Niet alleen zeggen, maar ook doen
Het is nog niet heel lang geleden dat ik van mijn verlof aan het genieten was. Mijn eerste ‘normale’ werkweek was meteen een enerverende. Op donderdag 5 september kregen wij, de voorzitters van de centrales, uit handen van de minister van Defensie en de staatssecretaris de Defensienota 2024 uitgereikt. Daarna hebben wij met elkaar daar nog over gesproken. In dit Marineblad heb ik een wat uitgebreider opinieartikel geschreven met mijn zienswijze op de nieuwe nota. Juist met het oogmerk om daarover met elkaar het gesprek aan te gaan.
Na ontvangst van de Defensienota ben ik snel naar Rotterdam gereden voor de Johan de Witt-conferentie. Het thema dit jaar was Whole of Society Resilience, een actueel onderwerp uitgedragen door goede en interessante sprekers. Zelf vind ik het altijd interessant als een spreker voor een andere invalshoek kiest. Zo was er bijvoorbeeld Ronald Voorn van de Universiteit Twente met als vakgebied gedragsverandering. Wat ik vooral overhield van zijn betoog was dat echte gedragsverandering pas gehaald wordt als er werkelijke prikkels zijn om te veranderen. Zeker als het gaat om veranderingen die wij moeten bewerkstelligen in het kader van de Defensienota 2024. We zullen dus dingen moeten doen en niet alleen zeggen dat we dingen gaan doen. Of om het op zijn Rotterdams te zeggen: ‘Geen woorden, maar daden’. In deze editie van het Marineblad kunt u meer lezen over de Johan de Witt-conferentie. De bijdrage van de Commandant Zeestrijdkrachten is integraal opgenomen en ook KLTZSD b.d. Robin Middel voorziet ons van een samenvatting met daarin de belangrijkste punten uit deze boeiende bijeenkomst.
Na afloop van de conferentie stak ik met de watertaxi vanaf hotel New York de Nieuwe Maas over naar de Parkkade. Daar lag Zr.Ms. Johan de Witt afgemeerd voor de Wereldhavendagen. Traditioneel is aan de vooravond van de Wereldhavendagen een receptie aan boord van een marineschip. Uiteraard was deze prima verzorgd door de Koninklijke Marine en was het goed om vele bekenden te zien en te spreken. Wat mij zeker zal bij blijven, is het afscheid van burgemeester Aboutaleb. Een bijzondere man die veel heeft gedaan voor de Koninklijke Marine in het algemeen en het Korps Mariniers in het bijzonder. Wanneer we het hebben over maatschappelijke weerbaarheid, dan moeten we ook kijken naar de rol van lokale bestuurders. Zij zijn diegene die bij uitstek een rol vervullen tussen de maatschappij en het openbaar bestuur. Het zijn burgemeesters, zoals Aboutaleb, die hun nek uitsteken voor Defensie en die we moeten koesteren. Want zij zijn degene die begrijpen dat wij er voor de veiligheid van hun burgers zijn, en die ons dus zien als toegevoegde waarde voor hun gemeente en niet een last.
'Dat er maar veel van dit soort dagen mogen volgen'
Waarom is dit belangrijk? De komende jaren zal er discussie komen over de ruimtelijke indeling, en het gebruik van die ruimte, in Nederland. Die discussie zal niet alleen plaatsvinden in de gebouwen van de Staten-Generaal, maar ook in raadszalen door het hele land. Dan is het dus van belang om ervoor te zorgen dat de relatie met onze lokale bestuurders goed is. Het is een mooi gebaar dat burgemeester Aboutaleb benoemd is tot ere-marinier; meer dan welverdiend. Als geboren en getogen Rotterdammer maakt het me ook een beetje trots. Dit was slechts één dag uit mijn eerste ‘normale’ werkweek. Dat er maar veel van dit soort dagen mogen volgen.
Meer columns van Joris ten Berg
KLTZ (LD) Joris ten Berg is voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren. Zijn columns vormen het voorwoord op het Marineblad.


