Met de wijsheid achteraf
Inzet van het onderzeebootwapen in Nederlands-Indië bij het uitbreken van de oorlog in Zuidoost-Azië
Door KLTZ E.G.J. Ruijsink MA
Abstract
Dit artikel belicht de cruciale, maar tragische rol van het onderzeebootwapen bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië. Nederland voerde een politiek van neutraliteit, maar de Onderzeedienst, geleid door Helfrich, bereidde zich voor op de strijd tegen Japan. De marine in de koloniën was technisch geavanceerd (met de 'snuiver' en gecoördineerde wolfpack-tactieken), maar miste moderne opsporingsmiddelen zoals ASDIC. Bij de Japanse aanval brachten boten als de O 16 en K 14 zware verliezen toe, maar binnen de eerste maand gingen vier onderzeebotenverloren. De Slag in de Javazee en de evacuatie van Soerabaja vormden het dramatische einde, waarna de overgebleven eenheden de strijd elders voortzetten.
Hr.Ms. K 18 bij binnenkomst in Soerabaja, 1935. In de lucht vliegen drie Dornier Do J-Wal vliegboten (foto: collectie NIMH)
Inleiding
Jaarlijks worden op 4 mei op steiger 19 in Den Helder de tijdens de Tweede Wereldoorlog gevallen onderzeebootbemanningen herdacht. Toen Nazi-Duitsland in mei 1940 Nederland binnenviel, zijn de inzetbare boten met hun bemanningen naar buiten gestuurd om de strijd onder Brits operationeel bevel voort te zetten. In Nederlands-Indië waren op dat moment vijftien onderzeeboten gestationeerd. Daar zou pas aan het eind van 1941 Nederland de oorlog aan Japan verklaren, gevolgd door een felle strijd tegen de Japanners waarin het onderzeebootwapen een prominente rol had. Uiteindelijk zouden binnen de eerste maand al vier Nederlandse onderzeeboten verloren gaan. Zoals beschreven in ‘Periscoop op!’, leverde de Onderzeedienst ‘zijn aandeel in zware offers […] in den strijd om het behoud van Indië’.[i]
Dit artikel zal op hoofdlijnen behandelen hoe de onderzeeboten in Nederlands-Indië zich voorbereidden op een oorlog tegen Japan en hoe de strijd, tot aan de Slag in de Javazee op 27 februari 1942, verliep. In de periode daarna, zetten de overgebleven eenheden onder Brits bevel de strijd tegen Japan voort, maar deze zal, gegeven de beperkingen van dit artikel, niet verder behandeld worden. Om een beter begrip te krijgen van de keuzes die gemaakt zijn bij de inzet van het onderzeebootwapen, is het van belang om kort stil te staan bij de tot eind 1941 dominante Nederlandse grand strategy.
Neutraal en afzijdig
In het begin van de 20ste eeuw was Nederland na het Verenigd Koninkrijk (VK) en Frankrijk de derde koloniale macht in de wereld. Met Nederlands-Indië (NI) als grootste kolonie, had Nederland veel economisch voordeel van de grondstoffen en handel die zij dreef in Zuidoost-Azië. In tegenstelling tot andere koloniale machten, beschouwde Nederland zichzelf als een kleine macht en hechtte ze met name aan het economische belang van handel drijven met zoveel mogelijk landen. Hierbij paste een neutrale positie en het afzijdig houden van het internationale krachtenveld. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd deze politiek-strategische keuze enigszins beloond en kon Nederland buiten het conflict blijven. Met een gemobiliseerd leger als geloofwaardige afschrikking kon ze haar neutrale positie behouden in Europa en Zuidoost-Azië en tevens een groot deel van haar handel in beide werelddelen voortzetten. Desondanks moest Nederland na de oorlog de prijs betalen, omdat enerzijds het mobiliseren een economische wissel had getrokken en anderzijds haar neutraliteit toch afbreuk had gedaan aan haar positie op het wereldtoneel. Daarnaast kenmerkte de periode tussen de twee oorlogen zich door grote economische veranderingen in de wereld, die ook negatieve gevolgen hadden voor Nederland.
Aankomst van admiraal U.S. Navy Thomas C. Hart (rechts) voor besprekingen te Batavia, met links admiraal Royal Navy Sir Geoffrey Layton en in het midden Commandant Zeemacht in Nederlands-Indië viceadmiraal C.E.L. Helfrich, jan-feb 1942 (foto: collectie NIMH)
Desalniettemin bleef neutraliteit de dominante strategie van Nederland. Aan het einde van de jaren ‘30 werd duidelijker dat zowel in Europa, als in Zuidoost-Azië de kans op een oorlog steeds groter werd. Bij de Duitse inval in mei 1940 vluchtte de Koningin en Nederlandse regering naar het VK. Na capitulatie kon de regering in ballingschap vanuit London nog steeds de koloniën blijven aansturen. Japan, als opkomende grootmacht met een groot tekort aan eigen grondstoffen zou de rijke Indische Archipel kunnen aanvallen als Nederland hen een casus belli zou geven. Tijdens deze ‘Zenuw-oorlog’, zoals Helfrich het in zijn memoires noemt, bleef Nederland daarom officieel vasthouden aan haar strategie om neutraal te blijven.[ii]
‘Helfrich was overtuigd dat het gedaan was met de neutraliteit'
Helfrich daarentegen was ervan overtuigd dat het gedaan was met de neutraliteit en dat voorbereid moest worden op een oorlog wat er onder andere toe leidde dat Nederlandse onderzeeboten frequenter met Britse eenheden gingen oefenen. Op een hoger niveau werd met de Britten en geallieerden in het geheim gesproken over een gezamenlijke verdediging. Helfrich zag als enige reële mogelijkheid de Japanners zo lang mogelijk tegen te houden om uiteindelijk, na het bundelen van ‘gemeenschappelijke krachten’, de strijd te kunnen winnen.[iii] Hierbij was Singapore van grote strategische waarde aangezien zij de springplank naar de Indische Archipel was. Om steun van de Britten te krijgen bij de verdediging van NI werd, in geval van een ophanden zijnde aanval van Japan, ingestemd met het leveren van twee Nederlandse onderzeeboten onder Brits operationeel bevel voor de verdediging van de Maleise Barrière.[iv] Tot grote frustratie zou Nederland pas vlak voor het uitbreken van de oorlog in Zuidoost-Azië harde toezeggingen krijgen. De gezamenlijke inzetplannen zijn pas in het najaar van 1941 vastgelegd in de Plans for the Employment of Naval and Air Forces of the Associated Powers (PLENAPS).[v] [vi]
Slagkruisers of onderzeeboten
In de periode na de Eerste Wereldoorlog was in Nederland meermaals een plan gevat om de marine uit te breiden met grote slagkruisers, meer onderzeeboten en voldoende maritieme vliegtuigen om daarmee een geloofwaardige afschrikking in de Indische Archipel te realiseren en de neutrale positie te waarborgen. Door de economisch depressie in de jaren ‘30, wisselend beleid van de Nederlandse regeringen en onenigheid tussen de Defensieonderdelen in Nederland en NI, werden de plannen steeds gewijzigd of uitgesteld. Zo waren er in grote lijnen twee scholen waarbij de een meerwaarde zag in grote slagkruisers en de kracht van artillerie met een bijrol voor onderzeeboten. De andere school was voorstander van investeren in meer onderzeeboten gesteund door verkenningsvliegtuigen en snelle kruisers.[vii] Uiteindelijk, vlak voordat de oorlog in Nederland uitbrak, kwam er met een hoop kanttekeningen goedkeuring voor het ‘Slagkruiserplan’, maar het zou te laat zijn waardoor de onderzeeboten in NI het enige aanvalswapen van betekenis vormden.[viii]
Tewaterlating van Hr.Ms. K 14 op de werf van de Rotterdamsche Droogdokmaatschappij (RDM), 11 juli 1932 (foto: Traditiekamer OZD)
Toen Japanse maritieme luchteenheden in december 1941 een verrassingsaanval op Pearl Harbor uitvoerden, was de Gouverneur-Generaal van NI een van de eersten die namens Nederland, de oorlog aan Japan verklaarde en daarmee de tot dan toe neutrale positie opgaf.
Het onderzeebootwapen in Nederlands-Indië
Onder andere door het bouwen van de eerste onderzeeboten in eigen land, kwam de Nederlandse Onderzeedienst ‘in de periode tussen beide Wereldoorlogen tot volwassenheid’.[ix] Vanaf de jaren ‘30 was Nederland als een van de eerste landen in staat om onderzeeboten van hoogwaardig staal te bouwen. In plaats van alleen klinknagels werd ook gelast, wat de boten lichter maakte en dieper liet duiken. Tot 1937 werd er onderscheid gemaakt tussen K en O boten waarbij de eerste voor de Koloniën bedoeld waren en een groter bereik hadden ten opzichte van de ‘O’ variant. Vanaf de O 19en O 20 was er geen onderscheid meer en waren beide types geschikt voor de verschillende zeegebieden.
Ook op het gebied van onderzeeboot-tactieken liep Nederland voorop. ‘De in 1924 in Indië gevormde 1e Divisie Onderzeeboten […] zou het centrum vormen waar, tot het uitbreken van de oorlog met Japan, de tactische doctrine werd gevormd en steeds weer aangepast.’[x] Zo werden al in een vroeg stadium experimentele tactieken met verkenningsvliegtuigen beproefd waarbij deze dienden om op grotere afstanden doelen te identificeren en die door te geven aan de onderzeeboten. De boten konden vervolgens in een ‘roedel’, onder leiding van een flottielje-commandant, een gecoördineerde aanval uitvoeren.[xi] Door de ontwikkeling van de periscoopantenne was het voor de boten mogelijk om onderwater varend communicatie te blijven voeren.
Hr.Ms. O 21 test de baanbrekende snuiverinstallatie tijdens een proefvaart op de Westerschelde, jan-mrt 1940 (foto: collectie NIMH)
Een andere Nederlandse technische uitvinding was ‘de snuiver’. Hiermee was het mogelijk om onder water, met behulp van een snuivermast, de dieselgeneratoren te draaien en de batterij op te laden. Op de O 19 is initieel geëxperimenteerd met een snuivermast die uiteindelijk vanaf de O 21 ‘standaard’ ingebouwd werd. Nadat deze boten in de meidagen onder Brits bevel kwamen, werden deze modificaties door de Engelsen verwijderd omdat dit als een zwak punt werd gezien. Ook liep Nederland voorop met de torpedo’s. Deze waren van goede kwaliteit en daarnaast was het personeel kundig waardoor in de praktijk de wapens relatief betrouwbaar waren.
‘Nederland had een achterstand op het gebied van ASDIC en deze apparatuur was niet beschikbaar op de boten’
Niet alles was goed. Zo had Nederland een achterstand op de nieuwe techniek ‘ASDIC’ en was deze apparatuur niet beschikbaar op de boten.[xii] Dit wordt enerzijds verklaard doordat Nederland lang neutraal is gebleven en pas toen zij aansloot bij internationale oefeningen geconfronteerd werd met dit fenomeen. Eenmaal bekend met deze techniek werd bij de aanval een grotere afstand en kleiner aspect aangehouden om daarmee te voorkomen dat de onderzeeboot gedetecteerd zou worden.
Torpedowerkplaats te Soerabaja (foto: Traditiekamer OZD)
Toen duidelijk werd dat een Japanse aanval op handen was, stuurde Helfrich, conform de afspraken in de PLENAPS twee boten, de O 16 en K 17, richting Singapore om onder Brits bevel ingezet te worden. Na het daadwerkelijk uitbreken van de oorlog met de Japanse aanval op Pearl Harbor, volgden de K 11, K 12 en K 13 en later de O 19 en O 20, die al op zee waren. Hiermee gaf Helfrich de modernste onderzeeboten aan de Britten voor de strijd in de verdediging van Singapore en de Maleise Barrière. De Nederlandse boten zouden meer tonnage tot zinken brengen dan de Britten en Amerikaanse maritieme eenheden wat Helfrich de bijnaam ‘ship-a-day’ opleverde.[xiii] Zo bracht de O 16 in ondiep water vier Japanse troepenschepen tot zinken. Op de terugweg naar Singapore, liep de boot op een mijn en ging de boot ten onder waarbij slechts één opvarende het overleefde.[xiv] Ook de K 12 wist een Japans koopvaardijschip en een vijandelijke tanker succesvol te torpederen. Later in december positioneerde de K 14 in het donker nabij een Japans konvooi. Door een samenwerking met een Nederlandse Dornier-vliegboot, die de vijandelijke vliegtuigen weglokte, kon de onderzeeboot verschillende aanvallen uitvoeren waardoor drie troepenschepen en een tanker uitgeschakeld werden. Bij elkaar ongeveer 40.000 ton.[xv] Kort hierna heeft de K 16 een Japanse torpedobootjager tot zinken gebracht.
Door de acties van de Nederlandse boten zouden de Japanners voorzichtig zijn geworden en de bescherming van hun konvooien hebben versterkt waardoor het aanvallen moeilijker werd.[xvi]Uiteindelijk hadden de Nederlandse successen wel een hoge prijs. Voor het einde van het jaar waren de O 16, K 17, en O 20 verloren gegaan in de strijd en de K 13, door een batterij explosie binnenliggend in Singapore, uitgeschakeld. Begin 1942 wisten de O 19 en K 18 ieder een Japans schip tot zinken te brengen.[xvii] De overgebleven boten vervolgden hun strijd in de Indische Archipel waarbij de K 15 nog een Japanse tanker wist te beschadigen.
Onderzeedienst te Soerabaja met de K 9, één van de oudere K-boten, op de voorgrond (foto: Traditiekamer OZD)
Na de in februari 1942 dramatisch verlopen Slag in de Javazee kwam het bevel om de marinebasis in Soerabaja te evacueren. De K 7, K 10, K 13 en K 18 waren dusdanig beschadigd dat ze niet uit konden varen en werden vernietigd. De oudere K 8 en K 9, de laatste bemand met reservepersoneel, waren in staat om naar Fremantle, Australië te evacueren. De boten die nog buiten waren, de K 14, K 15 en O 19, wisten de Japanse blokkades van de Archipel door te komen en uiteindelijk Ceylon, het huidige Sri Lanka, te bereiken. De K 11 en K 12 evacueerde Soerabaja met respectievelijk de staf van de Onderzeedienst en Commandant Zeemacht aan boord. Beide boten waren op weg naar Ceylon toen de K 12, met onder andere Helfrich aan boord, constateerde dat er onvoldoende brandstof was voor deze reis en uitgeweken moest worden naar Fremantle.
Tot aan het einde van de oorlog hebben de overgebleven boten, aangevuld met nieuwere O-boten en de van de Britten overgenomen Zwaardvisch (ex-HMS Talent) onder Brits bevel doorgevochten. Hierbij hebben ze naast het zinken en beschadigen van vele Japanse schepen, ook een groot aantal speciale operaties ondersteund waarbij heimelijk Britste of Nederlandse agenten werden opgehaald of afgezet.[xviii]
Hr.Ms. K 15 met een watervliegtuig aan dek, op weg naar een oefening in gecombineerd optreden tussen de MLD en de OZD (foto: Traditiekamer OZD)
Met de wijsheid achteraf
In de literatuur is commentaar op de manier waarop de Britten de Nederlandse onderzeeboten hebben ingezet. Helfrich geeft in zijn memoires aan dat zijn Britse collega’s vanuit een andere positie redeneerden dan de Nederlanders en nooit het probleem hebben gehad om ‘met een bij voorbaat veel zwakkere vloot te moeten strijden en allerlei slimmigheidjes te moeten bedenken’.[xix] Aangezien de Royal Navy tot dan toe de toonaangevende marine in de wereld was, had hij een punt. De Britten vertrouwden op grote slagschepen en zagen de onderzeeboten meer als een verplaatsbare mijn, zoals deze werden ingezet tijdens de Eerste Wereldoorlog. De KM was met zijn ontwikkelde groepsaanval gesteund door vliegtuigen veel verder in gecombineerd opereren, maar zijn door de Britten niet in die hoedanigheid ingezet, waardoor niet alle capaciteiten zijn benut. Daarnaast zou het onderhoud van de Nederlandse boten in Singapore te wensen over laten. Zo zijn er zelfs aanwijzingen dat dit geleid heeft tot genoemde batterijexplosie aan boord van de K13.[xx]
‘De KM was met zijn ontwikkelde groepsaanval gesteund door vliegtuigen veel verder in gecombineerd opereren’
Ook is er commentaar op de rol van Helfrich. Zo is dr. Ph.M. Bosscher kritisch op het feit dat Helfrich de potentie van het onderzeebootwapen niet heeft onderkend en ‘welk een kostelijk instrument hij uit handen gaf’.[xxi] Zoals aangegeven, waren de onderzeeboten het aanvalswapen van betekenis voor NI en met het weggeven van de zeven modernste boten is een grote aderlating gedaan. Daarentegen was het voor Helfrich ‘alles of niks’ om de Japanners aan te pakken en ‘ook in de strategisch-defensieve fase moest elke gelegenheid tot een tactisch offensief te baat genomen worden’.[xxii]
Uiteraard is het achteraf altijd makkelijker oordelen en stond Nederlands-Indië tegenover het Japanse keizerrijk met een superieure Japanse lucht- en zeevloot. Wel staat vast dat de Nederlandse onderzeeboten vrijwel de gehele Tweede Wereldoorlog wereldwijd gevochten hebben en naast grote successen ook boten en bemanningen verloren zijn gegaan. Het blijft daarom een goede traditie op 4 mei stil te staan bij het gevallen Onderzeedienst personeel tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Noten
[i] A.C. van Beers, Periscoop op! (London: The Netherland Publishing Company lim., 1945), p29
[ii] C.E.L. Helfrich, Memoires Deel 1 (Amsterdam: Elsevier, 1950), p49
[iii] Ibid., p81
[iv] Ibid., p136
[v] Ph.M. Bosscher en H.O. Bussemaker, Gelouterd door strijd, (Amsterdam: De Bataafsche Leeuw, 2007), p63
[vi] De gespreken werden later gevoerd tussen de VS, het VK, Nederland en Australië en vormden de basis voor het bondgenootschap ABDACOM dat na een kort bestaan en de verloren Slag in de Javazee weer ontbonden werd.
[vii] H. Bussemaker en J. Van klink, De Tegenaanval (Zutphen: Walburg Pers 2016), p95
[viii] Ph.M. Bosscher, De Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog, II. (Franeker: T. Wever b.v. 1986), p49
[ix] Ph.M. Bosscher en H.O. Bussemaker, Gelouterd door strijd, p23
[x] Ibid, p52
[xi] Deze roedel of wolfpack tactiek zou volgens Bosscher en Bussemaker door de Duitsers zijn overgenomen.
[xii] ASDIC, later bekend als SONAR was door de Britten al in WO1 ontwikkeld om onderzeeboten te detecteren onder water.
[xiii] M.A. Wilson, A Submariners’ war: The Indian Ocean 1939-43, (Stroud: Tempus Publishing Ltd, 2000), p63
[xiv] A.C. van Beers, Periscoop op! p21
[xv] Ibid., p23
[xvi] Ibid., p22
[xvii] In Persicoop Op! wordt aangegeven dat de K18 een destroyer zou hebben gezonken en mogelijk een kruiser te hebben geraakt. Dit is later, op grond van het onderzoek van Cdr. J. D. Alden uit 1993 bijgesteld naar een transportschip. (zie Gelouterd door strijd, p84)
[xviii] Ph.M. Bosscher en H.O. Bussemaker, Gelouterd door strijd, p85
[xix] C.E.L. Helfrich, Memoires Deel 1, p249
[xx] Ph.M. Bosscher, De Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog, II, p171
[xxi] Ph.M. Bosscher en H.O. Bussemaker, Gelouterd door strijd, p75
[xxii] C.E.L. Helfrich, Memoires Deel 1, p192
Gerelateerd
Transitie Onderzeedienst: van Walrusklasse naar Orkaklasse
Op 15 maart 2024 maakte toenmalig staatssecretaris van Defensie Christophe van der Maat bekend dat Nederland de opdracht voor vier nieuwe…
Nucleaire aanvalsonderzeeërs voor Nederland: wat als?
Het is een gedurfd en ietwat woest idee, maar Nederland heeft voor een paar maanden de kortstondige kans om te onderzoeken of een oude wens…
'De Onderzeedienst is altijd gereed en dat zullen we blijven'
Toen ik een jaar geleden aantrad als groepscommandant van de Onderzeedienst stapte ik in een bedrijf in transitie. In de komende jaren…

