De Nederlandse Strategische Cultuur

Een Odyssee

Eigenlijk hoort iedere maritiem geëngageerde columnist van het Marineblad regelmatig de Odyssee aan te halen. Dat hoort, mede omdat ik denk dat de meeste Nederlandse officieren tijdens een zeeslag tussen de bedrijven door inspiratie opdoen uit dit boek. Nippend aan hun thee in de longroom -alcohol aan boord mag niet, toch?- bladeren ze in het door Homerus geschreven epische boek om te kijken hoe ze de tegenstander weer een poets kunnen bakken.

 

 

Menigeen verkoos waarschijnlijk het ruime sop na het lezen van de eerste zinnen: ‘Muze, bezing mij de listige held, die lang over de wijde wereld zwierf, nadat hij de machtige burcht van Troje verwoest had. Van veel mensen zag hij de steden en hij leerde kennen hun aard. Veel ellende doorstond hij op zee, vechtend voor zijn leven en de terugkeer van zijn vrienden.’[1]

Een van de belangrijkste redenen waarom ik zelf artillerist ben geworden is, en u raadt het al, omdat ik gauw last van zeeziekte heb. Toch laat de Odyssee en de queeste die hierin staat beschreven mij niet los. Dus heb ik besloten mijn eigen Odyssee te beleven. Deze keer ga ik echter niet op zoek naar mijn vrienden, maar begeef ik me op zoek naar de Nederlandse strategische cultuur. Tien jaar geleden had ik mij met collega René Moelker al eens eerder gewaagd aan dit avontuur, toen we in het kader van een groot Europees project probeerden deze in kaart te brengen. We gebruikten een zeer pragmatische insteek en dito definitie: ‘Strategische cultuur is een aantal gedeelde overtuigingen, normen en ideeën binnen een bepaalde samenleving die specifieke verwachtingen genereren over de voorkeuren en acties van de respectieve gemeenschap op het gebied van veiligheids- en defensiebeleid.’ En het keurslijf van 6000 woorden weerhield ons niet om er vrolijk op los te schrijven.

'Het publieke discours van wederopbouwmissies en latere trainingsmissies paste perfect in het veiligheidsdenken van de negentiger jaren; toen kwam 2014'

Ondertussen zijn we een decennium verder en is er veel gebeurd in Europa en de wereld. Zoveel dat ik me afvraag, of dit enige invloed heeft op de Nederlandse strategische cultuur. Deze mag men trouwens niet verwarren met strategie, iets wat Nederland volgens sommigen niet heeft, of militaire cultuur. Beide hangen nauw samen met strategische cultuur, al was het omdat ze eruit voortkomen. De strategische cultuur van een land, zo wordt algemeen verondersteld, verandert langzaam en meestal door invloed van externe of interne veiligheidsschokken. Daarvan heeft Nederland enkele gekend. De erkenning van de onafhankelijkheid van België in 1839 wordt algemeen gezien als het begin van Nederlandse neutraliteit. Ruim 100 jaar later eindigde zij na de inval door nazi-Duitsland en verkoos Den Haag gauw een bondgenootschap onder Amerikaanse paraplu. Toen de Koude Oorlog eindigde, moest Nederland zich opnieuw op zijn veiligheids- en defensiebeleid bezinnen en begon men te werken aan expeditionair optreden, opschorting van de dienstplicht, crisismanagement en robuuste vredesmissies. Dit laatste werd mede ingegeven door de ervaringen in Srebrenica. Het had niet enkel invloed op het denken over veiligheid en defensie, maar leidde tot concrete beleidsveranderingen zoals uiteindelijk de artikel 100 procedure.

Aankomst slachtoffers MH17 foto 5

Aankomst slachtoffers MH17 op vliegveld Eindhoven, 25 juli 2014 (Ministerie van Defensie | Wikipedia)

9-11 en Irak in 2003 waren veiligheidsschokken, edoch mogelijk van minder grote invloed dan men zou denken. Het publieke discours van wederopbouwmissie en latere trainingsmissies paste perfect in het veiligheidsdenken van de negentiger jaren. En toen kwam 2014. Eerst de annexatie van de Krim, de bezetting van het oosten van Oekraïne door de Russen en op 17 juli het neerschieten van vlucht MH17. Deze vreselijke tragedie als gevolg van een oorlogsmisdaad had het land in diepe rouw gedompeld. Collega’s van alle krijgsmachtsdelen waren bij de repatriëring van de lichamen en de persoonlijke eigendommen en het sporenonderzoek betrokken. En nadat de lichamen op Eindhoven waren geland, hielpen zij bij een waardig transport en identificatie van de stoffelijke overschotten.

De vraag is echter of dit tot een herijking van de strategische cultuur heeft geleid. Enkele stemmen die een aanval op Rusland als vergelding eisten werden luider, maar van een roer dat 180 graden omging was geen sprake. De krijgsmacht was nog te veel bezig met de missies in Mali en in andere landen en bovendien bleek vrij gauw dat de koek behoorlijk op was. Mens en materieel waren tot aan hun grenzen en soms daarbuiten gegaan. Het denken over veiligheid en defensie binnen Nederland veranderde maar mondjesmaat. In 2013 schreven we dat met name de bevolking zich graag achter de dijken terug wilde trekken, in het Engels ‘cocooned’, en ook bij politiek en krijgsmacht proefde men enige fatigue. Oorlog was een ver-van-mijn-bed-show. Het speelde zich in verre oorden af en raakte het land nauwelijks. Dat Poetin al in 2014 een oorlogsmisdadiger was, wordt nu pas duidelijk, ondanks de aanwijzingen die er toen al waren. 

'Mogelijk ontbreekt het zelfs bij de politieke, bestuurlijke en militaire elite aan kennis over waarom de krijgsmacht op aarde is'

De NAVO-landen grepen de agressie van Rusland wél aan om met een flitsmacht te komen. Mede door een RAND-rapport uit 2016 werd gauw duidelijk dat ook dit niet werkelijk de vuist kan zijn die Poetin ervan weerhoudt naar andere, voormalige landen van de Sovjet-Unie te grijpen. De remedie bleek enhanced forward presence (eFP). 2500 troepen moesten in de Baltische staten en Polen permanent trainen. Ik denk echter dat als men een willekeurige voorbijganger hiernaar zou vragen, hij of zij waarschijnlijk weinig weet hiervan heeft. En ik durf bovendien te beweren dat zelfs de meeste politici en beleidsmakers niet precies weten of deze troepen nou moeten voorkomen dat de Russen aanvallen of dat zij garant staan voor de straf die het bondgenootschap na zo een aanval Rusland ten deel laat zijn. Met andere woorden, ook nu nadat eFP zowel in omvang als het aantal landen is uitgebreid, ontbreekt het mogelijk zelfs bij de politieke, bestuurlijke en militaire elite aan kennis over waarom de krijgsmacht op aarde is, hoe het bondgenootschap functioneert en hoe een Koude Oorlogsconcept als ‘deterrence’, in de huidige tijd functioneert.

Het nadenken over en bediscussiëren van deze zaken en concepten hangt nauw samen met de strategische cultuur van een land. Wat zijn de gedeelde overtuigingen, normen en ideeën binnen de Nederlandse samenleving en elite? Welke specifieke verwachtingen genereren zij over de voorkeuren en acties van Nederland op het gebied van veiligheids- en defensiebeleid? Hierbij hoort ook de vraag waarom men een krijgsmacht heeft, wat men ermee wil doen en wat men ervoor over heeft. Let wel, de krijgsmacht en haar inzet, zo wijd de wereld strekt -of juist niet-, is maar een onderdeel van de strategische cultuur. Voor het zover is moet eerst duidelijk zijn wat een land met zijn veiligheids- en defensiebeleid wil: zichzelf overeind houden, het gebruiken voor onderhandelingsruimte, of wil men daadwerkelijk de macht van een staat beschermen en projecteren?

Het antwoord op al deze vragen ligt dus in de strategische cultuur van Nederland. Ik begeef me graag op de zoektocht daarnaar en hoop dat ook ik vindingrijk ben. Zet de thee, pak de Odyssee en gooi de trossen los!

[1] Vertaling M.A. Schwartz, Salamander Klassiek/Uitgeverij Querido

 

Meer gastcolumns van Jörg Noll

 

Dr. J.E. (Jörg) Noll (1967) is politicoloog en luitenant-kolonel (r) bij de Bundeswehr. Sinds 2007 is hij universitair hoofddocent Internationale Conflictstudies aan de Nederlandse Defensie Academie (NLDA).

Nederland, Bergen NH 12 juli 2022 Berend van de Kraats oud-onderzeebootcommandant. Foto: Bianca Sistermans

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave