoeg zijn om binnen de no-escape zone van zijn Meteors of AMRAAMs te komen.
De Nederlandse marine vaart hier vanzelfsprekend wel bij. Voor de Russen wordt het dodelijk om boven de Noorse Zee op NAVO-schepen te jagen. Hoger in het Noorden kunnen de Russen waarschijnlijk nog wel een sterke vuist in de lucht maken, hoewel ook hier F-35’s met hun grote vliegbereik de balans in ons voordeel kunnen doen omslaan. Dit is al een belangrijke en niet te onderschatten verbetering van de strategische situatie; zoals ik al eerder in dit blad geschreven heb blijft de ‘klassieke’ dreiging die uitgaat van vliegtuigen met ASCM één van de dodelijkste gevaren die een vloot kan teisteren en zijn eigen vliegtuigen hier het enige echte antwoord op.
‘Het wordt voor Russische vliegtuigen levensgevaarlijk om zich buiten de bescherming van de A2/AD-bastions van Moermansk en Sint-Petersburg te begeven’
Maar NAVO-luchtoverwicht maakt vooral een enorm verschil voor Finnmark. Het Russische offensieve vermogen in dit strijdtoneel was primair gebaseerd op de operationele mobiliteit van de VDV en de Russische marine infanterie. Deze capaciteiten gaven Moskou de kans om al in de eerste uren of dagen van een oorlog diep in Noorwegen door te stoten en maakten daarmee de verdediging van Finnmark al bij voorbaat kansloos; zelfs het behouden van het Narvik-Troms gebied was al een uitdaging. Maar Rusland kan deze troefkaarten niet inzetten als NAVO heer en meester is in het luchtruim – en daarmee ook van de oppervlaktewateren. Wat dan nog overblijft om Finnmark binnen te vallen zijn Ruslands grondtroepen. Die in tegenstelling tot in 2022 ook nog eens de Finse grens zullen moeten dekken, waardoor slechts een deel nog voor offensieve operaties tegen Noorwegen beschikbaar zal zijn.
Dus waar de oude operationele Russische dreiging een grootschalige driedimensionale aanval door de lucht en over het water ondersteund door een opmars over land was, kan Rusland in de toekomst alleen de opmars over land wagen – mogelijk versterkt door kleinschalige tactische luchtmobiele en amfibische operaties. Met een fractie van de troepen die vroeger beschikbaar waren. Door één van de meest onherbergzame en onbegaanbare gebieden van deze planeet. Met één enkele goede weg die zich door het kale landschap slingert om de bevoorrading mogelijk te maken. En alsmaar meer en meer geteisterd door NAVO-luchtaanvallen naarmate Russische troepen zich verder en verder buiten de dekking van de Moermansk A2/AD-zone begeven. Je hoeft geen militair genie te zijn om in te zien dat dit niet echt een winning proposition is.
Het is dan ook niet gek dat in de nieuwe Noorse defensie visie serieus over een veel verder vooruitgeschoven verdediging van Finnmark wordt gedacht. Niet alleen omdat het nu tactisch en operationeel mogelijk is geworden, maar ook omdat het nu strategisch wenselijk is. Want waar in 2022 een strategische stap terug naar de Narvik-Troms regio de NAVO-kwetsbaarheid verminderde, zou het direct opgeven van Finnmark vandaag de dag de Noordelijke flank van Finland en Zweden openleggen en deze kwetsbaarheid juist aanzienlijk verhogen. Dus komt er een Noorse Finnmark brigade. En zien we Zweedse en Finse troepen in Finnmark trainen. Ook op de grond wordt de alliantie in het Noorden dus aanzienlijk sterker.
‘Met een beter te verdedigen en verdedigd Finnmark is het natuurlijk niet gezegd dat het Korps Mariniers in Scandinavië geen sleutelrol kan vervullen’
Daarmee wordt het de vraag of er in toekomstige oorlog nog een uitgestrekt Russisch achterland in Finnmark zal zijn waarin het Korps Mariniers losgelaten kan worden om dood en vernietiging te zaaien. Als de Noorse verdediging niet ten Oosten van Troms, maar ten Oosten van de Tanaevla gevoerd wordt, zijn er heel wat minder Russische aanvoerroutes, hoofdkwartieren en luchtverdedigingssystemen in bezet bevriend terrein om tegen te opereren. En amfibische operaties ten Oosten van Vardø moeten verder diep binnen de Russische A2/AD-zone van Moermansk plaatsvinden, waar je ook vóór een oorlog niet met oppervlakteschepen in gevonden wil worden.
Maar met een beter te verdedigen en verdedigd Finnmark is het natuurlijk niet gezegd dat het Korps Mariniers in Scandinavië geen sleutelrol kan vervullen. Om te beginnen is de oer-functie van het Korps hier even belangrijk als die altijd geweest is: de marine de capaciteit geven om onafhankelijk kleine maar relevante landdoelen te bezetten. Zoals in de raid op Chatham waar mariniers de vloot in staat stelden om forten niet alleen te bombarderen, maar ook zo lang als nodig te bezetten. Svalbard, Jan Mayen en Bereneiland zullen in een conflict met Rusland een hoofdrol spelen en amfibische capaciteit van Europese NAVO partners is hierbij strategisch en operationeel cruciaal. En als het 5orps net als bij Seneffe ook in het binnenland van zich wil doen spreken dan zijn bondgenoten met arctisch getrainde lichte infanterie nog altijd zeer welkom in Finnmark en het Noorden van Finland. Maar nu eerder om als spoken in de besneeuwde bossen zelf de Russen in mottis (het Finse woord voor een hoopje brandhout dat de Finnen in de Winteroorlog gebruikten voor de omsingelde Russische eenheden) te hakken!
Kortom, de kaarten zijn opnieuw geschud en we moeten met een frisse blik bekijken hoe de marine in deze nieuwe realiteit zijn oude missies gaat vervullen. Want de veiligheid van Scandinavië en de Noorse Zee blijft van vitaal belang voor die van Nederland. Maar met de toetreding van Zweden en Finland het heel wat beter mogelijk geworden om die te verzekeren.
Meer gastcolumns van Frederik Mertens
Frederik Mertens MA is militair historicus en werkzaam als Strategisch Analist op de afdeling Defence, Safety and Security van TNO.


