Veiligheid als perceptie
Gek genoeg krijgt het Marineblad het elk jaar voor elkaar om in de zomervakantie een deadline te stellen. Dit jaar zitten we met zijn vijven in Torbole. Een topplek waar je, op sportief gebied, alles kunt doen wat je wil.
Maar wat willen we? En willen we dat allemaal op hetzelfde moment? Dat de definitie van ‘leuk’ totaal iets anders is voor een moeder van 47 dan voor een jongen van 14 is duidelijk. Ook voor het begrip ‘familie-band’ (of breder ‘liefde’) geldt iets dergelijks. Wat betekent die band voor de één en wanneer wordt die door de ander daarin beperkt of geschaad? Soms is dat niet duidelijk of niet ontdekt. Het gaat om een gevoel. Iets van: ‘Dit voelt (voor mij) goed.’
Wanneer voelt iets goed? Bij mij voelt iets goed als het overeen blijkt te komen met een positief geformuleerde verwachting. Bijvoorbeeld een goed bedoelde intentie die op een ander oprecht blijkt over te komen of een prestatie die, na inzet, werkelijkheid wordt. Dit betekent dat ik consequent bezig ben met een verwachting werkelijkheid te maken die af en toe ook werkelijkheid wordt.
Snappen jullie het nog? Als jullie denken: waar heeft die man het over, probeer dan de persoonlijke vraag te beantwoorden waarom je van je partner houdt? Die vraag zou je kunnen beantwoorden met een strakke beschrijving van hoe hij/zij er uit ziet, wat hij/zij doet, hoe hij/zij zich gedraagt, etc. Wellicht heel complimenteus in het moment, maar ook ergens heel rigide. Stel dat er iets gebeurt waardoor hij/zij er anders uit komt te zien of een andere invulling geeft aan zijn/haar leven dan zou dat 'houden van' er zomaar niet meer kunnen zijn. Zou ‘houden van’ niet veel meer de benodigde handelingen zijn die een continu streven naar het met elkaar ‘goed’ voelen - wat dat ook maar mag zijn op dat moment - bewerkstelligd?
'Waneer voelt iets goed?'
De gedachte dat het ‘houden van’ blijft steken in het moment en niet (meer) zou kunnen voldoen in een veranderende context vind ik in het kader van grootse thema’s als Veiligheid, Vrijheid, Verbinding en Vertrouwen heel beangstigend. Alsof er geen gisteren, vandaag en morgen bestaat in een familieband, partnerschap of maatschappelijke saamhorigheid. Dit zouden we kunnen ondervangen door missies te beschrijven die individu-, organisatie- en natie-overstijgend zijn. Net als in een persoonlijke relatie, een saamhorige vakantie of complex waterdistributie-vraagstuk. Dergelijke missies hebben we met elkaar te volbrengen. Oftewel missies waarin de ‘every(wo)men’s responsibility’ centraal staat.
Essentieel bij het faciliteren van een dergelijke whole of society-beweging is dat er ruimte is voor ieders positief geformuleerde illusie van de werkelijkheid. Veiligheid wordt dan dus ook echt iets persoonlijks. Een persoonlijke illusie waarin iedereen zijn eigen gevoel van veiligheid kan goedpraten! Dat ontketent ongelimiteerd menselijk potentieel. Als dit waarheid zou zijn dan siert een bepaalde kwetsbaarheid en bescheidenheid in claims rondom het ‘organiseren van veiligheid’. Het is veel meer een faciliterend proces dan een organisatieverantwoordelijkheid.
Meer columns van Berend van de Kraats
Berend van de Kraats is oud-onderzeebootcommandant en nu sociaal ondernemer. Met OceansX werkt hij nu aan een nieuwe manier van organiseren waarbij het menselijk potentieel optimaal benut wordt om te werken aan wat ons dierbaar is.


