Warm bad, of koude douche?

Recent heb ik het vanwege familieomstandigheden even een tandje rustiger aan moeten doen. Bijna volautomatisch zijn er allerlei mensen in de werkomgeving die dan uit zichzelf en zonder het te vragen er een tandje bij doen. Deze vorm van kameraadschap is één van, of misschien wel de belangrijkste waarde bij de krijgsmacht en de marine.

 

Mensen die de dienst verlaten hebben noemen vaak het gebrek aan kameraadschap veelal als grootste gemis. We leren al in een vroeg stadium dat wanneer iemand even moeite heeft om die rugzak over het Texelse strand mee te zeulen, dat iemand anders deze even overneemt. Of als de hele bak in zak en as zit over een mislukte kaart- en kompasoefening, dat er dan altijd wel iemand met een goed geplaatste grap de motivatie weer een beetje terugbrengt.

Zo leren we dat iedereen op zijn of haar manier toegevoegde waarde kan leveren aan de groep. Dat we als geheel meer zijn dan de som van de delen. Toch schuurt het af en toe. Want helaas merk ik, dat ik te vaak en te veel mensen zie en spreek die tegen de ‘organisatie’ aanlopen. Dé organisatie bestaat niet. De organisatie bestaat uit mensen, mensen die allemaal bekend zijn met het fenomeen van kameraadschap. Die weten hoe belangrijk het is om echt te luisteren of te zien wat voor een hulp iemand nodig heeft, maar dan toch in de valkuil stappen van ‘het proces’. Want als iemand in het kader van een organisatiebelang iets moet of iets niet mag, dan hebben we daar allemaal begrip voor. Het geheel is meer dan de som van de delen, maar ook werken we met zijn allen aan een groter doel. Het is dus niet vreemd dat er een organisatiebelang wél;s.Watél vreemd is, is dat als een persoonlijk belang daar ver vandaan ligt, we niet automatisch met elkaar in gesprek gaan hoe we beide belangen dichter bij elkaar kunnen brengen. Dat zou naar mijn mening meer recht doen aan de waarde van kameraadschap, dan aan een proces dat gevolgd moet worden.


'De vraag of 'we nog wel contact kunnen opnemen' wordt vaak met ja beantwoord, maar opvolging vindt niet altijd plaats'


Zo’n ‘computer says no’ ervaring kan namelijk een enorme koude douche zijn voor mensen. Op dit moment is de krijgsmacht bezig met een enorme transformatie en om die te kunnen realiseren zou behoud het absolute speerpunt moeten zijn. Tegelijkertijd spreek ik mensen die recent de dienst hebben verlaten omdat het organisatiebelang en hun belang onverenigbaar waren, of in ieder geval tijdelijk onverenigbaar. De vraag of ‘we nog wel contact kunnen opnemen’ wordt vaak met ja beantwoord, maar opvolging vindt niet altijd plaats. Recent heeft de Koninklijke Marine de kernwaarden ‘Verbondenheid, Durf, Vertrouwen en Vakmanschap’ omarmt. Ik hoop dan ook oprecht dat om de verbondenheid met onze mensen, actief, post-actief, veteraan, dienstverlater en ook thuisfront te versterken, er de durf en het vertrouwen is om als vakman iets vaker het proces los te laten en mensen actiever te helpen als ze de rugzak even niet aan kunnen. Dat warm bad-gevoel gun ik iedereen.

Meer columns van Joris ten Berg

KLTZ (LD) Joris ten Berg is voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren. Zijn columns vormen het voorwoord op het Marineblad.

Goudsefotografie Tauro 43.crop

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave