De terugkeer van luchtdreiging

 

Vliegtuigen hebben de oorlogsvoering op zee fundamenteel veranderd. Honderd jaar geleden lagen in de Noordzee de Duitse Hochseeflotte en de Britse Grand Fleet nog met bijna zestig van de grootste en krachtigste kapitale schepen van de wereld en bergen kruisers en torpedobootjagers tegenover elkaar. Ondertussen duelleerde op de Zwarte Zee de Duitse slagkruiser SMS Goeben - omgekat tot de Ottomaanse Yavuz Sultan Selim - met slagschepen en dreadnoughts van de Russische vloot. Maar in 1939 was dit al ondenkbaar. Sindsdien kunnen kapitale schepen niet dicht onder de kust opereren tegen een gelijkwaardige tegenstander zonder verzekerd te zijn van luchtoverwicht. Op zijn best kunnen ze het uithouden zolang ze voldoende munitie hebben om zich de belagers van het lijf te houden – met alle risico’s van dien zoals de Britten rond Noorwegen, Griekenland en Kreta op pijnlijke manier moesten leren. Er is niets nieuws aan gelimiteerde scheepsmagazijnen.

 

 

Daarom is er ook niets verrassends aan het verslaan van een vloot zonder een vloot. De Duitsers hebben in 1941-1942 de Russen al laten zien wat er in de Zwarte Zee gebeurt als je er een vloot wil laten opereren zonder voldoende luchtdekking: je kan wat successen boeken, maar uiteindelijk word je van de zee gedreven. Dat maakt wat de Oekraïners nu weten te bereiken niet minder een huzarenstukje, maar de kunst ligt vooral in hoe ze dit met hun gelimiteerde middelen weten te doen. Kustartillerie moderne stijl in de vorm van op land gebaseerde raketten – je zou het ook een hybride vorm van luchtmacht kunnen noemen - heeft het Noordwesten van de Zwarte Zee te gevaarlijk gemaakt voor Russische oppervlakteschepen. Maar zelf kijk ik met spanning uit naar de komst van de F-16 aan het front. Niet dat ik er direct wonderen van verwacht. De numerieke overmacht van MIG-31, SU-30 en SU-35 jagers is al een grote uitdaging, maar met de Russische grondgebonden luchtverdediging erbij zullen de Oekraïners echt op hun tellen moeten passen. Maar gelukkig gaat dit laatste minder op boven de Krim waar de Russische luchtverdedigingssystemen weinig bewegingsvrijheid hebben en kwetsbaarder zijn voor Oekraïense supression of enemy air defences-missies. En boven de Zwarte Zee beschikken de Russen na de ondergang van de Moskva nauwelijks meer over Area Air Defence capaciteit. De twee Admiral Grigorevich klasse fregatten hebben elk niet meer dan 24 SA-N-12 raketten en naar moderne maatstaven matige radar- en vuurleiding. Voor de rest moet de Chernomorskiy flot op oude SA-N-4 raketten en AK-630 30mm kanons vertrouwen om zichzelf te verdedigen – niet echt een warm gevoel als je laag over de zee scherende Harpoon raketten kan verwachten.

‘We kunnen er niet meer van uitgaan dat de VS in de toekomst altijd een vliegdekschip beschikbaar hebben om Europa in de Atlantische Oceaan te steunen’

Westerse marines hebben zich jaren nauwelijks over luchtdreiging moeten bekommeren. Onze laatste echte ervaring hiermee – met uitzondering voor de Britten tijdens de Falklandoorlog – voert ons terug tot de Tweede Wereldoorlog en dan vooral naar het duistere begin voor de geallieerde numerieke overmacht totaal was. Toen moesten we woekeren met schaarse mensen, schepen en vliegtuigen tegen een sterke vijand en rekening houden met zware luchtaanvallen. In tegenstelling tot vandaag. De Houthi-aanvallen met op land gebaseerde raketten en UAV zijn al lastig genoeg, maar niet te vergelijken met het gevaar van vliegtuigen met raketten. Wij kunnen nog altijd op bijna alle zeeën ter wereld op voldoende luchtoverwicht rekenen om die neer te halen voor ze gevaarlijk worden. Vergelijk die comfortabele positie met de Russische en Chinese marines die overal ter wereld rekening moeten houden met de mogelijkheid dat er een B-1 Lancer onder de radarhorizon aan komt stormen om 24 stealthy LRASM af te vuren. Enkel binnen bereik van hun eigen luchtmacht – met AEW-dekking – kunnen ze zich enigszins veilig voelen. Of binnen het bereik van hun vliegdekschepen. Een luxe die tot voor kort alleen aan Westerse marines was voorbehouden opererend onder het schild van de machtige Amerikaanse marine en zijn onvergelijkbare supercarriers.

52256525179 5ea7b56393 k

Het USS Abraham Lincoln (CVN 72) voert een internationaal eskader aan tijdens oefening Rim of the Pacific (RIMPAC) 2022 (foto: Official U.S. Navy Page | Flickr)

Maar die kerntaak van het vliegdekschip lijkt bijna vergeten. Velen zien deze vooral als aanvalswapens waarmee zeemacht landinwaarts geprojecteerd kan worden. Dat is vanzelfsprekend ook het geval, maar primair zijn vliegdekschepen de ultieme arbiters van sea control die met hun vliegtuigen andere schepen kunnen vernietigen en oppervlakteverbanden met hun vliegtuigen tegen andere vliegtuigen kunnen beschermen. Pas als dat goed op orde is, kan je serieus gaan nadenken over het aanvallen van landdoelen. Op zich is er een redelijk excuus voor dit gat in ons geheugen, want vanaf 1945 leefden we in een historische anomalie waar wij de vruchten van konden plukken: er was geen enkele marine die de Amerikaanse marine naar de troon kon stoten. Sterker nog, er was lang geen enkele marine die over vergelijkbare kapitale schepen kon beschikken. Het is alsof de Britten tijdens de Pax Brittanica niet een two-nation standard volhielden, maar als enige natie over eersterangs slagschepen beschikten en ze er daarvan al meer hadden dan alle tweederangs slagschepen van alle andere marines van de wereld samen.

Het is echter de vraag hoe lang we nog op deze luxe kunnen rekenen. Donald Trump gooit hoge ogen in de voorverkiezingen en zelfs als hij opnieuw strandt, is Joe Biden de laatste klassieke Atlanticus als president. Ook in de Democratische partij is de focus op China langzamerhand onbetwist. We kunnen er dus niet meer van uitgaan dat de VS in de toekomst altijd een vliegdekschip beschikbaar hebben om Europa in de Atlantische Oceaan te steunen. En als er in een mogelijke oorlog met China één (of meer) vliegdekschepen beschadigd of zelfs tot zinken gebracht worden, kunnen we de steun door Amerikaanse vliegdekschepen helemaal vergeten. Dit maakt de drie grote Europese vliegdekschepen cruciaal. Geen van hen kan zich echter meten met een Amerikaanse supercarrier wat betreft airwing of het aantal verschillende missies dat dagelijks gevlogen kan worden. Maar het zijn de enige schepen waarmee met raketten bewapende vliegtuigen neergehaald kunnen worden voor ze zelf kunnen aanvallen.

‘We moeten in de toekomst weer rekening houden met grootschalige luchtdreiging’

We moeten in de toekomst weer rekening houden met grootschalige luchtdreiging. Rusland zal onze vijand blijven. Op korte termijn valt het luchtgevaar nog mee. In haar gloriedagen was de Sovjet marineluchtvaartdienst een dodelijke dreiging met regimenten TU-22M Backfires met AS-4 raketten. Vandaag is de Russische marineluchtvaartdienst een schaduw van haar rode voorganger en is het maar de vraag of de Kusnetzov ooit nog eens zonder een sleepboot zal kunnen varen. Maar op middellange termijn is de situatie al heel wat onzekerder en op lange termijn is er geen enkele reden om onszelf rijk te rekenen – zeker als China besluit zijn gewicht in de schaal te leggen en Rusland ondersteunt met herbewapening en modernisering. Dan is het opeens helemaal niet meer ondenkbaar dat onze schepen en mensen weer moeten vrezen voor zware luchtaanvallen. En dan hebben we echt vliegtuigen nodig om die TU-160 Blackjacks met Oniks of Zircon raketten – of wat we over tien of vijftien jaar ook kunnen verwachten – van het lijf te houden.

Luchtmacht en marine moeten met elkaar afspraken maken en stappen zetten om ons op die komende luchtdreiging voor te bereiden. Nederland kan dit proces dan met zijn Europese NAVO-partners verder aanzwengelen. Meer vliegdekschepen bouwen zit er aan deze kant van de Atlantische oceaan niet zomaar in. Naast de astronomische kosten, is de bouw en ontwerptijd ook veel te lang om snel te kunnen improviseren. Realistischer is het om te kijken hoe zee- en luchtstrijdkrachten samen kunnen werken. Mijn eerste voorzet is het activeren van een door Europese NAVO-partners gevormd jachteskader op IJsland, zodat we in ieder geval het GIUK Gap gesloten kunnen houden. Daarna moeten we snel denken aan verzekerde steun van AEW-vliegtuigen en tankers om de vloot van radardekking op lage hoogte te voorzien. Op lange termijn kunnen gespecialiseerde loyal wingmen met een groot vliegbereik die de luchtdekking boven de hele Atlantische Oceaan en tot diep in de Noorse Zee ook tanden geven. Maar om dit alles voor het te laat is op orde te hebben, moeten we nu met elkaar in conclaaf gaan – en doorpakken.

 

Frederik Mertens MA is militair historicus en werkzaam als Strategisch Analist op de afdeling Defence, Safety and Security van TNO.

Nederland, Bergen NH 12 juli 2022 Berend van de Kraats oud-onderzeebootcommandant. Foto: Bianca Sistermans

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave