Grondwet of grondgebied?
Zr.Ms. De Zeven Provinciën in het eskader van Atlantic Archer 2022, tezamen met USS Gerald R. Ford (foto: A. Zwaal | MCD)

Grondwet of grondgebied?

Zeestrijdkrachten in een turbulente wereld

Aan boord van Zr.Ms. Johan de Witt was mijn taak als commandant bij inzet even eenvoudig als uitdagend: op het juiste moment de juiste rol op post roepen. Dat betrof vooral de amfibische, zelfverdedigings- en calamiteitenrol, omdat voor elk van die rollen de gehele bemanning nodig was. Een opvarende had dan ook geen functie, maar een rollenkaart: bij elke rol stond je taak vermeld. Dit ‘iedereen bij alles’ versterkte het teamgevoel, maar maakte het wel een kennisintensief en oefenzwaar schip.

 

Oorlogen, natuurrampen, aanslagen, beïnvloeding en polarisatie bepalen dagelijks het nieuws. We leven in een turbulente en grimmige wereld. Wereldwijde groei van welvaart, welzijn en stabiliteit is geen vanzelfsprekendheid meer. De Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid (WRR) schetst een fragmenterende wereldorde met een toenemend aantal machtspolen, tonelen en wereldbeelden. Nederland zal zich tot die wereldorde moeten gaan verhouden, onder meer met een sterke krijgsmacht.[1] Defensie legt daarbij de focus op hoofdtaak 1: de verdediging van het grondgebied met Rusland als grootste (militaire) dreiging. Recent hebben de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en The Hague Center for Strategic Studies (HCSS) echter aangegeven dat de hoofdtaken, ingesteld na de Koude Oorlog, de lading niet meer dekken. Ook Martijn Kitzen pleit in het militair vaktijdschrift Carre voor heroverweging, omdat van een lineaire relatie tussen vrede, crisis en conflict geen sprake meer is.[2]

In een reactie op het AIV-rapport schrijft de minister van Defensie echter dat de indeling in hoofdtaken nut heeft vanwege de verschillende mandaten.[3] Dat oogt als een juridisch antwoord op een strategische vraag. De oproep van KTZ Yvonne van Beusekom in het Marineblad tot een inhoudelijke discussie over noodzakelijke aanpassings- en uithoudingsvermogen van de zeestrijdkrachten, passend binnen de gehele krijgsmacht, bondgenootschappen en coalities, is dan ook actueel.[4] Dit artikel is een bijdrage aan die discussie. Het schetst achtereenvolgens de geopolitieke context, het maritieme domein en de uitdagingen voor de zeestrijdkrachten. Ik beperk me bewust tot dit krijgsmachtdeel. De gevolgen voor de andere krijgsmachtdelen laat ik aan anderen. Ik draag ook geen houtskoolschets voor een vlootsamenstelling aan. Ook dat is aan anderen.

Geopolitieke context

Welvaart, welzijn en stabiliteit

De fragmenterende wereldorde resulteert in een toenemend aantal dreigingen en risico’s die steeds vaker overgaan in crises en conflicten.[5] De huidige internationale rechtsorde blijkt steeds minder in staat deze te voorkomen. In augustus 1941 maakten de Amerikaanse president Roosevelt en Britse premier Churchill met hun Atlantic Charter de eerste aanzet voor die orde. Naast stabiliteit zou het ook wereldwijde welvaart en welzijn moeten brengen. De aanzet groeide uit tot een stelsel van internationale instituties en verdragen, gebaseerd op individuele rechten van de mens, zelfbeschikking van volkeren en een mondiale economie gebaseerd op vrije markten. De rechtsorde staat zo aan de basis van mondiale groei. De Nederlandse Grondwet benadrukt dat door te stellen dat, naast bescherming van belangen, de krijgsmacht er is voor de versterking van de internationale rechtsorde.

Die rechtsorde is niet perfect. De welvaartsgroei is immers niet overal gelijk, conflicten worden lang niet altijd voorkomen. De aanname dat wederzijdse (handels-) afhankelijkheid naast mondiale welvaartsgroei ook tot wereldwijde stabiliteit leidt blijkt onjuist. De rechtsorde wordt inmiddels zelfs openlijk betwist. Dit alles komt juist in een tijd dat uitdagingen zoals klimaatverandering, nieuwe technologieën als kunstmatige intelligentie en oplopende instabiliteit door falende staten een wereldwijde aanpak vragen. Dat brengt vooral Europa in een lastige situatie. Het been moet worden bijgetrokken, van concurrentiepositie tot innovatievermogen, van diplomatieke invloed tot militaire macht en van solidariteit tot weerbaarheid.[6]

'Het been moet worden bijgetrokken, van concurrentiepositie tot innovatievermogen, van diplomatieke invloed tot militaire macht en van solidariteit tot weerbaarheid’

Machtspolen, strijdtonelen en wereldbeelden

Uitdagingen nemen dus toe, terwijl de oplossingsruimte, geboden door een alom gerespecteerde internationale rechtsorde, afneemt. De druk komt van vier kanten. Autocratische landen, zoals China en Rusland, willen de huidige orde vervangen en werken daarbij steeds inniger samen.[7] Ongebonden landen, zoals India, Brazilië en Saoedi-Arabië, zien zichzelf als regionale machten en streven naar aanpassing van de rechtsorde. Niet-statelijke actoren, zoals terroristische, criminele en big-tech organisaties, hebben behoefte aan een beetje orde, maar niet te veel. Zij doen aan beïnvloeding door middel van financieel vermogen en/of media-dominantie. Liberale democratieën tenslotte, lang de hoeders van de rechtsorde, vertonen politieke verschuivingen in nationalistische richting. Opvallend in dit alles is de groeiende samenwerking tussen landen uit de eerste twee groepen in de zogenoemde BRICS-gemeenschap, al lijkt dat vooral gedreven door tijdelijk overlappend eigenbelang.

In dit krachtveld hebben vier (potentiële) conflicten een mondiale uitstraling. Het gaat om de strijd in Oekraïne, het Midden-Oosten, noordelijk Afrika en Taiwan. De eerste drie daarvan zijn al gaande. De vierde is een serieuze mogelijkheid en lijkt meteen ook de meest verstrekkende. Als ergens tussen nu en 2029 (of iets later) China de sprong waagt, zou het haar partners kunnen uitnodigen om in hun regio’s parallelle acties te ondernemen.[8] Het zou de VS een overstretch bezorgen, zelfs bij volledig steun van Europese en Aziatische bondgenoten. Ondertussen blijft het onrustig op de Balkan en in het Arctisch gebied; leidt drugshandel tot forse, regionale destabilisatie en resulteren klimaatverandering en demografische ontwikkelingen in sociale spanningen en migratiestromen.

Schermafbeelding 2025 02 03 141755

De NAVO en Europa leggen de focus vooral op Rusland. Binnen enkele jaren zou dat land weer een grootschalig conflict kunnen beginnen. De vraag is echter of de Russische economie, industrie en krijgsmacht een militair potentieel kunnen opbouwen dat succesvol kan zijn tegen een zich versterkende NAVO. En zelfs dan is het de vraag of een grootschalig conflict wel het instrument van keuze zal zijn. Moskou weet immers al met aanslagen, sabotage en beïnvloeding resultaat te boeken, under the threshold, met plausible denial. Dit is lastig te attribueren en te beantwoorden.[9] Tussen die activiteiten en een grootschalig conflict heeft Rusland treden op de escalatieladder over, zoals vergaande sabotage, heimelijk gelegde zeemijnen, een selectieve raketaanval of een beperkte incursie. Rusland beperkt haar activiteiten daarbij niet tot Europa, maar acteert bijvoorbeeld ook in Venezuela en de Sahel. In Afrika zijn zij niet de enigen. China, maar ook landen als Turkije en de VAE, zijn daar actief. De Russische beer is dus niet 10-feet-tall, niet de enige beer en zeker niet op een enkele weg.

Coöperatie, competitie, confrontatie en conflict

In plaats van de helder afgebakende indeling in vrede, crisis en oorlog lijkt er nu sprake van een diffuse verdeling van coöperatie, competitie, confrontatie en conflict. Het doel lijkt niet territoriaal gewin, maar politieke en economische macht. Een opponent zal tijd, plaats, middel en mate van openheid kiezen, in beginsel allemaal short of war. Evenwel deinst een aantal landen niet meer terug voor het aangaan van een confrontatie. Landen interpreteren (of negeren) daarbij de internationale rechtsorde en haar regels en arbitrage. Rusland doet de oorlog in Oekraïne af als een speciale militaire operatie. China zal zich bij een aanval op Taiwan beroepen op een ‘interne aangelegenheid’. De worsteling van het Westen met het conflict in Gaza leidt tot polarisatie. Internationale verdeeldheid maakt de Veiligheidsraad van de VN tandeloos. Westerse belangen staan onder druk. Dat vraagt om consequent handelen, in elke fase, in elke regio, op elk moment, tegen elke dreiging en risico. Strategische partnerschappen zijn dan, meer nog dan strategische autonomie, nodig om coöperatieve en competitieve meeliggers te winnen en confrontatie en conflict met dwarsliggers te pareren.

Maritieme domein

Het maritieme domein is sinds jaar en dag van groot belang voor behoud en groei van mondiale welvaart, welzijn en stabiliteit. Tegelijk is dat domein ook extra gevoelig voor de huidige turbulentie en grilligheid.

Juridisch

Internationale wateren worden gezien als een global common. De Mare Liberum kunnen vrij worden gebruikt en de waarde van de aanwezige grondstoffen komt in beginsel toe aan iedere wereldburger.[10] Sinds Hugo de Groot is wel aan die beginselen gesleuteld, maar het principe staat. Een web van verdragen en instanties reguleren het maritieme domein, zoals het UNCLOS-verdrag, de recente High Seas Treaty en organisaties zoals de International Maritime Organisation (IMO). Bij geschillen arbitreert het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Desondanks zijn er legio juridische uitdagingen. De vondst van grondstoffen leidt al snel tot geschillen over eerder geaccepteerde grenzen, zoals in het oostelijk deel van de Middellandse Zee of in het Arctisch gebied. De Chinese claim over de Zuid-Chinese Zee gaat nog verder. Beijing heeft de uitspraak uit 2016 van het Internationaal Gerechtshof, die de claim als onterecht bestempelde, naast zich neergelegd. Ook het toenemend belang en kwetsbaarheid van onderzeese kabels en leidingen leveren juridische uitdagingen op. Vrijheid van navigatie is een groot goed, maar maakt ook misbruik in de vorm van spionage, sabotage, smokkel, piraterij en dumpen van afval mogelijk. Dit vereist, naast het vrije gebruik, steeds meer legaal en verantwoord gebruik. Optreden tegen criminele organisaties, toezicht op naleving van verdragen, bescherming van kritische maritieme infrastructuur en afspraken over deep sea mining behoeven internationale afspraken en handhavingsmechanismes, die er, gegeven de huidige context en uiteenlopende nationale belangen, niet snel zullen komen. Dat brengt crisis en conflict dichterbij.

Economisch

De oceanen en zeeën zijn winplaats van vele grondstoffen en voorzien in een efficiënte manier van transport tussen winplaatsen, productiegebieden en afzetmarkten. Zij vormen een vitaal onderdeel van de wereldwijde economie. De vondst van schaarse aardmetalen op de bodem van de diepzee vergroot de waarde als winplaats. De transportfunctie is allang niet meer louter fysiek. Ook het transport van data en energie door kabels en leidingen zijn van groot economisch belang. Grote bevolkingscentra en dus economische activiteiten bevinden zich steeds meer in kustgebieden. Flow security is van fundamenteel belang voor de welvaart, maar daardoor worden winplaatsen, transportroutes en maritieme infrastructuur ook steeds vaker inzet van strategische steekspellen. 

‘De turbulente geopolitieke context en specifieke maritieme kenmerken dicteren vorm, inhoud en samenstelling van de zeestrijdkrachten’

Ecologisch

De oceanen en zeeën reguleren klimaten, absorberen ongeveer 30% van de uitgestoten CO2 en leveren 50% van onze zuurstof. De vervuiling en verzuring van de oceanen en zeeën tasten deze functies aan. De dooi in het Poolgebied maakt toegang tot grondstoffen mogelijk, met strategische spanningen als gevolg. In het afgelopen jaar zijn wetenschappers verrast over de temperatuurstijging van de oceanen en snelheidsafname van de Atlantische golfstroom. Dit laatste kan grote gevolgen hebben voor het klimaat in Europa en Afrika. Wereldwijd veranderen weerpatronen. De moesson in de Indische Oceaan wordt steeds grilliger. Dat beïnvloedt visserij-, landbouw- en leefpatronen in Afrika en Azië, waar steeds meer mensen in grote steden aan kwetsbare kusten leven. Rampen in die kustgebieden veroorzaken menselijk leed en migratie. Het veranderend weer veroorzaakt zelfs waterstress verder landinwaarts, wat resulteert in regionale, bovenstrooms-benedenstroomse spanningen. 

Militair

De vrije zee biedt een militaire manoeuvreruimte vanwaar snel effect op zee en op land te creëren is, zonder dat daarvoor een (lang) verblijf in het territorium van een ander nodig is. De capaciteit van zeestrijdkrachten om zich binnen een dag 500 kilometer te verplaatsen biedt mobiliteit en verrassing. Daar staat tegenover dat (tactische) frontlinies niet bestaan. Herkennen van patronen is van groot belang. Het eventueel ontzeggen van het gebruik van de zee is slechts in tijd en ruimte beperkt uitvoerbaar. Attributie bij fout gedrag is lastig vast te stellen, vraagt om voortdurende bewaking en daarom veel middelen. Tegelijkertijd kan door humanitaire assistentie, gezamenlijke training en militaire diplomatie aan waardevolle partnerschappen worden gewerkt.

Nederland, met haar internationale en maritieme gerichtheid, is in staat schaarse capaciteiten in te brengen. Foto: de bemanning van een FRISC keert terug naar Zr.Ms. Holland na een succesvolle anti-drugsoperatie in de Caribische Zee, juni 2021 (J. Verolme | MCD)

Zeestrijdkrachtelijke uitdagingen

Anywhere, anytime, any phase, any shape

De turbulente geopolitieke context en specifieke maritieme kenmerken dicteren vorm, inhoud en samenstelling van de zeestrijdkrachten, als onderdeel van de krijgsmacht. Deze navale capaciteit moet kunnen omgaan met een vrijwel onaangetaste Russische vloot, een sterk groeiend Chinees maritiem vermogen, veilige doorvaart in het westelijk deel van de Indische Oceaan kunnen verzekeren, spionage en sabotage rondom maritieme infrastructuur in de thuiswateren voorkomen, drugsmokkel vanuit Zuid-Amerika en piraterij oost en west van Afrika bestrijden en bij natuurrampen hulp verlenen: anywhere, anytime, any phase, any shape dus.

Natuurlijk is een grootschalig conflict hét doemscenario. Het is echter risicovol dat scenario te beperken tot een enkele opponent en tot een enkele regio. Nu al worden wereldwijd Westerse belangen bedreigd en aangetast. Daarnaast zal elk grootschalig conflict wereldwijde gevolgen hebben, waar ze ook beginnen. Dat vereist een ijzersterk omgevingsbeeld, inzicht in gereedheid van eenheden, snelle besluitvorming en passende kwaliteit en kwantiteit om just in time te kunnen kiezen voor de juiste inzet: strategische flexibiliteit om van opdracht te veranderen, operationele mobiliteit om snel aan de startlijn te verschijnen en tactische focus om succesvol te zijn. En dat alles op een bedje van bestuurlijke effectiviteit.

Relevante en betrouwbare partner

Nederland kan dat niet alleen en moet dat ook niet alleen willen. Bondgenoten en partners zijn cruciaal. Binnen de NAVO is burden sharing en risk sharing in cash, capabilities and contributions een begrip. Dit betekent dat de NAVO, zoals Admiral Tony Radakin recent aangaf, niet uit 32 ‘mini-me’s’ moet bestaan.[11] Geen taakspecialisatie, maar weloverwogen toedeling van capaciteiten. Naast omvang van het BBP spelen ook geografische ligging en bewezen expertise een rol. Uitbreiding van defensiecapaciteiten moet niet alleen gericht zijn op een sterkere Europese pijler binnen de NAVO, maar moet de EU ook in staat stellen haar belangen elders in de wereld te beschermen. Nederland, met haar internationale en maritieme gerichtheid, is in staat schaarse capaciteiten in te brengen, en doet dat ook al, van een maritiem industrieel ecosysteem tot militaire niches.

Dit alles vraagt om scherpe, collectieve keuzes via gemeenschappelijke planprocessen. Natuurlijk zijn eenheden voor een grootschalig conflict tegen Rusland ook voor andere missies beschikbaar, maar alleen als conflicten zich in serie en niet parallel afspelen. Dat is een kwetsbare aanname. Voor de gecombineerde uitdagingen van de NAVO, de EU en Europa is dan ook een hybride vorm van defense planning noodzakelijk, waarin de zekerheid van een bepaalde vijand (threat-driven) wordt gekoppeld aan de onzekerheid van andere strijdtonelen (capability-driven). Ook operational planning vraagt om zo’n benadering. De huidige situatie in het westelijk deel van de Indische Oceaan, waar vier aan de EU-gerelateerde missies plaatsvinden, elk met eigen middelen en commandovoering en alle vier onderbemand, biedt ruimte voor verbetering.[12]

Partnerschappen mogen niet beperkt blijven tot alleen de NAVO en de EU. De noodzaak voor min of meer wereldwijde inzet vereist ook andere partners. Zij zijn nodig om lokale en regionale kennis te vergaren, ervaring op te doen, relaties te bestendigen en logistiek in te kunnen richten. Dat vraagt om relevante aanwezigheid en voortdurende afstemming met die partners.

Jack of all trades, master of none?

De vele maritieme missieprofielen vragen om specifieke kennis, van onderzeebootbestrijding, raketverdediging, langeafstand-precisieaanvallen, amfibisch optreden en mijnenbestrijding in het hoogste geweldspectrum, tot antidrugs- en antipiraterij-operaties, sea bed protection, capaciteitsopbouw van partners en humanitaire assistentie op lagere niveaus. De eerstgenoemden omvatten vaak complexe technologieën en organisaties. De laatstgenoemde hebben dat wellicht minder, maar kennen vaak uitdagende civiele en internationale relaties. Allen kunnen slechts effectief zijn als ze bouwen op eerder opgedane kennis en ervaring. Deze grote kennisbehoefte vraagt om een zorgvuldige, geconcentreerde belegging en snelle toegankelijkheid.

Een reductie van taken zou de uitdaging wellicht verlichten en meer tactische focus opleveren. Het zou echter de noodzakelijke, strategische flexibiliteit doen afnemen. Daarbij hebben schepen vaak meerdere systemen en kunnen ze verschillende taken uitvoeren. Dat is vaak noodzakelijk om ver van huis, flexibel en met de nodige escalatiemiddelen te kunnen schakelen. Juist in de huidige context is dat een relevante waarde. Tenslotte is er de schaarste binnen de NAVO en EU. Bij beide organisaties beschikt slechts iets meer dan een derde van de bondgenoten over een ocean-going marine. Nederland hoort daarbij. Bij capaciteiten als amfibisch, raketverdediging en (straks) langeafstand-precisieaanvallen ligt dat nog scherper en bevindt Nederland zich in een selecte groep.

Lissabon, September 2024.Op de N-Sea GeoSea beoefent de koninklijke marine nieuwe onderwaterdrones. Op Zr Ms Johan de Witt beoefent men nieuwe en bestaande vliegende drones in het kader van oefening REPMUSEen operater prepareert een onderwaterdrone. ‘De kennisintensieve organisatie heeft een relatie met de personele opbouw’ (foto: SGTMAJ J. Dijkstra | Mediacentrum Defensie)]

Die kennisintensieve organisatie heeft een relatie met de personele opbouw. Het komt neer op het vinden van de juiste verhouding van bemensing en ondersteuning. Dat vraagt om omarming van technologische ontwikkelingen, maar moet zich ook verhouden tot de gewenste operationele flexibiliteit. Combinaties van bemand en onbemand, alsook stand-off ondersteuning en in te vliegen modules, moeten in staat zijn het beoogde effect in slagkracht en flexibiliteit te garanderen. Het kan ook bijdragen tot de personeelssterkte door uitdagend werk te combineren met een levensfase-afhankelijke vaar/wal-verhouding.

Hierbij kunnen de relaties met het bedrijfsleven en kennisinstituten verdere meerwaarde opleveren. Door deel uit te maken van een geïntegreerde walondersteuning (en mobiele teams) voor bijvoorbeeld het schetsen van regionale verhoudingen, updates leveren van bestaande apparatuur en operationele feedback ontvangen voor nieuwe ontwerpen kan een kennisrijke, innovatieve en wederzijds waardevolle omgeving ontstaan.

Klimaat

De voortschrijdende klimaatverandering heeft effect op alle elementen van het militair vermogen. Het is een threat catalyst, vooral in instabiele regio’s, creëert zo potentiële inzetgebieden en vraagt dus om opname van klimaataspecten in inlichtingenproducten. Het stelt nieuwe of aanvullende eisen aan materieel en geoefendheid. Het vraagt om aanpassing van operationele concepten en doctrines. Het beïnvloedt de logistiek en ondergraaft thuis het vermogen om als first responder en last man standing op te treden. Klimaatbewustzijn en -maatregelen, van thuisbasis tot in het operationeel vaarwater, is geen ‘hobby van boomknuffelaars’. Het is een middel om operationeel voordeel te behalen, onder meer door reductie van door fossiele afhankelijkheid en logistieke footprint en verhogen van effectiviteit van mens en materieel bij steeds extremer weer. Zeestrijdkrachten kunnen ook, in afwezigheid van internationale handhavingsregimes, een rol spelen in het bewaken van de leefbaarheid van de oceanen.

‘Onze veiligheid, welvaart en welzijn hangen sterk af van een blik over, op en onder zee, ook voorbij de horizon’

Ten slotte

Staande op een duintop draait een landrot zich met de rug naar zee, kijkt over het grondgebied en vraagt zich af waar de grens ligt die ‘hullie’ van ‘zullie’ scheidt. De zeeman daarentegen kijkt uit over zee en vraagt zich af welke kansen en mogelijkheden er voorbij de horizon liggen. In Nederland hebben we beide nodig. De geschetste geopolitieke en maritieme context maakt echter wel duidelijk dat onze veiligheid, welvaart en welzijn sterk afhangen van een blik over, op en onder zee, ook voorbij de horizon. Daar liggen de belangen die bescherming behoeven en dus, in lijn met de Grondwet, de inzet van de krijgsmacht vragen. Grondwet boven grondgebied dus, met strategische flexibiliteit, operationele mobiliteit, tactische focus en bestuurlijk lef.

Natuurlijk kent dat uitdagingen en onzekerheden. Tegelijk levert dit ook kansen op voor een telkens evoluerende vorm en inhoud van zeestrijdkrachten. In een discussie daarover verdienen vier thema’s zeker een plaats. De nationale en bondgenootschappelijke belangen vereisen een nagenoeg wereldwijde presentie. De onvoorspelbaarheid vraagt om een breed scala aan capaciteiten met de nodige slagkracht, flexibiliteit en escalatiedominantie. De turbulente wereld noodzaakt relevante partnerschappen om kennis en ervaring te vergaren, delen en effectueren, waarbij extreem weer roept om een groter klimaatbewustzijn. Deze vier maken het de zeestrijdkrachten een kennisintensieve en oefenzware organisatie en dat kan alleen met een zorgvuldig kennismanagement.

Hoe mooi is het als straks eenheden, missie-afhankelijk zwaar-, licht- of onbemand, met bondgenoten en partners, in niches of meer generiek, aangevuld met mobiele teams en ondersteund vanaf een centraal operationeel, technisch en administratief kennispunt, met structureel aangehaakte partners, wereldwijd effect sorteren en zo de belangen van het Koninkrijk beschermen, ongeacht het weer. Zie hier de parallel met mijn uitdaging als commandant van Zr.Ms. Johan de Witt: taakflexibel, goed geïnformeerd, tijdig veranderen en dan gefocust in de uitvoering, als helpende hand, betrouwbare partner, geduchte opponent of winnende krijger. Dit klinkt misschien als alle ballen in de lucht houden. Dat is het misschien ook. Lastig, maar eigenlijk ook wel zo mooi.

 

VADM b.d. Ben Bekkering is defensie- en veiligheidsdeskundige. Tijdens zijn omvangrijke marine-carrière was hij onder andere Plaatsvervangend Commandant Zeestrijdkrachten en Hoofd Permanent Militair Vertegenwoordiger van de NAVO.

Download dit artikel

Noten

[1] WRR-rapport ‘Nederland in een fragmenterende wereldorde’, Prins et al, Den Haag 2024, ISBN 978-90-834300-1-0

[2] Kitzen, M. Column ‘Dreiging 1’, in: Carre, nr. 5 (augustus 2024)

[3] Kabinetsreactie AIV-advies Hybride dreigingen en maatschappelijke weerbaarheid, 6 december 2024, op www.rijksoverheid.nl.

[4] Beusekom, Y.A. van, ‘Opereren in een dreigingsgebied’, in: Marineblad, nr. 7 (november 2024)

[5] ACLED Conflict Index December 2024, op www.acleddata.com.

[6] Draghi (in ‘EU Competitiveness’,) en Niinisto (‘Safer Together’), beide op www.commission.europa.eu, geven aan dat de Europese Commissie en Europa aan de bak moeten.

[7] ‘Quartet of Chaos’, in: Economist, 28 september 2024, p. 54.

[8] Essay ‘China’s possible invasion of Taiwan’ Beckley and Brands, www./foreignpolicy.com/2024/02/04/

[9] ‘Going Feral’, in: Economist, 19 oktober 2024, p. 49.

[10] Grotius, Hugo (1609). Mare Liberum, sive de iure quod Batavis competit ad Indicana commercia dissertatio. Ex officinâ Ludovici Elzevirij, Lugduni Batavorum. 

[11] ‘Chief of Defence RUSI Lecture 2024’, door Admiral Tony Radakin, UK CDS, Londen 4 december 2024.

[12] Het gaat hier om de EU-operaties ATALANTA, aangestuurd vanuit Rota in Spanje, en ASPIDES, aangestuurd vanuit Larissa in Griekenland, alsmede Coordinated Maritime Presence en EMASOH, aangestuurd vanuit Abu Dhabi.

 

Gerelateerd

A. Ayebetova | Shutterstock

The future of Transatlantic relations

13 mei 2026

In the coming years, the key in the transatlantic relations lies to sail as close to the wind as possible between total commitment and…

Vlootontwikkeling als 'infinate game'

18 mrt 2026

Voor (staf)officieren maar ook beleidsambtenaren en academici, die zich verdiepen in de ontwikkeling van strijdkrachten, bijkomende…

To be or not to be (in de Indo-Pacific)

03 feb 2025

‘The Netherlands will ‘strive to be present’ in the Indo-Pacific in a European setting, once every two years’, stelde toenmalig minister…

 

 

Colofon

Aanleveren kopij

Archivering

Adverteren

Neem contact op

marineblad beeldmerk

 

Koninginnegracht 19
2514 AB  Den Haag

kvmo uitgave